22-06   05-07   23-07   22-08   24-09   08-10   18-12   07-02-2004   22-02   02-05   10-05   WEER THUIS  

Het heeft even op zich laten wachten, maar dat komt door het warme weer. We hebben weinig zin om in een warme kajuit te gaan zitten typen en we zijn loom; alleen een glas koud vocht kan ons doen bewegen. Maar het is dan eindelijk zo ver. Paul kruipt achter de PC bij 25,7 graden Celsius (’s morgens welteverstaan).


23 juli, L’Aber-Wrac’h

Windkracht 8 passeert ons in de komende dagen en verschillende depressies volgen elkaar op. Wolken waaien snel over ons heen, maar wij liggen lekker aan ons ringetje. Het is onze 6de dag dat wij voor anker of aan de ankerboei liggen, laten wij eens kijken hoelang wij met ons water kunnen doen? Aan het anker of aan een ankerboei liggen is geweldig vooral bij nacht. De sterren zijn dan zo mooi en helder, er is absoluut geen lichtvervuiling dus dat is gewelli. Wij hebben kennis gemaakt met Onze Zeeuwse, een stoere van der Stadt die net op de terugreis is van een flinke trip naar het zuiden van Spanje (drie jaar maar liefst) en we wisselen allerlei informatieve gegevens uit, van navigatie tot kosten. Een grote mosselpan voor ons viertjes (de mosselen gekocht op de haven van een amfibie-vissersschuit) maakt de dag helemaal compleet. De volgende dag komen wij nog een gezinnetje tegen die hun boot hadden uitgeleend voor de race IJmuiden-La Rochelle, maar wegens het slechte weer hier gestrand zijn. Zij varen de boot lekker terug.

Omdat zij hun auto nog bij zich hadden, krijgt Marianne de mogelijkheid met hen in de auto boodschappen te gaan doen, wat een luxe! Helemaal volgeladen met proviand komt zij weer terug. Ook daar weer aan de borrel en uit eindelijk met de Belgische buren aan de praat. Daar blijkt Philip al een tochtje A (Atlantic) achter de rug te hebben, een prachtige ervaring. Ook zij hebben veel informatie die wij gretig in onze grijze hersencellen een belangrijk plaatsje gaven. En ook hier werd het weer eens gezellig laat. Diep in de nacht weer terug met de Zilvervloot naar onze behouden huis. Lekker slapen. De volgende ochtend komen onze Belgische vrienden met zijn vijven aan boord. Binnen een mum van tijd is onze Zilver veranderd in een teken-, belleblaas-, klim- en vlechtparadijs en ligt al het speelgoed van Meis (en dat is nogal wat) over de boot verspreidt, geweldig! We hebben wederom een heerlijke ochtend. Meis kreeg weer eens alle aandacht van de drie kinderen. Wij hebben ook de kneepjes van spinakervliegeren geleerd. Met je spiegel aan de mooring, onder aan de spi een stoeltje binden en hijsen die spi.

De volgende ochtend vroeg vertrekken wij weer, het is veel te gezellig geweest.


26 juli, Camaret




Van L’Aber-Wrac’h naar Camaret is maar een klein tochtje van 39 mijl (ligt vlak bij Brest), maar het is wel een special tochtje: je rondt hier de kaap, waar wij via Chanel Dufour en Chanel du Hell (oeps!) naar het zuiden worden geknepen. Met de wind op de kop en de wind tegen de stroom geeft dit een geweldig spektakel en eenmaal in de baai aangekomen is het te bezeilen en glijden we heerlijk naar de volgende ankerplaats, een prachtige locatie tussen de groene heuvels en met helder water. In de avond zien we een aantal jongelui uitbundig in hun bijboot rondracen en ja hoor: onze eerste dolfijn. We spingen in de Zilvervloot en gaan er naar toe. Volgens ons geniet de dolfijn van al die aandacht: hij (of zij) komt iedere keer naast je bijboot liggen, zodat je hem (of haar) kan aanraken. Meis vindt het helemaal niks en gromt voor de eerste keer van haar leven! Maar het is alweer een perfecte dag. Als we ’s avonds uit het stadje terugkomen duikt de dolfijn ineens weer op bij de Zilvervloot. Later blijkt dat hij (of zij) bijna elke avond de baai inzwemt om te spelen en lekker te eten. In deze omgevingen moet je wel rekening houden met de deining die rond tijwisselingen verrassend kunnen veranderen. Niet dat je anker losslaat, maar na ongeveer 10 dagen met de Zilver geen kade gezien te hebben, word je er soms wel moe van. Wij besluiten maar eens naar de haven te gaan, de accu’s en de zoetwatertanks hebben aandacht nodig. De windgenerator kan mijn stroomconsumptie moeilijk bijbenen, zeker met de koelkast en alle elektrische apparatuur aan wordt er toch 8 Amp per uur gevraagd.

En dan staat de radar niet eens aan. Eenmaal aan de kant krijgt onze hond weer de aandacht en moeten wij alert zijn dat zij niet gaat rennen, want ze loopt nog steeds als kapitein Roodbaard. In tegenstelling tot de vorige gebieden waar we waren, lopen hier alle honden los, zielig voor Meis. We balen dat we geen lange wandelingen kunnen maken, maar we weten nu eenmaal dat de rust voor Meis nodig is.

We horen een verhaal over een boot die er 8,5 dagen erover heeft gedaan om de Golf van Biscay over te steken naar Finisterre, omdat er geen wind was. Persoonlijk had ik de motor aanzet (heb ik dit geschreven?), want de koude golf (het water wordt niet warmer dan een graad of 14) en de warme lucht boven land kunnen aardig spelen met het weer, zodat weersverandering soms niet lang op zich laten wachten. Wij zelf genieten zo heerlijk van de Franse kust dat wij besluiten de Golf niet over te steken maar de kustlijn te volgen, zodat we alles van deze voor ons onbekende kust eens goed kunnen verkennen.


28 juli, Benodet


Dit is een dag om nooit te vergeten! Als we Camaret uitvaren komt ‘onze’ dolfijn nog even afscheid nemen. Maar dat is nog niets vergeleken bij wat ons later die dag overkomt. Als we de oceaan opvaren, zien we pas wat er altijd met ‘oceaanblauw’ bedoeld wordt. Wat is de Atlantische Oceaan prachtig! Het water is helder donkerblauw, bijna niet voor te stellen hoe mooi. De golven zijn hoog, maar zo glooiend en regelmatig, dat het een genot is om erin te varen. Je kan het vergelijken met wat ze vroeger in kinderfilms deden om de zee na te bootsen met draaiende rollen aluminiumfolie. Nu snappen we pas dat men altijd zegt dat de Noordzee een rotzee is. Inderdaad: de Noordzee is een soepie vergeleken met dit. Onze ogen speuren continu de horizon af naar dolfijnen en dan, natuurlijk net weer op een moment dat je het niet verwacht, ziet Marianne vinnen naast de boot. “Dolfijnen” schreeuwt ze naar binnen waar Paul zit en dan binnen 1 seconde zijn we plotseling omringd door dolfijnen. Onder, voor en achter onze boot, aan bakboord en aan stuurboord, overal zwemmen ze. Het zijn er 20, 30 of 40, we weten het niet. Vanwege het heldere water kunnen we ze heel goed zien. Dit is echt waanzinnig mooi. Zoiets hebben we vroeger alleen bij Jacques Cousteau gezien en nu overkomt het ons. De dolfijnen vervolgen al snel hun weg en laten ons met een onwerkelijk gevoel achter. Dit is net een film! Als we een stukje verderop zijn, ziet Paul een andersoortig vinnetje boven het water uitsteken. Het blijkt weer een discusvis te zijn, in dezelfde afmetingen als die in St. Vaast. En een paar uur verder zitten er ineens weer 3 dolfijnen bij onze boot. We kunnen er geen genoeg van krijgen. Leve de Atlantische Oceaan!!

We komen ’s avonds bij Benodet aan en moeten even slikken: het ziet er allemaal erg toeristisch uit. Bomvolle stranden, speedboten en een hoop herrie. Oeps, wat een contrast. We varen de rivier in en daar wordt het gelukkig wat beter. We worden door de havenmeester verwezen naar een meerboei en ja hoor, we hebben weer een tijdstip uitgekozen dat het water langs onze boot raast. We doen 3 pogingen om de meerboei te pakken te krijgen, maar door de stroming mislukt het grandioos. De havenmeester snelt met zijn rubberbootje naar ons toe en helpt ons gelukkig even. We liggen precies voor de ingang van het oude stadje en krijgen van de havenmeester een lift ernaar toe.


29 juli, Belle Ile


Die naam hè, die deed het. En dan vooral het plaatsje Le Palais op Belle Ile: het Paleis op het Mooie Eiland. We liggen aan een meerboei voor het plaatsje. Het is minder paradijselijk dan de naam doet bevroeden: elk half uur raast de snelboot naar en van het vasteland het haventje uit en in en dat veroorzaakt golven waar onze boot nog uren van ligt na te banjeren. Een rodeo-rit op de lokale kinderkermis is er niks bij vergeleken. Pfffft, daar wordt je dus echt moe van. Het is wel gemakkelijk om van de Zilvervloot op de Zilver te stappen: even wachten op de golf, een stapje van 10 centimeter en hopla, je staat aan boord. Met de Zilvervloot kunnen we echter, zelfs met laag water, helemaal tot in ‘t centrum van het plaatsje doorvaren. Het is een mooi eiland met een combinatie van rotsen en zandstrandjes. Van dat laatste hebben we in de hitte dan ook gretig gebruik gemaakt. Op de laatste avond van ons verblijf komt een Frans zeilbootje zonder motor van zo’n 6 meter aan 1 van de meerboeien liggen. Ook de bijboot heeft geen motor en dapper roeit de schipper met zijn vrouw naar Le Palais, waar we even later met ze aan de praat raken. Het is een ouder echtpaar, dat ook een grotere boot met motor bezit, maar het motorloos varen vinden ze wel spannend. We hebben een leuk gesprek met ze in het Frans, Engels en Koeterwaals. Als we ’s avonds op onze boot aan de borrel zitten, zien we opeens allemaal lichten om ons heen in het water. Er blijken tientallen vissen om onze boot te zwemmen, die door een bepaalde alg licht geven. Het ziet er feeëriek uit. Natuurlijk beginnen we volop in het water te spugen waardoor een soort vuurwerk onder ons ontstaat. De volgende morgen worden we wakker van de enorme golfslag om onze boot. Dit is echt ongekend: we worden van links naar rechts geslingerd: lopen in de boot is bijna niet meer mogelijk. We besluiten acuut om te vertrekken. Als we naar buiten kijken zien we de mast van het bootje van het Franse echtpaar zo hard zwiepen dat ze bijna kapseizen. Wat hebben we een medelijden met ze. Binnen 10 minuten zijn ze dan ook vertrokken en ons vertrek duurt niet veel langer. Op naar Ile d’Yeu.


4 augustus, Ile d’Yeu




Eindelijk weer een heerlijke zeiltocht gehad. Windkracht 4, aan de wind, mooier kan het bijna niet. Onderweg zien we een vreemde manoeuvre van een andere boot en met de verrekijker zien we al snel waarom: dolfijnen! We besluiten niet in de haven aan de oostkant van het eiland te gaan liggen maar gaan op zoek naar een ankerplek aan de westkant. We weten niet wat we zien: overal ruige rotsen waar geheel onverwachts, ineens ankerplaatsen tevoorschijn piepen, voorzien van Romeinse burchten of pittoreske witte kapelletjes.



We ankeren in het baaitje bij het kapelletje dan eenzaam hoog op de rotsen staat. Het anker valt zo’n 12 meter naar beneden en het water is zo helder dat we het op de bodem zien vallen. We hebben hier het paradijs ontdekt! Het ziet eruit als een attractie van Disneyworld, maar dan in het echt. Met de bijboot varen we om een rotspunt heen en komen dan in een droogvallend oud vissershaventje in the middle of nowhere. Om ons heen klinken de zuidelijke krekelgeluiden. Wat is dit weer onvoorstelbaar mooi allemaal. We liggen in het baaitje met zo’n 6 andere schepen en wij zijn het buitenste schip, zodat we ’s avonds het alleenrecht hebben op de Atlantische Oceaan. Dit is het mooiste plekje dat we tot nu toe hebben gezien. Je ziet de rotsen tot ver onder water verdwijnen. ‘s Avonds is het te mooi om te gaan slapen: een heldere sterrenhemel met een pracht van een maan, gecombineerd met het ruisen van de oceaan. Marianne ligt plat op de rug naar overkomende satellieten en vallende sterren te kijken, als ze plotseling iets vreemds ziet. Komt daar nu een UFO overgevlogen of is het een Stelth-vliegtuig? De verrekijker brengt uitkomst: het zijn 3 satellieten die tegelijkertijd in een driehoek ‘overkomen’. Wat een geruststelling! Paul besluit buiten te blijven slapen vanwege de hitte en….. de angst dat het anker los zal slaan. De volgende ochtend vertrekken we weer, eigenlijk uit een soort wroeging. Boven op de hoge rotsen rondom de ankerbaai kan je namelijk prachtige wandelingen maken, maar Meis mag nog steeds niet te veel lopen. We besluiten wel dat dit plekje absoluut op de terugreis wordt aangedaan en dat we dan het eiland gaan verkennen.


5 augustus, Les Sables d’Olonne


We vertrekken met als doel La Rochelle, het stadje met een magische aantrekkingskracht voor ons, want hierover hoor je altijd alle ‘vertrekkers’ praten. Onderweg blijkt de wind precies uit de tegenovergestelde richting te komen dan was voorspeld en we overleggen of we niet beter naar Les Sables d’Olonne kunnen uitwijken, omdat dat wel bezeild is.

Gelukkig nemen we deze juiste beslissing want na een paar uur komen we ineens in een zeer dichte mist terecht. We kijken om onze boot heen, zien nog een klein cirkeltje water om ons heen en dat is op dat moment ons wereldje. De radar wordt aangezet, de stuurautomaat eraf gehaald en we staren in de dikke wattendeken maar zien niks. Paul ziet op de radar een stip, nog 1 mijl van ons verwijderd en Marianne gaat op de punt van de boot staan om te kijken. Het moeilijke van mist op zee is dat je geen referentiekader hebt om te bepalen wat je zicht nog is, maar als de stip op de radar nog geen halve mijl van ons verwijderd is en Marianne-op-de-punt nog niets ziet, weten we dat we in zeer dichte mist zitten. Plotseling doemt een silhouet op: een zeilschip dat zo’n meter of 50 van ons verwijderd is en dat is echt heel dichtbij. We hebben dus zo’n 40 a 50 meter zicht: da’s niet veel. Dit is de eerste keer dat we de radar echt nodig hebben en het is de investering waard. Waar voorheen mist altijd een angstig avontuur was, is het nu wel goed opletten, maar bang hoef je niet te zijn. Vlak voor Les Sables d’Olonne klaart het weer op en we kunnen veilig de haven invaren. Het is wederom een toeristische attractie: speedboten met parachutes erachter, vliegtuigen met reclames en wederom bomvolle stranden. De haven is een grote marina wat ons nu eenmaal niet kan bekoren. Na het doen van inkopen en de aanschaf van een ‘windvanger’ (een soort schoorsteen van parachutestof die je boven een dakluik hangt en waardoor de wind geconcentreerd wordt opgevangen (een soort slimme airco dus) wisten we het allebei: wegwezen hier.


7 augustus, La Rochelle

Gigantische kwallen, met een diameter van 50 tot 70 cm bevolken de oceaan hier. Dat nodigt niet uit tot een duik in het water. In La Rochelle gaan we onze zeilvrienden Hans en Anja ontmoeten, die per sms hebben laten weten daar hun einddoel van de vakantie te hebben.


We lopen de haven ’s avonds aan, maar in de Marina is voor onze diepgang geen plaats meer omdat de coëfficiënt (de berekening van hoog en laag water) erg laag is en we worden door de vriendelijke havenmeester (met humor en airco in het kantoor) verzocht te wachten op het sluisje voor het Bassin des Chalutiers, dat om 01.00 (’s nachts dus) opengaat. Met ons gaat een Nederlands raceschip door de sluis en we raken al snel aan de praat met de 3 jongens die de boot bevolken. Zij hebben enkele weken geleden meegedaan aan de race Scheveningen-La Rochelle (in hun klasse 1e geworden!) en gaan nu op hun gemak de boot terugvaren naar Nederland. Ze doen aan alle races mee en vertellen ons veel over het racezeilen en laten ons hun schip zien. Hoe lang doen ze erover om een spinaker te wisselen: 30 seconden!! (wij denken eerst altijd een half uur na of we ‘m zullen zetten en dan duurt het nog ’n half uur eer ie staat en dan blijkt de wind ineens gedraaid te zijn, zodat ie er weer af mag), maar het is erg leerzaam te horen hoe wedstrijdzeilers met wind en boot omgaan. En dan het weerzien met Hans en Anja, die enkele flinke tochten achter de rug hebben om in La Rochelle te komen. We spenderen 4 dagen met elkaar en het is 1 groot feest. Wat een heerlijke mensen zijn het toch! We brengen ook een bezoek aan het Aquarium aan de overkant van de kade waar we liggen. Werkelijk super en we hebben natuurlijk onze eigen gidsen (duikinstuctrice Anja en inmiddels ervaren duiker Hans) bij ons voor de soigante details. Maar aan alle goeie dingen komt een einde en we varen met beide schepen de haven uit om ieder een andere kant op te varen: tot volgend jaar (fishermans friend)!


12 augustus, Royan

Zandstranden en dan bij bosjes. Weg zijn alle mooie ruige rotsen. We leggen aan bij het havenkantoor waar we allervriendelijkst worden ontvangen. We mogen hier (gratis!!) internetten en daar maken we bij deze dan ook gebruik van, alle mail weer beantwoordt echter geen tijd gehad voor de site te updaten. Alles bij elkaar 2 uurtjes aan gespendeerd en Marianne denkt dat de dame achter de balie het toch wel lang vond?! Maar toch nog gratuite en als dank stoppen we wat geld in de pot voor Les Sauveteurs en Mer.

Morgen naar Spanje?? Toch maar niet. We hebben gehoord dat 80 mijl verder langs de kust een mooi stukje land ligt met duinen van 100 meter hoog. Daar Bilboa toch niet onder zeil aan te lopen is besluiten we maar te doen. Alles bij elkaar hebben we 3 dagen in Royan gelegen vaarvan de derde dag gratis (dit blijkt hier bijna overal te zijn). Paul z’n verjaardag lekker gevierd en natuurlijk zijn cadeautje uitgepakt, waarvan hij het vermoeden had dat het op het allerlaatste moment is gekocht. ’s-Ochtends wakker geworden waren de slingers opgehangen en de feestmust stond klaar uit het Viking Overleveringspakket. In de avond worden we door een Duits stel uitgenodigd voor een hapje eten, dus dat is ook geregeld. We komen hen regelmatig tegen met hun zeilschip Akane (Japans voor morgenrood). Zij hebben ook 1 jaar zeilen ingepland en doen ongeveer dezelfde route als wij. We eten heerlijk zeeduivel met haricots verts vergezeld van een lekker Spaans wit wijntje om al in de sfeer te komen.


15 augustus, Arcachon

Het is 7 uur in de ochtend en 24 graden, wat is ‘t warm. Eerst een bakje leut om weer tegen de dag te kunnen en dan een tripje van 76 zeemijl. De wind is maar matig, met een gemiddelde van 6 knopen langs een wit lang strand. Dan maar weer de motor aan met even later het zeil erbij. Uiteindelijk bij de bestemming aangekomen is het een prachtig gezicht, maar wel erg toeristisch. Met bosjes vallen parasailers de duinen af. Het wordt hier aangeraden om alleen bij goed zicht de baai in te varen, want ondanks de boeien verschuiven bij iedere stevige westenwind de zandbanken wel en de boeien niet. En dat is toch lastig. De golven rollen stevig over de zandbanken; het lijkt Holland wel. Het valt ons op dat in dit deel van de Golf de wind in de avond en het begin van de nacht iedere keer aanzet. Wolken verzamelen zich boven ons hoofd maar wij houden het droog. Hier ligt een groot militair gebied waar je overdag niet mag varen (3 mijl - 30 mijl uit de kust met ongeveer een lengte van 120 mijl), maar in augustus hebben de soldaatjes vakantie en is het geen probleem.

We lopen al een aantal dagen te bakkeleien om toch naar Bilbao in Spanje over te steken, wij hebben Frankrijk wel gezien. Overal lees je dat je niet in deze hoek moet komen. Hoge golven, uit het niets komende deining van een stormpje van de Sole drie dagen geleden, het weer kan per dag omslaan. Bij SW, W en NW krachtige winden kan er soms een stroom van 5 knopen ontstaan richting de Franse kust voordat de stroom naar het noorden gaat. Dieptes van meer dan 2000 meter en dan ineens weer 100 meter. Maar in dit hoekje begint ook weer het land met zijn bergen. Dus wij besluiten de volgende dag in de avond te vertrekken naar Bilbao, een tocht van 120 mijl (da’s toch zo’n 216 kilometer). Het wolkendek is dik en donker, maar de weersvooruitzichten van de nacht zijn goed. Oja, als je toch geld wilt uitgeven is een overnachting in dit povere dorpje/stad wel de manier om het te doen: we moeten 54 euro betalen voor 1 overnachting! We vallen steil achterover. En dan te bedenken dat we zoveel mooie ankerplaatsen tegen zijn gekomen en Paul geen zin had om met de Zilvervloot naar de kant te gaan. We hebben wel 100 keer “54 euro!!??” naar elkaar geroepen. Ach, dat maakte de dag ook wel weer goed. Zeker als je ’s avonds nog een vuurwerkshowtje cadeau krijgt.


16 augustus, Bilboa Spanje

Om 19.00 uur (hoogwater) vertrekken we, eerst weer een stuk de rivier af. Om 21.00 uur varen we de baai uit en dan nog maar 120 mijl naar Spanje. Dit wordt ons eerste flinke stuk over de Golf van Biskaje met dieptes van meer dan 2000 meter, we zijn erg benieuwd hoe dat ‘voelt’. De weersvoorspellingen zijn goed: windkracht 2 tot 4 met af en toe een bui. De nacht omringt ons met grote snelheid, donkere wolken pakken boven ons samen en kijken op ons neer. Het lijkt wel of Thor en zijn kornuiten staan te feesten. Uiteindelijk is het zo donker dat het verschil tussen de horizon en de lucht niet meer te herkennen is en de golven lijken groter dan van tevoren. Onze boordverlichting schijnt feller dan ooit over het water en tekent een grote ronde cirkel. Het enige dat we zien oplichten zijn de heldere schuimkoppen van de inmiddels 3,5 meter hogen golven. Aan stuur- en bakboord begint het plots te weerlichten; de goden strooien nog met wat peper en zout. De Zilver stuurt nog altijd op de stuurautomaat door de golven als een ietwat te zwaar uitgevallen ballerina en Marianne zit de eerste wacht. Paul gaat rond 24.00 uur naar bed voor een verkwikkend slaapje.

Hier in de inktzwarte nacht op de Golf geldt het gezegde wel een beetje dat onbekend onbemind maakt. Kan het nog donkerder worden? Kunnen de golven nog hoger worden? En slaan ze dan om? Er rollen ze dan de kuip binnen? De grondsnelheid is gemiddeld 6,5 knopen. Na uren varen zien we plotsklaps een lichtje aan stuurboord. Een visser? Gelukkig zijn er nog meer gekken die het water zo mooi vinden dat zij er dit voor over hebben. O nee toch, ze komen ook nog onze kant uit en ja hoor, wij moeten een koerscorrectie geven tot ze voor ons langs gaan. Twee bootjes binnen een straal van 16 mijl en dan op ramkoers, geweldig spannend is zeilen!

Paul heeft zijn eerste nachtrust erop zitten en wil Marianne aflossen maar die heeft nog geen slaap. Dus maken we het avontuur met zijn tweeen af. Rond 04.00 uur zien we eindelijk de eerste sterren en de nieuwe maan schijnt zijn licht over de Atlantic. We kunnen weer wat zien. Ver weg dondert het nog steeds, maar we hebben het vermoeden dat wij het front passeren. Marianne gaat rond 05.00 uur haar dutje doen. Het meest comfortabel slapen is op een matras op de vloer naast de mast. Daar ligt de boot het stilst en je ligt daar in een soort zeekooi (omdat daar een verlaging in de vloer zit, die menig opstapper heeft doen verrassen). Meis kruipt dankbaar bij je, want ze vindt die enorme golven helemaal niks.

Het ochtendgloren komt achter ons op. De golven zijn nog wel onrustig, maar daar weet onze autopilot raad mee. Van 2000 meter naar 1000, naar 150 in 2 uurtjes. De dieptemeter geeft het bij zo’n 150 meter op, dus we wisten alleen aan de hand van de kaart wanneer we over de diepe stukken voeren. We konden het verschil van golfslag niet echt merken. Marianne heeft twee uurtjes geslapen en komt niet geheel wakker naar boven (tja, de koffie stond niet klaar) en ziet direct de bergen van Noord-Spanje tussen de wolken door (Paul dacht dat nog wolken waren). Bij goed zicht zie je 40 mijl uit de kust de bergen al. Wij zetten onze koers van 227 nog steeds door. Paul gaat weer een flink stuk ….. slapen. Rond een uur of 12 komt ie weer bovendeks met een heerlijk ontbijtje en wij sukkelen de laatste uren rustig door naar Bilbao waar wij voor de eerste maal voet aan Spaans grondgebied zullen zetten. Plekje zoeken in de haven, aanmeren en even alle aandacht voor Meis, want ondanks dat zij niets van zich heeft laten horen, zijn dit niet echt haar favoriete tochten. Vlakbij onze boot is een stukje strand. Het weer is dusdanig dat niemand er gebruik van maakt. Er lopen alleen 2 vrouwen met speciale kleding aan door het water te waden. “Strandwacht” zegt Paul. Marianne ziet nergens een bordje ‘verboden voor honden’ en neemt Meis mee het lege strandje op. Vanuit een ooghoek ziet ze direct dat 1 van de vrouwen met forse tred op haar afkomt. Snel berekent ze dat, alvorens de vrouw bij haar is, ze Meis nog 1x kan laten zwemmen en wacht af wat de als een strenge Akela uitziende vrouw haar naar het hoofd zal slingeren. Als ze echter voor haar staat, blijkt het inderdaad een strandwacht, maar 1 met een vriendelijk lachend gezicht. Ze vertelt ze dat honden niet op het strand mogen en voorzichtig aait ze Meis zelfs even. Marianne biedt op haar beste |Spaans de verontschuldigingen aan en we gaan aan de aankomstborrel waarna even een Siësta wordt gehouden. Onderweg hadden we toch maar de Spaanse vlag gehesen (in de pilot werd aangeraden om tot en met Bilbao de Baskische vlag te hijsen en niet de Spaanse, maar in heel Frankrijk is geen Baskische vlag te verkrijgen (wat ook logisch is, omdat het een provincievlag is)). Bovendien vroegen we ons af of wij ons wel met de politiek moeten inlaten. Niemand schonk hier echter aandacht aan, alleen de vriendelijke (Spaanssprekende) havenmeester leerde ons groeten op z’n Basks.

De siësta loopt uit de hand en de volgende ochtend worden we pas wakker. Hadden wij uiteindelijk Frans onder de knieën (althans Marianne) komen wij in een land waar noch Frans, noch Engels, noch Duits, laat staan Nederlands wordt gesproken. Dus wij met het woordenboek en de ‘wie-wat-waar’ op pad naar de Supermercado. Met veel hand- en voetgebaren kom je d’r ook. Alhoewel, bij het cafeetje aan de prachtige brug wil Marianne een paella met een kopje koffie. De ober lacht haar eens hartelijk uit en zegt dat dat echt niet kan. Ze kan wijn of water bij de paella krijgen, koffie is voor na de maaltijd. En inderdaad, na het eten biedt hij de koffie aan met de woorden: “en nu mag je koffie!”. De mensen zijn hier erg vriendelijk en proberen je te helpen, ondanks dat wij maar een paar woorden van de taal spreken. De brug in Bilbao is een gigantisch hoge constructie met laag eronder, vlak boven het water, een soort kabelbaan waarop zelfs auto’s meekunnen. In Spanje hebben honden geen toegang tot het openbaar vervoer en wij moeten met Meis tussen de auto’s staan om naar de overkant te komen.

Bilbao is een van de drie havens aan de Noordkust die onder alle condities aan te lopen is. Het is een grote industriehaven met twee kleine haventjes voor ons soort boten. In Spanje zijn van 2 tot 5 uur de winkels dicht (de welbekende siësta). Ook daar moeten wij even aan wennen. Het is hier erg rustig. De temperatuur is nu 25 graden met een heerlijk verkoelend windje.

’s Avonds treffen we onze Duitse vrienden met de Akane weer. Zij waren 6 uur eerder dan wij uit Arcachon vertrokken en kregen onderweg een storm met windkracht 8-9 over zich heen. Zij hebben (‘hadden’ moeten we nu zeggen) dezelfde windgenerator als wij en de storm heeft de wieken erafgeblazen! Karin, de schippersvrouw, zegt dat het afbreken van de wieken gepaard ging met een geluid zoals dat in oorlogsfilms te horen is als er een vliegtuig neerstort. Ze hebben inmiddels de zaag in de windgeneratorpaal gezet. Dit verhaal verklaart nu wel hoe wij aan die enorme golven in de inktzwarte nacht kwamen: wij hebben het staartje van ‘hun’ storm gehad.


19 Augustus, Santander

Na twee dagen hebben we het gezien. De wind staat goed om onze tocht voort te zetten naar Santander. Een rustig windje NO 4 blaast ons richting ons doel. Op kanaal 10 en kanaal 16 wordt om de 2 uur de weersinformatie afgegeven in het Spaans en in het Engels, inclusief ‘swell info’ (hoe hoog de golven zijn) en dat is prettig. De wind en de swell zorgen ervoor dat we met een knoopje of 7 vooruitgaan. Het water is weer donkerblauw. Voor Santander moeten we regelmatig uitwijken voor lege flessen die op het water drijven. Waar de vissers in Frankrijk met vlaggetjes en boeitjes aangeven waar hun netten liggen, binden de Spaanse vissers hun lijntjes en netten aan lege flessen. Met de hoge golven is het bijna niet te zien waar ze liggen en het is dan ook niet aan te raden om hier in het donker te varen. Al zigzaggend lopen we de riviermonding in naar de Marina del Cantabrico, een supernieuwe megamarina vlak naast een vliegveld. Lekker romantisch toch? Ankeren met deze noorderwind veroorzaakt een swell (deining van1,5 meter) wat erg onrustig is en daar hebben we nu even geen zin in. Het havenkantoor is te bereiken door 2 grote trappen te bestijgen en als we boven zijn hebben we een prachtig uitzicht over de haven en de stad. “Dit is een paleis” roepen we alletwee naar de havenmeester-achter-z’n-burootje. Hij schiet in de lach: nee hoor, dit is werk: de koning zit in een paleis. Weer tegelijkertijd wijzen wij naar de havenmeester: jij bent de koning! De havenmeester valt bijna achterover van het lachen, het ijs is gebroken. Hij spreekt 3 woorden Engels, wij 3 woorden Spaans en we hebben een half uur durend gesprek over de komst van de Euro, de economie en zelfs over de politiek. Je hoeft een taal niet te beheersen om te kunnen communiceren.


20 Augustus, Llanes

LL is een letter van het Spaanse alfabet en spreek je uit als Lj. De wind staat nog steeds goed, maar er is wat onstuimig weer op komst. Dus weer de trossen los en op pad. We hebben een plaatsje uitgekozen dat 42 mijl verderop ligt. Een plekje dat alleen maar in de Royal Cruising Club Pilotage Foundation South Biscay (lekker mondje vol) pilot staat. Het wordt omschreven als een prachtig klein haventje. De ingang is slechts 25 meter breed, maar gelukkig staan in de pilot hele duidelijke koers aanwijzingen, zoals ‘vaar 265 graden totdat de obelisk en het vuurtorentje op 1 lijn liggen, doorvaren tot je helemaal in de haven kan kijken en ga dan direct stuurboord uit, anders vaar je op de klippen. Dit stukje kust is magnifiek. Je vaart langs bergen met sneeuw op de toppen en langs piepkleine strandjes die tussen de rosten liggen. We zijn eigenlijk te laat vertrokken en moeten er flink de snelheid inhouden om voor het donker binnen te zijn. We lopen net op tijd (voor het donker) de haven binnen. Natuurlijk moesten we vlak voor de haveningang eerst weer tientallen flessen ontwijken. We worden er paranoïde van; alles wat drijft is van een lokale visser. En we kunnen jullie wel vertellen: 25 meter breedte met een oceaangolf hijgend in je nek is echt niet breed. Bovendien is het inmiddels laagwater en de rotsen onder water tellen gewoon mee bij die 25 meter. Een Spaanse heer in een rubberbootje helpt ons bij het binnenlopen door naar de niet-zichtbare onderwaterrotsen te wijzen. Wij moeten meer naar bakboord en hij wijst met zijn handen dat het voor ons ondiep is. We varen rechtsom de haven in die – op 1 zeilbootje na – mudjevol ligt met alleen maar grote en kleine vissersschuiten. De totale haven is niet groter dan 20 bij 70 meter. Dit is de kleinste haven waar we ooit hebben gelegen! Paul zoekt de mooiste visserboot uit en daar gaan we bij aanliggen. Gezellig een aankomstborrel, met de Zilvervloot naar de kant en weer terug voor de borrel. Paul had ergens gelezen dat de Spaanse vissers in de maand augustus vakantie hebben, nou dat had hij mooi mis. Om 3 uur ’s-nachts worden we wakker van wat gerommel aan de overkant. Paul steekt zijn hoofd uit de kajuit en 2 van de 3 vissersschuiten die naast ons lagen blijken al weg te zijn. Dat kan toch niet, zo geruisloos. Voor de rest was er weinig slapen aan voor ons, want bij ieder motorgeluid zaten we weer rechtop in bed. Onze buren deden het wat charmanter: om een uur of 4 worden we met een claxon en het brullen van de motor uit bed geroepen. Vriendelijk vragen de vissers ons er tussenuit te mogen en maken onze boot los. Dan gaan ze er als een dolle vandoor: er moet vis worden gevangen! Zo wij liggen we dan ineens aan de kade in een bijna lege haven. Tja, Spaanse vissers in augustus op vakantie, echt niet! Vroeg in de ochtend, we zijn gelukkig al wakker (of nog steeds wakker?), meldt zich een vissersbootje om weer aan de kade te mogen liggen. We stonden al op het punt van vertrekken, maar we zetten er nu de sokken in om de trossen los te gooien. Dat is nergens voor nodig: de visser-op-leeftijd, met een prachtig door-weer-en-wind-getekend hoofd, verzekert ons dat hij geen haast heeft en dat wij dat ook niet hoeven te hebben: poco a poco (doe maar lekker rustig aan). Vrolijk zwaait hij ons na als we vertrekken. Deze haven staat in onze top 5, zo mooi en natuurlijk. Nog geen commercie. En de korte en steeds onderbroken nachtrust was eigenlijk best leuk.


21 Augustus, Gijon

Noord, noordoost 4, in zuidwest Biscay 5. Mooi windje om weer eens lekker te zeilen, en dat doen we dan ook. Nou ja, lekker; de golven zijn weer megahoog en we schuddebollen ons een weg naar Gijon. Maar we zeilen tenminste weer en de tocht gaat voorspoedig. We hebben weer een interessant gesprek met de havenmeester, die in Llanes blijkt te wonen en ons vertelt dat het daar elke dag feest is, waarbij hij gebaren maakt die ernstig drankmisbruik doen bevroeden. We verkennen de stad en schaffen ons een boodschappenwagentje aan, omdat we het zeulen met rugzakken vol boodschappen eigenlijk een beetje beu zijn. Dit is lekker lux! Tijdens onze zoektocht naar het wagentje en een wasserette komen we ineens een internetcafé tegen: da’s mazzel, want zo krijgen jullie deze laatste update weer en kunnen wij de vele mailtjes (dank, dank, dank) weer beantwoorden.