22-06   05-07   23-07   22-08   24-09   08-10   18-12   07-02-2004   22-02   02-05   10-05   WEER THUIS  

De volgende ochtend vertrekken de meeste mensen weer, we blijven nog een dagje. Even uitrusten van de ‘drukke’ week en we verdiepen ons weer eens in de nautiek en de update van onze site.

Het zeegebied Finisterre ligt achter ons en Porto voor ons. Even een weerberichtje van Finisterre en Porto voor morgen; northerly 3 or 4 increasing northeasterly 4 to 6. Smooth increasing slight to moderate en Porto northerly 4. Slight. Mooi om onze rit voor te zetten naar Ria de Astora naar Santa Eugonia de Riviera.


 24 september, Santa Eugenia de Riviera

Na ons dagje rust vertrekken we rond 13.00 uur uit de haven. Marianne neemt nog een paar fotootjes als afscheid. We hebben zeer genoten van dit plekje maar het wordt inderdaad weer eens tijd om te vertrekken. Het zonnetje schijnt hier nog steeds lekker. Het is 23 graden. Met een klein windje op de kop varen wij rustig uit Ria de Muros (een aanrader voor iedere zeezeiler). Tijdens onze tocht zien we een eindje van de boot verwijderd aan bak- en stuurboord diverse dolfijnen in het blauwe zout en we kijken tevreden naar elkaar: dit is waarvoor we het doen. In de avond komen we bij onze bestemming aan en laten het anker zakken. Het is weer tijd om de zon te zien zakken met een tapas en een alcoholisch drankje. Daarna een boekje lezen en weer naar bed. Druk, druk, druk. Marianne blijft versuft achter op de bank en wordt rond 4 uur in de ochtend wakker met een kwijlvlek net naast haar boek en brabbelt Paul toe dat hij haar niet wakker heeft gemaakt om naar bed te komen. Daarmee maakt ze Paul weer wakker en zo komt het dat de nacht voor ons beiden wat warrig verloopt. De volgende ochtend vernemen we van een Zwitsers schip, de Budlup, waarmee we eerder in de week een borreltje hebben genomen dat ze hun reis moeten afbreken wegens problemen met hun bedrijf in Zürich. Ze liggen naast ons voor anker en vragen ons mee te varen naar Vigo om nog een computerprogramma over te zetten. We vinden het wel jammer, want de rivieren die nog volgen zijn prachtig met vele eilanden om lekker te ankeren, maar we willen hen natuurlijk helpen en vertrekken dus rechtstreeks naar Vigo.


25 september, Vigo

Als we het eerste prachtige eiland passeren voelen we ons wel wat belabberd dat we dit moeten overslaan, maar dat wordt al snel weer goedgemaakt: als we een uurtje verder zijn ziet Marianne een eind voor de boot weer dolfijnen. We rennen snel naar de boeg en Marianne begint hard op de bijboot te trommelen die daar ligt. En….. de dolfijnen reageren en komen naar de Zilver! Het zijn er 3 dit keer, 1 grote en 2 kleine. We weten niet of het een moeder met 2 kleintjes is of een mannetje met 2 vrouwtjes. We zijn weer zo blij als een kind. De dolfijnen zwemmen zeker 10 minuten voor en onder de boeg met ons mee en geven ons zo de kans foto’s te maken. Geweldig, wat een prachtige dieren zijn het toch: af en toe gaan ze op 1 zij zwemmen om ons eens goed aan te kunnen kijken en we voelen ons weer alsof we de 1e prijs in een wedstrijd hebben gewonnen. Als ze weer vertrokken zijn kijken we snel of de foto’s gelukt zijn. Ja, gelukkig, ze staan erop. De wind is inmiddels wat gedraaid en we kunnen gaan zeilen. Het waait niet hard, dus af en toe liggen we bijna stil, maar het kan ons niet schelen: het is een prachtige dag en we hebben geen haast. Ria de Vigo is indrukwekkend om te zien. We nemen een route binnendoor, tussen wat eilanden. 1 Van deze eilanden is natuurreservaat, maar bij de andere mag je ankeren en aan land gaan. Misschien dat we dat nog gaan doen als we uit Vigo vertrekken en anders volgend jaar op de terugreis maar weer. Aan de andere zijde zien we weer heuvels en bergen met witte huisjes en voor ons tekent zich de stad af: tegen de heuvels aangeplakt zien we flatgebouwen, huizen, bomen, enorme cruise- en containerschepen, veerdiensten van en naar de eilanden, kortom het is een indrukwekkende drukte van belang. Deze rivier heeft dus werkelijk alles in zich: rustige eilanden, pittoreske dorpjes en een grote stad. We zeilen rustig richting haven en daar worden we door de havenmeester naar een plekje geloodst. ’s Avonds helpen we de Budlup met het computerprogramma en zij zijn zo aardig ons een pilotboek te verkopen van Spanje en Portugal. Daar waren we al een tijdje naar op zoek en aangezien zij hun reis toch afbreken kunnen zij het in Zwitserland weer makkelijk aanschaffen.

De volgende dag komen de andere bekende schepen weer binnenlopen met de benodigde welkomstdrankjes, dus het wordt weer laat. Geen probleem: morgen weer lekker uitslapen. Wij zijn eigenlijk meestal de hele dag bezig met-van-alles-en-nog-wat en vragen ons dan vaak af hoe we thuis daarbij nog hebben kunnen werken.


28 september, Isla del Faro

Dus toch nog even naar een van de eilanden die voor Ria de Vigo liggen, hoge rotsen aan de oceaankant en glooiende hellingen aan de kant van de Ria. Na water en diesel getankt te hebben vertrekken wij naar dit Bounty paradijsje. Met een heerlijk windje 4 Bfr. racen we ernaar toe en gooien ons anker op een metertje of 8 (hoogwater uit). We werpen de Zilvervloot overboord en roeien naar de kant om een heerlijke wandeling te maken. Echter, die wordt weer gauw verstoord: een soort Eiland Rancher komt op ons afgesneld om ons in uitstekend Spaans te vertrekken dat wij hier wel mogen lopen maar de hond niet. Na wat vragende gebaren waar dat beest dan moet poepen en plassen, mogen wij uiteindelijk in de ochtend en in de avond met Meis aan land voor haar behoeftes. Weet hij veel dat onze hond daar een uurtje over doet. Helaas is dit paradijs weer gebonden aan allerlei regeltjes.

Er staat al een paar dagen water onder in de motorruimte. Alle luiken worden weggehaald en Marianne alias Arendsoog gaat op inspectie uit. Paul alias voetzoeker had al geconstateerd dat het zoet water was door er een borreltje van te nemen. Na enkele minuten heeft Arendsoog de dader gevonden. De boiler heeft een overdrukventiel en dit lekt behoorlijk wat water, hoogstwaarschijnlijk door wat roestafzetting. Nadat Paul eraan heeft gefrunnikt en er een flukse klap met de hamer op heeft gegeven is het euvel weer verholpen. Frunniken kan hij als de beste.

In de avond worden wij door de Akane uitgenodigd om eigengeplukte verse mosseltjes te komen eten. Ze zijn schoon, groot en lekker. De schalen hoefden niet eens schoongemaakt te worden. Ons buikje vol en weer naar huis (boot). De volgende ochtend vertrekken wij naar Portugal.


Portugal

30 September, Viana do Castelo

Relaxed glijden we over het water richting Portugal. Onderweg worden we blij verrast door een kleine walvissoort die een eindje verderop sierlijk en gracieus “graast”. We zien de bolle zwarte ruggen en de staarten boven water en zelfs af en toe een ‘spuit’. Het is echter te ver weg om te zien wat voor een soort het is en hoewel de verleiding groot is, varen we er niet op af: als de beesten gezelschap zoeken komen ze zelf wel en anders storen we ze niet. Ook worden we diverse maken getrakteerd op een smakelijk schouwspel van dolfijnen rond onze boot, het lukt ons dit keer om mooie foto’s te maken. Spanje en Portugal worden gescheiden door een rivier en link en rechts de beide zijden van de rivier afturend, proberen we de verschillen tussen de landen te zien. Niks dus: witte huisjes tegen de berghelling aangekleefd in zowel Spanje als Portugal.

We arriveren in onze 1e Portugese haven, waar we de klok 1 uur terug moeten zetten. (Portugal kent geen zomertijd). Onderweg hebben we het hoe-en-wat in het Portugees weer ter hand genomen, om toch tenminste: “ik spreek geen Portugees” te kunnen zeggen. Het geschreven Portugees lijkt op Spaans, maar o wee, de uitspraak. We komen er al snel achter hoe dat klinkt, ’t lijkt wel Pools of Russisch: d’r is geen touw aan vast te knopen. Maar bij het binnenlopen van de haven worden we in perfect Engels te woord gestaan door een bijzonder vriendelijke havenmeester, die ons met zijn rubberboot een lift geeft naar het havenkantoor. (Zelfs Meis mag mee in de dingy en dat vindt ze altijd het mooiste wat er is. Ze gaat dan met haar poten over de voorkant hangen zodat haar oren als een soort Dombo-flappen uitwaaien). We gaan het stadje verkennen en de zoek-de-verschillen-met-Spanje bekijken. Nou die zijn er: we zijn in het land van de Portugese tegels. Bijna alle huizen zijn ervan voorzien. Sommige zijn echt prachtig en enkele gevels hebben zelfs hele schilderijen van tegels. Op de achtergrond van het stadje ligt hoog op een heuvel een kerk. Die willen we nog gaan bekijken. De weersvoorspellingen zijn slecht: er wordt veel harde wind verwacht (7 a 8 bfr.) en veel regen en onweer. Die belofte wordt de komende dagen ook waar gemaakt. De regen komt met bakken uit de lucht en de donderklappen zijn niet gering. De Loco Andante en de A-kant liggen ook in deze haven. Karin van de A-kant wil ook graag naar de kerk op de heuvel en aangezien Paul eigenlijk niet zo zin heeft in de klim, gaan Karin en Marianne samen met Meis terwijl Hans-Jurgen en Paul zich met gewichtige zaken zoals bierdrinken bezighouden. De klim is best heftig: na zo’n paar honderd traptreden zijn de dames bezweet boven en kunnen ze van het uitzicht gezien dat natuurlijk weer geweldig is. De kerk is ook erg mooi en blijkt pas 50 jaar oud te zijn, terwijl ie eruitziet als zijnde eeuwenoud. Naar beneden lopen is kasie en een terras met een kop koffie is een gepaste beloning voor alle inspanning. En ja hoor, ze zitten er net 1 minuut en wie zitten er aan de andere kant van het terras: juist, de heren. In de gutsende regen blijven we met z’n allen stug volhoudend op het terras onder de parasol zitten en we hebben het weer prima naar ons zin. De volgende ochtend worden we al vroeg uit ons bed getrommeld door Christine en Keith van de Poco Andante. Ze vragen of we zin hebben om met de bus mee naar Porto te gaan. Dat hebben we eigenlijk wel, maar ook in Portugal mag Meis niet in de bus. Aangezien Akane met regelmaat Meis wil kidnappen, vragen we hen of ze een dagje op Meis willen passen. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd en dus vertrekken we in de stromende regen richting Porto, een busrit van 5 kwartier. Daar aangekomen schijnt het zonnetje en we genieten van de mooie stad die op de heuvels is gebouwd. Dit is de befaamde port-stad en dat moeten we natuurlijk even gaan investigeren. We besluiten voor een rondleiding in de spelonken van Sandeman. Er is een klein museumpje en daarna worden we door Sandewoman hoogstpersoonlijk rondgeleid. Aan het einde van de interessante tour mogen we nog wat port proeven (lekkerlekker) en kuieren we de stad weer in. Het is er een drukte van jewelste want de ontgroeningsweek van de universiteit zit erop en dat wordt luidruchtig gevierd. De ene helft van de studenten draagt de beroemde Sandemancape (zo is het port-merk overigens ook aan de cape gekomen) en de andere helft heeft lege frisblikjes aan hun enkels vastzitten waarmee ze onder luid gezang door de stad trekken. Wij gaan gevieren nog lekker ergens wat eten en dan wordt het tijd om de bus terug eens te gaan zoeken. Het werkt allemaal niet zoals in Nederland: we moeten ergens buiten het centrum voor een café gaan staan en daar moet de bus dan langskomen. Het is eerst nog een heel gevogel om erachter te komen welk café we moeten hebben, maar de eigenaar van het restaurant waar we zitten pleegt enkele telefoontjes en even later zitten we in de taxi, want het is nogal een eind. Inmiddels giet weer waardoor de bus vertraging heeft en uiteindelijk zijn we pas om half 1 ’s nachts terug. Maar we hebben genoten! De volgende dag schijnt het zonnetje weer en hopla, op naar de volgende haven.


3 oktober, Leixoes

We weten nog steeds niet hoe je deze plaatsnaam moet uitspreken. Het klinkt zoiets als Leichkschjoesj. We hebben een heerlijke zeiltocht: de wind is goed en de golven zijn lekker lang en niet te hoog. En dan worden we getrakteerd op dolfijnen. En niet zomaar: ze zwemmen zo’n anderhalf uur met ons mee. Als af en toe de wind wat inzakt en we gaan niet meer zo hard, zie je ze in het heldere water een eindje verderop gewoon wachten tot we er weer zijn en hup, dan zwemmen ze weer mee. Het is een harde kern van 3 dolfijnen en tussendoor komen er andere ook even mee, zelfs een moeder met een kleintje. Op een gegeven moment, als Marianne voor op de boeg zit, zwemt onder haar een dolfijn mee en begint “te praten” met tweetonige hoge piepsignalen. Marianne brabbelt wat mensentaal terug maar tot een echt gesprek komt het helaas niet. Als we wat dichter bij onze bestemming komen, is de oceaan bezaaid met vissersvlaggetjes en –balletjes waar we echt doorheen moeten zigzaggen. We zijn bang dat 1 van de dolfijnen aan een net vast blijft zitten, maar ze zigzaggen gewoon met ons mee, terwijl ze af en toe naast de boot met elkaar ravotten. Pas als een grote vissersboot ons passeert verdwijnen ze. We hebben genoten! In het donker komen we in Leixoes aan en we hebben even moeite de smalle haveningang te vinden. De volgende dag gaan we de stad in. Het is geen mooie stad: veel industrie en geen heuvel te bekennen. Als we terugkomen in de haven ligt daar de Anna en wat later arriveert ook de Tadorna. Weer een feestje dus. Terwijl de wind is toegenomen tot een krachtje 7 gooien we al het eetbare op een hoop en dineren gezellig met z’n 6-en op de Zilver. De voorspellingen voor morgen: windkracht 8 a 9. We hoeven dus niet vroeg naar bed! De volgende dag worden we uitgenodigd door Bart en Yvonne van de Tadorna om naar Porto te gaan. Ach, waarom ook niet en we gaan dit keer met de taxi zodat Meis ook mee kan. Taxi’s zijn erg goed goedkoop en we zijn met z’n vieren. Lekker relaxen en naar de toeristen kijken. Het is gek, maar we vergeten zelf dat wij toeristen zijn. Zo voelen we ons niet. Slenterend door deze grote stad (de op een na grootste stad op Lissabon na) komen wij plots bij…….. hoe raden jullie het, een portproeverij van het merk Croft. Een van de oudste, die nog steeds traditioneel de druiven maalt door er met blote voeten op te stampen. Even slikken toen we dit hoorden. De Portugese gids sprak geweldig Engels en vertelde ons dat zij dit geleerd heeft, omdat op de tv ondertitelingen heeft bij buitenlandse films, net als in ons kikkerlandje. De portopslag van Croft is de hoogstgelegen in Porto en het is prachtig: we lopen over een laantje met een dak van druivenranken van het ene gebouw naar het andere en we proeven een 20 jaar oude port: heerlijk. Daarna gaan we een hapje eten en rond 21.00 uur zijn we weer terug (na een taxirit met de chagrijnigste chauffeur ooit). Ondanks de harde wind besluiten we de volgende ochtend te vertrekken naar Figueira da Foz.


6 oktober, Figueira da Foz

Waaw, een perfecte NE 5-6, met meer dan ruime wind blazen wij richting het zuiden. De golven zijn nog niet hoog en wij racen heerlijk door het sop. Al snel komen we voorbij Porto, wat enkele mijlen verder ligt dan Leixoes. We blijven dicht onder de kust, want een 15 mijl uit de kust waait het een stevige 7. Ondertussen blijven we genieten van de Atlantische oceaan: er is ook altijd wat te zien. We hebben gedurende de afgelopen maanden vissen, prachtige kwallen en krabbetjes in het heldere water naast onze boot zien zwemmen. We hebben metershoge golven op ons af zien afkomen die onze boot soepel laten meeliften. De glasheldere golftoppen die omslaan, de meeuwen die zich van hoge afstand met de kop naar beneden in het water storten en daardoor een fontein creëren. De Jan-van-Genten, prachtige vogels die rakelings over het water scheren en tussen de golven in enorm lang bewegingsloos kunnen zweven, soms simultaan met z’n vieren. De verschillende insecten die onze boot bezochten, variërend van vlinders tot motten en een insect ter grootte van een klein vogeltje. En eenmaal echt een klein vogeltje, merk onbekend, dat op de foto vereeuwigd is. De vissersschepen in prachtige heldere kleuren die zich een weg banen door de hoge golven met stoere vissers aan boord die altijd enthousiast terugzwaaien. De lucht met prachtige wolkenpartijen, de zonsondergangen en de maan die een zilverspoor over het water trekt. De kleur van het water in schakeringen tussen azuur- en oceaanblauw. En dan nog altijd de verrassing van het goede gezelschap van dolfijnen, die ons vandaag ook nog even komen bekijken. Het is een niet-ophoudende natuurfilm die aan ons oog voorbijtrekt en de Zilver brengt ons zonder problemen steeds verder naar het zuiden. Vandaag eindigt onze tocht met een windkracht 6 in de rug. We hebben alleen nog het grootzeil op, omdat de genua bleef klapperen, maar zelfs zo maken we af en toe een snelheid van 8,5 knopen!

Eenmaal in de haven aangekomen keert alle rust weer terug. Eerst inchecken in het douanekantoor en daarna een box opzoeken. Tot nu toe moeten we nog iedere keer onze paspoorten en bootpapieren meenemen en we vragen ons af waarom ze geen landelijk systeem hebben. Ach wat maakt het ook uit, we hebben alle tijd. Terwijl we nog bezig zijn met aanleggen, roept de Poco Andante dat het eten over 10 minuten klaar is, wat een service. Deze uitnodiging slaan we niet af en rond een uur of 1 rollen we met een volle maag het bed in. De volgende dag wordt Meis door de Tadorna geleend. Ze gaan naar het strand en willen Meis graag meenemen. Dat is niet tegen dove-hondenmansoren gezegd. Wij maken van de gelegenheid gebruik om boodschappen te doen en te internetten. We kunnen gelukkig de mails beantwoorden, maar het plaatsen van nieuwe foto’s en het nieuwe verhaal op de site mislukt. Over enkele dagen maar weer eens proberen. Meis komt ’s avonds moe maar voldaan terug. Figueira da Foz is een aardig stadje. Best groot, maar niet spectaculair mooi. In de haven wemelt het weer van de harder-vissen. Dit keer niet in tientallen maar in honderdtallen. Onder sommige boten ziet het er zwart van en bij elke stap die je op de steiger zet hoor je geplons naast je. De volgende ochtend vertrekken we op ons gemak naar de volgende haven.


8 oktober Nazaré

Als we vertrekken is de wind minimaal. Er is 5-6 voorspeld, dus we houden de klapperende zeilen maar een beetje in bedwang in afwachting van. We zijn tegelijkertijd met de Tadorna uitgevaren en we kunnen wat foto’s van hun boot met spinnaker maken. Nadat de wind enkele malen draait, komt ie stabiel van achteren. Niet al te hard, dus na het gebruikelijke getreuzel zetten we de spinnaker op. Dat scheelt in de snelheid: af en toe vliegen we met 8,5 knopen over het water. De golven zijn hoog, zo’n 3 meter, maar de boot blijft onder druk van het zeil stabiel varen. Dan valt ineens binnen 5 seconden de wind compleet weg. We proberen de spi vol te houden, maar de druk van de golven geeft meer wind dan de wind zelf en tot onze grote schrik zit de spinnaker ineens helemaal om onze opgerolde genua gewikkeld. En we krijgen ‘m niet meer los. We proberen van alles, maar niets helpt: de omwikkelingen zijn veel te strak om nog iets te kunnen doen. Uiteindelijk trekken we ‘m met veel geweld naar beneden: uit met de spinnakerpret. Als we zitten uit te puffen van het harde werk, komen dolfijnen ons troosten. Het is een flinke familie met vaders, moeders en kleintjes. De allerkleinste heeft d’r zin in en springt enthousiast enkele malen boven het water uit. Marianne-op-de-boeg geniet van 8 dolfijnen die volledig simultaan naast elkaar zwemmen. Gelukkig is de wind weer aangewakkerd en we kunnen weer lekker zeilen richting de haven. Daar worden we opgewacht door een Engelse havenmeester die ons naar de vissers-aanlegsteiger dirigeert omdat de haven vol is. Da’s toch ook wat: de haven vol buiten het seizoen. Meis wordt in een tas naar boven getakeld en samen met de Poco Andante en de Tadorna wordt een flinke pan paella soldaat gemaakt. De weersvoorspellingen voor de komende dagen zijn warm weer en geen wind. We besluiten hier maar eens een weekje te blijven en een vakantie in een vakantie te hebben en dat blijkt geen verkeerde keuze te zijn. De nachten aan de visserssteiger kosten 4 euro en in de haven 8 euro. De dagen hebben temperaturen van ongeveer 25 tot 28 graden. De havenmeester is een toffe peer en geeft ons allerlei leuke en bruikbare tips. We wandelen via een prachtige duin naast de haven naar het strand en daar wacht ons een immens schouwspel: de golven rollen met enorme kracht op het strand af. Ze zijn zo’n 3 meter hoog en slaan net voor het strand met kracht om, hetgeen een oorverdovend gebulder geeft en enorme schuimmassa’s. We raken er bijna niet op uitgekeken. Je kan niet dichtbij komen, dat is te gevaarlijk en af en toe slaan de golven zo hard over dat we moeten rennen om niet doorweekt te raken.

We hadden al eens tegen de Tadorna gezegd dat we graag op hun boot willen meezeilen, omdat het zo’n bijzonder schip is: een prachtige houten Folkboot, van 7,6 meter en da’s best klein op de hoge golven van de Atlantische Oceaan. Samen met de Poco Andante worden we uitgenodigd om een dagtochtje zeilen te maken naar een baai die 5 mijl verderop ligt. De baai staat bekend als de plek met het warmste water aan de westkust van Portugal. Nou, dat willen we wel zien! Keith, van de Poco Andante gaat met de bijboot en de rest van het gezelschap stapt met zwemkleding en versnaperingen gewapend aan boord van de Tadorna. Het is een prachtige dag en in de baai kunnen we lekker gaan zwemmen. Helaas is er te weinig wind, dus we kunnen maar heel even zeilen op het prachtige schip en daarna moet de (buitenboord)motor aan. Om in de baai te komen moet je de aanwijzingen in de pilot goed volgen: het is een kleine ingang tussen 2 rotspunten door en er staat een stevige golfslag. Als we de ingang zijn gepasseerd wacht ons echter geen romantische baai met azuurblauw water en wuivende palmbomen. Oeps. Er staat ineens een harde gemene koude wind, het water is bruin en ondoorzichtig en rondom te baai is een dorp gebouwd dat de schoonheidsprijs ons inziens ook niet verdiend. De Tadorna gaat voor anker en Keith brengt ons in 2 keer met de dingy naar de kant. Bibberend zitten we op het strand met een koelbox naast ons. Geen van ons voelt ook maar enigszins de behoefte om te gaan zwemmen, dus we houden het bij een drankje en een zak chips. Meis heeft het natuurlijk enorm naar haar zin: strand, water en bal en ze zwemt er op los. De wind zet steeds harder aan en we zijn onderhand vernikkeld dus de dameshelft van het gezelschap neemt weer plaats in de bijboot om naar de Tadorna terug te varen. Kleumend wachten we op de afvaart en net als de boot los is van het strand komt een enorme golf over. Dankuwel. We zijn allemaal drijf- en drijfnat en tot op het bot verkleumd en klappertandend worden we op de Tadorna afgezet zodat Keith de heren nog kan ophalen. Ook daarbij gaat het mis: wederom een hoge golf, waarbij Bart onder de bijboot beland. Gelukkig loopt het goed af. Als we naar de ingang van de baai kijken ziet het er allemaal niet zo florissant uit: hoge golven met brekers. Onder zeil varen we er door en het valt allemaal gelukkig mee. Buiten de baai is de wind een stuk minder, maar we hebben ‘m tegen en moeten dus kruisen. Totdat ie natuurlijk helemaal wegvalt en de motor weer aanmoet. Ondertussen doet Meis haar best de hele boot onder te kotsen: te veel zeewater. In het donker komen we weer terug in de haven.

Het dorpje is weer mooi. Het ligt op ongeveer 15 minuten lopen van de haven maar het is de moeite waard. Op het strand staan zeer bijzondere viskramen: de sardines worden op rekken bevestigd, allemaal keurig op een rijtje met de koppen er nog aan. Het ziet er erg mooi uit. De dames bij de kramen zijn ook bijzonder: ze hebben een klederdracht met wijde rokken en omslagdoeken en ze hebben allen een doek om hun hoofd gewikkeld. Ook in de supermarkt waar we inkopen doen, staan deze dames in de rij. En: ze hebben het vermogen manden en andere zaken op hun hoofd te dragen. Bij de kassa zien we hoe een van de vrouwen een doos op haar hoofd zet en er zo de winkel mee uitloopt, prachtig! En wat natuurlijk altijd fijn is: er is een internetcafé. Voici!