22-06   05-07   23-07   22-08   24-09   08-10   18-12   07-02-2004   22-02   02-05   10-05   WEER THUIS  

2 Mei, Cascais

’s-Avonds komen de 2 zeilboten, een trimaran en een Folkeboot, die in de baai voor anker liggen ineens de haven ingevaren. We vragen ons af waarom, maar we horen al snel van de mensen van de Folkeboot dat er een stevige storm op komst is. Zoals iedere zeiler beginnen we opnieuw de weersinformatie te bekijken, zeker omdat we de morgenochtend vroeg willen vertrekken. Om de maan staat een zeer grote wazige cirkel, een halo, hetgeen inderdaad kan aanduiden dat er een weersverandering zoals storm op komst kan zijn. Een oud Hollands gezegde is dan ook: kring om de maan, regen komt eraan. De vooruitzichten waren eigenlijk goed, maar Sines is het centrum van drie depressies, zodat je het nooit kan weten. Op dat moment is het echter windstil. Even daarna komen Jens en Maria, van de trimaran, die we al eerder hebben gesproken, ons vragen of we ook gek worden gemaakt door de stormmededeling van het andere zeilbootje. Onder het genot van een wijntje komen we tot de conclusie dat we eigenlijk nu (23.00 uur, midden in de nacht) moeten gaan. Maar aangezien hetgeen we nu doen (wijn drinken) eigenlijk zeer gezellig is, gaan we dus maar niet. De conversatie gaat wel uitermate grappig: Jens is een Duitser die jarenlang in Brazilië heeft gewoond en Maria is een Portugese die heel lang in Frankrijk heeft gewoond. Jens en Maria spreken met elkaar Braziliaans en Portugees, want Maria spreekt geen Engels of Duits en Jens spreekt geen Frans, wij spreken met Jens Duits en Engels en Marianne praat met Maria in het Frans. En dan moet er tussendoor af en toe nog wat vertaald worden voor elkaar. Kan je je voorstellen dat onze tongen af en toe dubbelslaan, en echt niet van de drank! We spreken af dat we morgenochtend om half 7 bij Jens en Maria een bak koffie gaan drinken en dat we dan vertrekken. Als de wind, c.q. storm komt, kunnen we nog altijd voor top en takel terug naar Sines. Zo gezegd, zo gedaan. Het is een mooie dag en warempel kunnen we de eerste 5 uur heerlijk hoog aan de wind zeilen. Rond de kaap (altijd weer die kapen!) verandert de windrichting en moeten we  tegen de wind en golven in, met de motor aan. De golven komen vrolijk op ons dek kijken en af en toe werpen ze zelfs een blik richting kuip. En dan begint de misère: Marianne gaat naar beneden om haar regenkleding en laarzen aan te doen en plots roept ze luid dat 1 van de watertanks lek is. Bij inspectie ziet ze dat er zeer veel water onder in het bilge staat en door het geschommel klotst het hard tegen de onderkant van de vloer. Paul komt naar beneden en wil bevestigd hebben dat het inderdaad zoet water is. Hij pakt een kopje en neemt een slokje, jakkie het is zout water. Allemachtig, waar komt dit vandaan? Dit is de nachtmerrie van elke watersporter: dat je boot vol water loopt en je weet niet waar het vandaan komt. De lichte paniek die opsteekt wordt direct omgezet in actie. De automatische bilgepomp wordt aangezet en de grote handpomp wordt gebruikt. Tot overmaat van ramp vergeet Paul, alvorens hij als een dolleman gaat pompen, het afvoerputje van de wasbakken af te sluiten en ja hoor: een fontein van afvoerwater spuit uit de gootsteen recht omhoog tegen het plafond en besprenkelt zo de halve boot met een putlucht waar het Bossche Riool jaloers op zou zijn. Gelukkig is het water snel weg, maar de lucht blijft helaas nog de hele dag hangen. Ach ja, beter een Eau de Cologne a la Bosch Riool dan je boot op de bodem van de oceaan. En dat is diep, want we gaan net over een stuk van 1100 meter. Het zoute water blijkt te komen van een kapotte terugslagklep van de automatische bilgepomp. Gelukkig weten we nu waar het vandaan komt en het probleem is snel opgelost.


De laatste 15 mijl zet de wind stevig aan: 5 a 6 Beaufort, precies uit de richting waar wij naar toe moeten. Al hakkend komen we aan in Cascais en gooien ons anker uit. Naast de nieuwe haven van Cascais liggen we achter de rotsen goed beschut tegen de komende storm uit het noordwesten. Dat blijkt ook uit het feit dat alle vissers daar liggen en niet in de haven. En natuurlijk is het hoog seisoen per 1 mei begonnen, wat inhoudt dat we weer eens 40 euro per nacht betalen als we de haven ingaan en dat geven we liever uit aan lekker eten en drinken.


Jens en Maria hadden een niet zo comfortabele tocht, hun trimaran is 8,50 meter lang en de golven gooiden hele badkuipen vol zout water in hun gezicht. Bij elke golf werd hun boot opgetild en kwamen ze met een smak tot stilstand. Als verzopen gezouten katjes gooien ze hun anker uit en we bieden ze aan om bij ons aan boord op te warmen. De 2 pizza’s die we voor deze tocht hadden aangeschaft worden lekker met z’n vieren verorberd.


De volgende dag is de wind aangezet en met 42 knopen raast de wind over de stad en……… ook over ons. Maar dan letterlijk óver ons: we liggen superbeschut voor deze noorderstorm, doordat we dicht tegen de rotsen aanliggen. Het anker houdt de boot stevig in bedwang. Het enige nadeel is dat onze Zilvervloot een kapotte schroef heeft en we tegen deze heftige wind in moeten roeien voor zowel onze als Meis d’r boodschapjes. En 1 van onze roeidollen is stuk. Provisorisch tackelt Marianne dit probleem en we kunnen stevig roeien. Aan 1 van de vele strandjes zit een duikschool, die 2 duikflessen heeft staan van iemand die ze in een vlaag van verstandsverbijstering heeft gekocht en daarna uitvond dat ie problemen met duiken had. De arme man wil ervan af dus Paul kan een nieuwe 10 liter aluminium duikfles voor 100 euro op de kop tikken (zijn oude fles moet worden gekeurd en dat kost al 80 euro). De eigenaar van de duikschool (een aardige Engelssprekende Duitser), zegt dat hij ook wel snel een nieuwe borgas met rubbertandwiel voor onze kapotte Zilvervloot kan regelen. Binnen 2 dagen. En omdat meneer Duitser is en omdat we in Duitse grondigheid geloven, is dat wel vertrouwd. Helaas, helaas, ook hij lijdt aan de mañana-ziekte. Na 8 dagen en oneindig keer bellen heeft hij het dingetje en samen met de goeie man drinken we er vrolijk een biertje op. 


5 Mei komen Marcelle en Mike aan boord met maar liefst 5 kilo drop en vele kilo’s meer gezelligheid. Ze zijn met het vliegtuig naar Lissabon gevlogen en komen met de bus naar Cascais. Natuurlijk moet hun aankomst direct gevierd worden en we zoeken een strandtentje op waar we wat kunnen eten. Nou da’s niet echt moeilijk. ’s-Avonds roeien we in 2 etappes terug naar de Zilver. 4 Volwassenen met 2 dikke tassen zijn iets teveel voor de Zilvervloot. Paul heeft 4 mooie Red Snappers gevangen (in de winkel wel te verstaan). Deze worden lekker in de over bereidt en samen met een glaasje wijn soldaat gemaakt. Er is natuurlijk weer een hoop bij te praten, maar onze gasten hebben een lange en vermoeide dag achter de rug en duiken lekker in hun opgemaakte bedden. De volgende ochtend waait het nog stevig en we besluiten de stad onveilig te maken. We wandelen door Cascais en gaan op zoek naar een zoete-taartjes-tent, aangezien Mike liefhebber is. Dat is natuurlijk weer geen probleem: taartjes in overvloed en ene nog zoeter dan de andere. Op de weg terug komen we Jens, Maria, Hans Jurgen en Carin tegen. Dus maar weer aan de wijn en tapas. Wat is het toch tobben! De twee dagen daarna blijft het hard stormen en we blijven rustig liggen, aangezien onze nieuwe bemanning daar geen problemen mee heeft. Er wordt veel gekletst en geluierd en de tijd vliegt voorbij. Bij een uitstapje naar wal gaan Marcelle en Marianne ‘even’ een kledingzaakje in. Nu ja, even…. Terwijl de mannen hun best doen de kastelein van de strandtent op vakkundige wijze van z’n bier af te helpen, doen Marcelle en Marianne hetzelfde, maar dan op kledinggebied. Ze sleuren zo ongeveer de halve winkel mee richting kleedhokjes en hebben zo’n anderhalf uur pret door alles aan te sjorren waarvan ze alleen al het vermoeden kunnen hebben dat het wel eens bizar zou kunnen staan. Maar uiteindelijk worden er natuurlijk toch aankopen gedaan (zucht: vrouwen!). Omdat de sterke wind uit het Noorden maar niet wil ophouden, besluiten we de morgen naar Lissabon te zeilen.


8 mei, Lissabon


We verlaten het veilige ankerplaatsje en terwijl we wegvaren zien we een relaxed Engelse zeilbootje wijzen naar ‘ons’ ankerplekje. Maar terwijl ze erop af varen, raken ze verstrikt in een meerlijn van 1 van de vissersboeitjes. Het eerst zo’n rust uitstralende zeilbootje komt tot leven: uit ieder gat komt iemand tevoorschijn en iedereen kijkt geobsedeerd naar de lijn die bij de schroef zit. Maar daar blijft het gelukkig bij: er is geen schade. We zwaaien bemoedigend en de schipper zwaait met zwetend hoofd krampachtig terug. Het is heerlijk om weer te zeilen, ook al is het in de verkeerde richting. Mike staat z’n mannetje aan het roer en het is wederom prachtig om de stad binnen te varen. We passeren grote cruiseschepen en het zonnetje doet z’n best ons tochtje nog een extra dimensie te geven. We gaan dezelfde haven in als de vorige keer en gaan zelfs aan hetzelfde steigertje liggen. Jammer genoeg krijgt het zonnetje last van een paar flinke donkere wolken en het kost de kopenen ploert moeite om ons te bereiken. Maar de wolken zien er dreigender uit dan ze zijn en wringen er met grote moeite alleen maar een paar natte druppels uit. We plannen van alles maar uiteindelijk komt het er niet van: we zijn allemaal wat loom en hebben het zo druk met nietsdoen dat we gewoon aan boord blijven. Mike en Marcelle blijven lekker aan boord luieren terwijl wij met Meis naar de supermarkt lopen. Het is een behoorlijk eindje lopen, maar we weten de weg. Totdat we er zijn, dan slaat de twijfel toe. Hier stond toch een grote supermarkt? We lopen nog een paar blokjes om, maar niks hoor. Op de plek waar enkele maanden geleden nog een enorme supermarkt stond, is nu alleen nog een groot gapend gat te zien. We vragen nog aan iemand of er een andere supermarkt in de buurt is, maar ook dat is niet het geval, dus onverrichter zaken keren we terug naar onze gasten. Maar geen nood, er zijn genoeg noodvoorraden aan boord om nog een lekker maaltijdje tevoorschijn te toveren. De volgende dag maken we een wandeling langs het water en door de prachtige tuinen van de wijk Belem. Op de terugweg zegt Paul, terwijl hij wijst naar een appartementgebouw waar op 4 hoog een man voor een open raam staat “Die man lijkt wel stoned”. Nog geen seconde erna ziet hij de man steil achterovervallen. We horen een doffe dreun en een gil van de andere mensen in het appartement. De man was niet stoned, maar stond op het punt om flauw te vallen (althans dat hopen we). Gelukkig viel hij niet voorover, dat had hij niet overleefd. Een paar deuren verderop wordt was huisraad uit het raam gesmeten. Lekker buurtje is dit. Al met al is het is een flinke wandeling geworden en tegen de tijd dat we bij de boot terug zijn is iedereen doodmoe. Voor ’s avonds staat eigenlijk een bezoek aan een Fado-restaurantje op het programma, maar niemand heeft nog zin 1 stap te verzetten. We bespreken wat we de volgende dag zullen gaan doen. Marcelle vindt het leuk om te varen, dus besluiten we weer richting Cascais te gaan. Het is toch wel een magnifiek rustiek ankerplekje. De wind zet die dag aan en we verwisselen de genua voor de high aspect, zeker omdat we hoog aan de wind moeten varen. Met een noodgang denderen we met de stroming mee de rivier af richting open zee. Inmiddels waait het windkracht 6 met af en toe 7, maar de golven zijn nog niet hoog dus de vaart zal er stevig inblijven hopen we. Net aan het einde van de rivier monding is een aantal vissers druk bezig hun netten binnen te halen. Op hun open vissersboot staat een groot rad van fortuin waarmee gedraaid wordt om het net in te halen. Eén van de vissers begint ineens naar ons te schreeuwen en gebaart iets onduidelijks. Het blijkt dat vlak voor onze boot een dikke lijn ligt, die vast zit aan een boei 50 meter verder op. Marianne gaat direct overstag en dat varkentje is gelukkig ook weer gewassen. Omdat de stroming in de rivier sterk is, maken de vissers hun boten vast aan ankers om hun netten binnen te halen. Je moet het maar weten allemaal, maar de visser die 2 minuten geleden nog met zijn vinger naar zijn voorhoofd wees, gebaart nu dat het allemaal weer in orde is en wij zwaaien weer vrolijk terug. We hebben een heerlijke zeiltocht terug naar Cascais, waarbij zelfs Marcelle met stoere blik het roer ter hand neemt.


10 mei, alweer Cascais


We gooien het anker uit op hetzelfde plekje en genieten van de zon. De volgende ochtend vertrekken onze gasten weer, het was veel te kort en beregezellig! Bedankt M&M, ook namens M.

De weerkaart geeft aan dat een hoog drukgebied boven Europa ervoor gaat zorgen dat de harde noordwind plaats gaat geven aan geen of variabele wind. Eindelijk we kunnen weer verder. En natuurlijk: omdat de heersende wind noord tot noordwest is hadden we volgens de echte zeebonken niet hoeven te wachten en te motoren, maar hadden we naar Madeira kunnen zeilen met een half windje (kracht 7, 8, of 9 met golfhoogtes van 6,5 meter) en van daaruit een slagje kunnen maken richting Engeland. Ach ja, da’s ook een manier. 


13 mei, Peniche


In de avond lopen we de haven binnen. Peniche heeft maar 1 langs-steiger die al helemaal vol ligt met gasten. Er passen maximaal 6 boten van onze lengte aan. We pikken er een gelijkwaardige bootgrootte uit en vragen in gebarentaal of we langszij mogen. De Engelsman haalt z’n schouders op en het antwoord luidt meer nee dan een ja. Marianne zegt tegen Paul dat we nu al merken dat we weer richting huis gaan met dit soort reacties. Dan wijst de man naar de andere kant van de steiger, daar is nog plaats vrij, maar het is manouveren door de nauwe opening. De Engelsman blijkt toch aardiger dan we dachten. Hij helpt ons aanleggen en vertelt dat de hij in de aanvoerroute van de visserskade ligt. De vissers komen met een knoopje of 5 de haven in en trekken een geweldige boeggolf, waardoor alle boten tegen de steiger aan knallen. Daarom wilde hij liever niet dat we bij hem kwamen aanliggen. We liggen prima aan de andere kant van de steiger. Als we ons gaan melden bij het havenkantoor, blijkt dat de prijs met 100% gestegen is. Deze prijsstijging is het besluit van het management, omdat ze onder modaal zaten, maar dat is vette pech voor ons. De havenmeester waarschuwt ons voor de komende 2 havens. Daar is hetzelfde mee gedaan. Water bijvullen en een lekker lange warme douche doen ons het prijzenverhaal vergeten en met een boek lekker op de bank liggend komen we de avond door. 


14 mei Nazaré


Het weer blijft rustig dus we moteren verder naar het noorden. Onderweg rekenen we uit dat de prijs van 6 euro (die we op de heenreis betaalden) met 200% verhoogd mag worden en dan nog is de prijs OK. Maar aangekomen in Nazaré moeten we 29 euro betalen. Wauw, daar kan je een hoop lekkere dingen voor kopen en doen. Ach alles heeft zijn prijs: op het terrasje van het zeemansbarretje naast het havenkantoor zitten Jens en Maria en ze vragen of we bij ze komen zitten. Hier betaal je voor een flesje bier 60 cent en dat is dan weer lekker goedkoop. We kijken of onze muurschildering nog op de muur staat. Ja hoor, Zilver schittert prachtig in de ondergaande zon!



15 mei Aveiro


Het wordt weer eens tijd om te ankeren, temeer omdat we een sms-bericht van Akane krijgen dat ze in Figuera da Foz maar liefst 40 euro moeten neerleggen om 1 nachtje in de haven te mogen liggen. Deze prijsverhogingen zijn buitenproportioneel! Buiten dat: het weer wordt steeds aangenamer en dan is ankeren sowieso fijn. Ria de Aveiro en veel van de Portugese havens worden altijd omschreven als moeilijk aan te lopen havens. Nu kunnen we ons dat wel voorstellen bij een storm. Maar ook al staat er een zeedeining, dan breken de golfen altijd stevig tegen de dammen en als je eenmaal binnen bent is het rustig. Als je de instructies in de pilot en van de vissers maar volgt, gaat het altijd goed. Eenmaal binnen gooien we het ankertje uit achter de dam en de rust in het water is volledig terug. We zijn hier vorige keer niet geweest en genieten weer van deze nieuwe omgeving. Er is een strand voor Meis (nou ja, ook een beetje voor ons dan). De nacht is helder en we hebben inmiddels gemerkt dat in deze contreien de wind in de nacht telkens gaat liggen. Dus: anker alarm aan en lekker slapen.


16 mei Leixoes

Leixoes is een van de grote industriehavens, maar het heeft een makkelijke aanloop en in de noordhoek kan je ankeren mèt strandje voor de hond. Wat wil je nog meer? Onderweg laat de wind het helaas nog steeds afweten. Maar àls de wind aan komt zetten, gaan direct de zeilen op en zetten we de motor UIT. Heerlijk is die rust! Als op een gegeven moment de motor weer aanstaat, horen we plots een knal. De schroef en het roer staan beginnen te trillen. Snel zetten we de motor uit en kijken achter de boot. En ja hoor: achter de boot zien we een stuk vissernet van ongeveer 25 meter met daaraan een nylonlijn van 6mm en dat hele zootje slepen we achter ons aan. De oceaan is gelukkig rustig en met wat voor- en achteruitslaan van de motor krijgen we de lijn los van de propeller. Paul trekt het net eruit en tot onze grote verrassing zitten er zelfs nog een flinke schol en een klein haaitje in. Hebben we dus eindelijk een keer beet! Maar helaas, de vissen zijn dood, dus we geven het handeltje maar weer terug aan de oceaan. Als we weer verdervaren trilt de schroef en we hebben het vermoeden dat er nog een stuk lijn om de as zit die voor een stuk onbalans zorgt. We tuffen verder en krijgen dan een verstekeling op het voordek. Een doodvermoeide duif, met meer ringen aan zijn poten dan André Hazes aan zijn vingers, heeft de Zilver uitgekozen om eens lekker uit te rusten. Marianne zet een schoteltje met water en wat brood voor z’n neus (nou ja, snavel eigenlijk), dat aftrek vindt. Als dank schijt de duif enkele keren op het dek. Aangekomen in Leixoes heeft het beestje genoeg gerust en vliegt weer verder naar zijn bestemming. Als we in Leixoes het anker hebben uitgegooid, duikt Paul in het water en hij pulkt nog een meter nylonlijn van de schroefas. Het water in de haven is kraakhelder en hij ziet op het roer van voor tot achter een dikke streep waar het visnet alle anti-fouling heeft weggeschuurd. Mooi taakje erbij als we in Holland terug zijn. Waar we overigens niet te veel aan willen denken.


17 mei Povoa de Varzim

De ochtend vroeg gaan we weer op pad en gelukkig klinken de motor en de schroefas weer normaal. Maar helaas, niet voor lang. We zijn nog maar net op pad of Marianne hoort weer een knal. Niet zo hard als de vorige keer, maar toch. En ja hoor, weer maakt onze schroef herrie. In onze hele vakantie, en dat is toch al 12 maanden, hebben we nog geen lijn in de schroef gehad en nu 2 dagen achter elkaar. Het kabaal en het trillen vallen mee en we besluiten er straks in de haven naar te kijken. Even daarna roept Jens, die een eindje voor ons vaart, ons op over de marifoon, met de melding dat zijn motor een vreemd geluid maakt. We geven hem als advies maar eens naar de schroef te kijken voor een verdwaald lijntje. Maar dat heeft hij al gedaan en er zit niets in. We varen naar hem toe en hij vraagt of we achter hem kunnen blijven zodat we in geval van nood kunnen helpen. Dat is voor ons geen moeite, omdat we toch al 2 mijl achter hem zaten. Povoa de Varzim is een gezellig haventje, tot onze grote verrassing, want de pilot schrijft nogal minachtend over dit plekje. Moeilijk aanlopen, geen leuke haven, enz. Maar de aanloop is helemaal geen probleem, want het kanaaltje is gedregd. Ankeren is wel een uitdaging: we gooien het anker uit in het baaitje, maar het is er veel te ondiep. Met hoog water hebben we 2,5 meter onder onze kiel en dat is te weinig. Dus maar een box in, maar eerst even tanken aan de visserskaai. Tijdens het tanken raakt Marianne in gesprek met een oudere man die ons helpt aanleggen. Hij vindt het fijn om Frans te spreken omdat hij 30 jaar lang in Frankrijk heeft gewoond en gewerkt. En Marianne heeft gelukkig met Maria al heel wat kunnen oefenen. Dan vertelt de man (genaamd José C. Nunes) dat hij een dichter is en al 2 dichtbundels op zijn naam heeft staan. Hij heeft een kantoor bij het tankstation (hij is al enige tijd gepensioneerd maar “niksdoen is een beetje doodgaan” zegt hij) en hij laat vol trots zijn werk zien, 2 kleine bundels in het Portugees. We besluiten er een te kopen voor onszelf (leuk om Portugees te oefenen en laten we eerlijk zijn: je komt niet iedere dag een echte dichter tegen) en de andere willen we aan Maria geven voor het afscheid. De man heeft echter maar 1 boek direct beschikbaar en hij belooft de andere wat later op de dag naar onze boot te brengen. We betalen het kleine bedrag voor de 2 boeken en verkassen naar de haven. Daar worden we worden welkom geheten door uitermate enthousiaste mensen. De havenprijs is prima en we besluiten hier een dagje extra te blijven. In de loop van de middag komt onze dichter langs en we geven hem natuurlijk een wijntje. José en Marianne zitten weer lekker in het Frans te kletsen, helaas kan Paul het maar gedeeltelijk volgen. Hij vertelt ons dat het dorp Povoa de Varzim niet zo mooi is, maar dat zijn eigen woonplaats en tevens zijn geboorteplaats Vila do Condo een prachtig oud stadje is met veel bezienswaardigheden en bijzondere kerken. Plotseling springt hij op en nodigt ons uit met hem in de auto mee te gaan voor een rondleiding door ‘zijn’ stad. Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen! Hij rijdt ons enkele uren lang rond en brengt ons naar allerlei bezienswaardigheden. We stoppen regelmatig om een (inderdaad erg bijzondere) kerk te bezoeken of van een mooi uitzicht te genieten. Hij brengt ons naar een eeuwenoud klosster waarvandaan een kilometers lang aquaduct begint en Marianne heeft spijt als haren op haar hoofd dat ze de fotocamera vergeten is mee te nemen. Uiteindelijk trakeren we hem op een drankje en een hapje in een zeer bijzonder restaurantje waar hij ons eigenlijk wilde trakteren op een drankje, maar dat willen we natuurlijk niet. Hij zegt dat hij het heerlijk vond om ons rond te leiden en ons zo met Portugal kennis kan laten maken en tegen de avond brengt hij ons weer terug naar de boot. We bedanken hem honderdvoudig en het enige wat hij als tegenprestatie vraagt is of we hem een ansichtkaart van ons plekje thuis opsturen. Daar hoeft ie niet bang voor te zijn, want wat was dit bijzonder! 


De volgende dag verwijdert Paul weer een lijn uit zijn schroef en plaats een nieuwe anode op de as, die  er waarschijnlijk tijdens het ongelukje met de lijn om de schroef is afgevallen. Overigens zorgt de havenmeester ervoor dat we dezelfde dag nog de nieuwe anode krijgen. Die man is echt ontzettend behulpzaam! We kunnen ook van de wasmachines in de haven gebruik maken, maar dat wordt natuurlijk weer eens een enorm fiasco: de machines willen niet centrifugeren en er blijft water instaan, de was komt er stinkend uit en het einde van het verhaal is dat Marianne 2 machines vol nog eens met de hand mag gaan staan wassen. Dit hebben we al zo vaak meegemaakt onderweg! Dezelfde dag komen de ouders van Maria met het dochtertje van Maria naar Povoa de Varzim. Het dochtertje komt een paar dagen op de boot logeren en we worden uitgenodigd met de hele familie mee te gaan lunchen. De voertaal met de ouders is Frans en het wordt een gezellige lunch. We worden uitgenodigd met de ouders mee terug te rijden naar hun huis in de bergen om een paar dagen te komen logeren. Wat vreselijk aardig! We moeten het aanbod helaas laten schieten: ten eerste omdat we verder moeten, de tijd begint te dringen om op tijd thuis te komen en we moeten gebruik maken van het goede weer en ten tweede omdat Meis niet mee kan in de auto. Jammer maar helaas: we hadden het graag gedaan. Jens en Maria krijgen ’s middags hun auto en wij kunnen meerijden naar de supermarkt om weer eens flink in te slaan. Jens heeft de volgende dag een afspraak met een monteur en laat zijn trimaran droogvallen voor onderhoud. Voor ons is het weer tijd om te vertrekken, het weer is uitstekend. Met de koelkast en voorraadkasten vol vertrekken we van dit leuke plekje. Overigens, de 2e overnachting hoeven we niet te betalen: die is gratis. Wonen hier alleen maar aardige mensen? 


19 Mei Viano Do Castello


We komen erachter dat dit alweer de laatste Portugese haven is en we willen nog wat sigaretten kopen. Die kosten hier de helft van de prijs in Nederland en Spanje heeft Mariannes merk niet. Als we door het kanaal richting haven varen, zien we allerlei gepavoiseerde oorlogsbodems liggen. In het havenkantoor horen we dat de volgende dag de jaarlijkse ‘dag van de marine’ is en dat de haveningang van 10.00 tot 14.00 versperd zal zijn. In de tabakszaak hebben ze Mariannes sigaretten niet, maar de bestelling wordt opgenomen en die kunnen we morgenvroeg om 08.00 op komen halen. Zo gezegd, zo gedaan en om 09.00 gooien we de trossen los en nemen (helaas) voorlopig afscheid van Portugal.


20 Mei, Bayona, Noord-Spanje

Het lijkt ons wel leuk om in Bayona voor anker te gaan. De eilanden verderop (Islas Cies) zijn natuurgebieden en daar zijn we vorig jaar op onze vingers getikt. Het zijn natuurreservaten en Meis mag er niet op (wel mensen die hun rommel en nog meer op het strand laten liggen). We zeilen langzaam met een spaarzaam bakstagwindje de baai in en zoeken een geschikt plekje uit vlakbij het stadje. We gaan  met de hond wandelen en genieten weer van onze eerste tapas sinds lange tijd. Terug op de boot zien we donkere groene onweerswolken onze kant opkomen. Lekker zittend in de kuip vinden we het mooi om ernaar te kijken en te luisteren: als het echt rotweer wordt, hoeven we alleen naar binnen te springen. Alleen, vanavond is dit niet het geval. Om een uur of 10 wakkert de wind ineens flink aan en ja hoor, we slaan los van het anker. Paul had voldoende ketting uitgegooid, met als gevolg dat we rap op een andere boot afdrijven. Snel wordt de motor gestart en gas gegeven. Marianne bedient de boot en Paul haalt het anker binnen. Als het anker boven is blijkt het volledig onder het wier te zitten: het krijgt dan niet de mogelijkheid om zich in te graven. Tot overmaat van ramp begint het harder te waaien en te regenen. Pas bij de vijfde poging blijft het anker vastzitten. Tjongejonge, dit is erg vermoeiend: anker uitgooien, inhalen, nieuwe plek zoeken en maar weer opnieuw beginnen. En dat alles in de inmiddels gierende storm. Maar uiteindelijk zijn we blij dat we vastliggen en we gaan naar binnen. We nemen er een borreltje op en dan horen we de koelkast ineens een vreemd geluid maken. Wat is dat nu? Het euvel komt al snel aan het licht: de koelwateraanvoer van de motor zit verstopt met meters dun wier. Het kost behoorlijk wat inspanning om het los te krijgen. Via de wierpot pompen we het terug naar buiten met de opblaaspomp van de bijboot. We zijn er zo’n uur of 2 zoet mee. Vermoeit maar voldaan zakken we op de bank. En je zult het niet geloven: we horen een raar sissend geluid achter een wandje uitkomen, waar de afvoerleidingen van de bilge zitten. Komt er vannacht dan nooit een einde aan? Het wandje wordt uit elkaar gesleuteld en gelukkig blijkt het maar een kleinigheid. Maar goed: inmiddels is het half 4 ’s ochtends. Afgepeigerd gaan we naar bed. Het ankeralarm staat aan, maar echt vast slapen we niet…


21 mei, Combarro


We zijn vergeten het gastenvlaggetje te verwisselen toen we Spanje binnenliepen, oeps. We kijken schuchter om ons heen en verwisselen het met de snelheid van een haastige kieviet.


Ria de Pontevedra was een aanrader van een collega-zeiler en het ziet er inderdaad veelbelovend uit. Prachtige groene bergen en rustig water. We varen de ria met zijn vele mosselbedden (viveros) helemaal in en komen al navigerend door ondiepe stukken bij een klein stadje aan. Mooie plek om ons anker uit te gooien: we zijn weer de enigen die ankeren. Het haventje heeft geen steigers alleen maar een kade. Het oude centrum is gebouwd op een rots, met tientallen kleine steegjes en trapjes. Ieder huisje heeft z’n eigen graanschuurtje van steen. Deze schuurtjes staan op palen en zijn ongeveer 2 bij 4 meter groot.  Het is een genot om er doorheen te lopen.


Drie maal hoera, Marianne is 22 mei jarig en ze wordt alweer voor de zoveelste keer 29! De slingers hangen zo ongeveer op romphoogte in de kajuit en de slagroomspuitbus is al gekocht en wordt in misselijkmakend tempo soldaat gemaakt. We bestuiten deze dag lekker rustig hier te blijven liggen om de verjaardag te vieren. De telefoon gaat vandaag vaak over!


24 mei, Puebla del Caraminal, Ria de Arosa


We arriveren in de (wederom prachtige) ria. Doel is eigenlijk het plaatsje Rianjo, aan het einde van de ria. Maar al varende zien we voor ons honderden viveros  (mosselbanken) liggen en we hebben eigenlijk niet zo’n zin daar tussendoor te manoeuvreren. Dus we besluiten rechtsomkeer te gaan en naar Caraminal te varen om daar het anker uit te gooien. Eigelijk tegen onze principes, want in deze ria’s zijn de havens waar alleen maar vissers liggen veel leuker en authentieker dan de commerciële haventjes voor pleziervaart. En omdat je in de vissershaventjes alleen maar kan ankeren of aan de visserschuiten kan liggen hebben de meeste plezierschippers geen zin (of wat anders) om deze moeite te nemen. Maar ja, Principes zijn er om Overboord te gooien, nietwaar. Dus we zeilen langzaam naar de ankerplaats en ankeren vlakbij de ingang van de sporthaven en wederom is het perfect. (Sorry dat we dit blijven herhalen). De zee is zo glad als een aal en glimt als de brillantine in de haren van Elvis de Pelvis. We bekijken onze volgende ankerplaats en genieten van de zonsondergang.


Man, wat is dat lekker slapen, we vragen ons iedere morgen weer af of we wel het anker alarm zouden horen als we van het anker losslaan. Ach, boem is ho, en als we zo vast slapen zijn we niet bang dat er iets gebeurt waar we niet op kunnen anticiperen. Na de koffie en de rest van het ritueel halen we het anker op en motoren verder richting  noorden.


Muros

We sukkelen Ria de Muros in. (Mogen we toch weer even zeggen dat het prachtig is). Op de heenreis zijn we in Portosin geweest, dus nu gooien we ons anker neer voor Muros, een gezellig oud plaatsje waar we de avond wel besteden om er lekker rustig doorheen te sjokken, foto’s te maken en te genieten van een ouderwetse pizza in een of andere hamburgertent. Ook weer eens lekker! 


25 mei, Lage

Vandaag wordt Finisterre gerond en wel met prachtig weer. En wat zeer bijzonder is: we worden aangenaam verrast door een walvis van ongeveer 10 meter. Gedurende enkele uren komt hij dan hier en dan daar even boven. Het enige wat we van zijn (of haar) enorme lichaam zien is de lange donkere rug die boven water komt en een grote oppervlakte van belletjes achterlaat. Een keer komt hij vlak voor onze boot boven, maar gelukkig raken we hem niet. Hier en daar zien we in de verte een dolfijntje, we komen onze oude vriend de maanvis weer tegen, heel dichtbij passeren we een pagegaaiduiker (hadden we nog op ons lijstje staan) en we genieten weer van de razendsnelle sternen en statige Jan-van-Genten.


Lage is een prachtige stad, die nog niet onderhevig is aan toerisme. Je kan hier nog gratis aan de kade liggen, mits je overlegt met de vissers, maar wij gooien het anker uit voor het strand en wandelen het dorp in. Marianne krijgt hier nog een verlaat verjaardagscadeau van een zeemeeuw op haar hoofd, dat door Paul vakkundig wordt verwijderd en we hebben een heerlijk rustig avondje aan boord waar we van onze zoveelste prachtige zonsondergang genieten.


26 mei, Ares

We vertrekken om 09.30 en Marianne krijgt steeds meer moeite om uit bed te komen. Eigenlijk wil ze samen met Meis gaan muiten, want we staan nu al een week of wat vroeg op. Elke dag wordt de wekker op uiterlijk 7 uur gezet en rond 8 uur kruipt Marianne dan uit bed, terwijl Paul al met de hond in de Zilvervloot naar het strand is geweest en koffie staat al te geuren. Eenmaal wakker is Marianne weer het zonnetje, maar soms is het wat nevelig. (Dit stukje is dus duidelijk door Paul geschreven en ik (M’jan) ben het er absoluut niet mee eens en bij deze distantieer ik mij ervan). De dieselvoorraad slinkt en het wordt tijd om een haven te zoeken met gewone diesel; rode diesel mag niet verkocht worden aan ons. De laatste havens die we hebben aangedaan hadden alleen de rode diesel voor de visserboten. Dus zullen we op zoek moeten naar een tank waar ze beide verkopen of moeten we met jerrycans naar de dichtstbijzijnde autopomp sjouwen. In Portugal hebben ze dit iets beter geregeld dan in Spanje1. Ze kennen maar 1 soort diesel en de beroepsvaart krijgt die voor een voordeliger prijs. Het leven kan zo makkelijk zijn.


Vandaag heeft Finisterre radio een 3 tot 4 west afgegeven, maar die moet nog komen, want het motortje snort er weer vrolijk op los, terwijl op het wateroppervlak alleen voor de geoefende kijken een rimpeltje valt te bespeuren. Halverwege zetten we de motor uit want het ziet er naar uit dat er een beetje wind aankomt. Met 2 knopen zetten we de zeilen (dat kan alleen als er geen deining staat, anders klapperen ze alle kanten uit) en probeert Paul voor de zoveelste keer een visje te vangen. Dit lukt hem al een tijd niet meer, alleen de goden en de experts weten waarom. Uiteindelijk heeft hij beet maar de vis weet net te ontsnappen. Vanavond eten we maar weer vlees. Langzaam zeilen we naar onze ankerplaats. Aangekomen gooien we het anker uit en we genieten weer van de stilte. Het wordt tijd om te tanken en omdat deze plaats niet goed omschreven stond lopen we naar het oude vissershaventje om te kijken of ze daar een voorziening hebben. We maken een grote wandeling en de Meis geniet er mateloos van. Maar helaas pindakaas: na 1,5 uur lopen komen we bij het haventje aan en er is geen pomp. De dichtstbijzijnde pomp is in Sada en dat ligt 4 mijl richting het zuiden. We besluiten dit morgenvroeg als eerste te doen. We stappen in de Zilvervloot en kachelen op ons laatste litertje benzine naar de boot.


De volgende ochtend staat Paul weer vrolijk langs zijn bed en probeert Marianne wakker te maken met een koppie koffie en een lied over het corazón (hart in het Spaans, Fransje Bouwer-achtig) en warempel het lukt. (Ja sorry hoor, maar hier moet ik (M’jan) toch weer ingrijpen en ik stel dan maar 1 vraag aan al degenen die Paul kennen: SINDS WANNEER KAN PAUL ZINGEN????). Om 8.30 varen we naar Sada waar we diesel en benzine tanken. Tevens kunnen we water tanken aan een andere steiger (300 liter voor 5 euro). We nemen snel een douche voordat we gaan tanken en Marianne doet de was. (Paul is daar te dom voor hij kan de kleuren niet uit elkaar houden). (En hier moet ik (Paul) ingrijpen: want die vrouwen doen altijd zo ingewikkeld over de was. Wat maakt het trouwens uit of je witte onderbroek een wat blauw-rozige gloed vertoont?).


27 mei, Cedeira

Ria de Cedeira is een van de eerste baaien die in de Golf van Biscaye ligt. Er is zuidwest 3-4 voorspeld en in Cedeira lig je goed beschut voor deze wind. De eerste 3 uren vanaf Sada is het weer motoren geblazen en de laatste 3 ook. De tocht duurt overigens 6 uur. Voor ons zien we de Akane en Jens en Maria (we weten nog steeds de naam van hun schip niet) varen. De ingang van de baai is moeilijk zichtbaar als je uit het zuiden komt. Je moet er vrijwel voor liggen om de baai in te kunnen varen. Groteske gesteentes loeren ons aan stuur- en bakboord aan. We voelen ons klein. De entree is geweldig en de bakens navigeren ons naar de haveningang. Het ankertje bijt zich vrolijk in het zand. Gisteravond zijn er wat sms-berichten met de Akane heen en weer gegaan waarin is afgesproken dat het vanavond weer eens tijd is voor een rasechte beach barbecue. Dus: eerst maar eens boodschappen doen in het stadje. Carin van de Akane gaat mee in de Zilvervloot en dat is maar goed ook blijkt al snel. Zo’n 100 meter voor het strand wordt het ineens zo ondiep dat we de Zilvervloot moeten optillen en we moeten de boot 200 meter ver meesjouwen. Met drie man (eigenlijk 1 man en 2 vrouwen) gaat dat wat makkelijker dan met z’n 2-en maar het is en blijft een zware klus. Het laatste stukje wordt nog wat minder prettig: onze blote voeten glijden en glibberen door een laag halfzachte en warme zeewiersnot. Maar uiteindelijk ligt de boot zo hoog dat de vloed het eerste uur er niet bij kan komen en kunnen we op ons gemak inkopen gaan doen. In de avond zitten we heerlijk op een privé strandje omringt door hoge steile rotswanden met veel groen erop te BBQen met Maria, Jens en Carin en Hans-Jurgen. Als de avond valt wordt er flink hout gesprokkeld en het vreugdevuur wordt flink opgelaaid. Rond een uur of 11 varen wij terug om te slapen, want morgen is het weer vroeg dag. De rest blijft nog gezellig kletsen omdat zij morgen niet vertrekken. De nachtrust is voor Marianne echter van korte duur: Meis begint midden in de nacht te piepen en meldt dat ze eruit moet. Na 15 minuten op het voordek rondgedrenteld te hebben, neemt mevrouw plaats en drukt een dikke drol op het voorplecht. Het had dan wel niet helemaal de vorm van een zandkasteel, maar de inhoud bestaat voor meer dan 50% uit zand. Opgelucht gaan beide vrouwen weer naar beneden, maar Meis blijft nog zeer onrustig. Marianne brengt uiteindelijk Meis weer naar buiten en gaat zelf naar bed. Rond 5 uur ’s ochtends gaat het ankeralarm af en Marianne duwt Paul uit bed en mompelt iets over dat het nu zijn beurt is. Te veel ankerketting uit op 5 meter diepte, de boot swingt dan meer dan 60 meter in het rond. Niks aan de hand dus: het alarm opnieuw instellen, de hond mee naar binnen nemen en weer slapen tot een uurtje of 8 voor de volgende trip in naar Vivero.


28 Mei, Vivero


Op de heenreis hebben we zo’n leuke tijd in Vivero gehad dat we besluiten om er nog een keer naar terug te gaan. Men zegt dat je er ook goed kan ankeren. Het begint te regenen, maar er steekt ook een mooie bries op uit het zuidwesten. We speren er weer op los. 10 Mijl later is het echter weer windstil en als er een windje te voelen is, komt het recht van voren. Daar hebben we dus niks aan. We motoren de Ria de Vivero in en vragen ons af om toch maar niet de haven in te gaan, want Paco, de havenmeester, is een geschikte peer en het zou leuk zijn hem weer te ontmoeten. Echter, het wordt toch een rustig avondje ankeren, want de volgende ochtend moeten we weer vroeg uit onze veren. Er wordt weinig wind voorspelt en Luarca, de volgende plaats, willen we niet in het donker aanlopen omdat er rotsen links en rechts van de aanlooproute liggen. Er staat absoluut geen deining achter de kaai waar we voor anker liggen en we dommelen lekker in tot de WEKKER weer gaat.


29 mei, Luarca

Het is nu zeker al de 4e dag dat er mistbanken zijn. Vaak zijn ze er de hele ochtend en aan het begin van de middag. Rond 16.00 uur komt het zonnetje dan door. Vandaag is het echter een regenachtige dag: zo’n druilerige dag die we nog vaak in ons kikkerlandje mee kunnen maken. De regen verandert later in mist en weer terug, maar geen wind. De hele dag staat het motortje je zoemen en we eten ons bamisoepje met knoflook en sambal onder ons zonnedakje in de regen, zodat het nu dus eigenlijk geen zonnedakje maar een regendakje is. (Dit terzijde). Rond 19.00 uur lopen we Luarca binnen. Het is hier lastig om te liggen. De voorkant van het schip moet aan een meerboei en de achterkant moet je aan de kade vastmaken. Dus, met de bijboot naar de kant roeien met een lijn tussen je tanden, de kade via de ladder opklimmen en je 40 meter lange landvast vast knopen (niet vergeten om ‘m eerst tussen je tanden uit te halen) en weer terugroeien. Ook hier blijven we maar weer 1 nachtje. Niet dat we echt haast hebben, maar we willen rond 15 Juni in La Rochelle zijn. Daar treffen we Yvonne en Bartek van de Tadorna weer. Zij gaan vandaag beginnen met hun tocht door het Canal du Midi. Dit kanaal loopt van Zuid Frankrijk tot Biscay. Dit tripje gaat hun 2 weken kosten en het schijnt zeer de moeite waard te zijn. Maximale diepgang 1,5 meter. 


In de nacht liggen we zo vreselijk te schommelen op de deining: daar lusten de zeehonden geen brood van, zodat we ’s-ochtends graag vertrekken. Het is zo jammer dat ze hier slechts een 5 tal bezoekersplaatsen buiten de haven hebben liggen, de zee deining is hier bijna altijd. En het dorpje is zo mooi.


30 mei. Gijon

Rond 8 uur snijden we de lijnen los, nou ja dat had Paul willen doen, zo hard hadden we liggen schommelen. We maken de lijnen los en we motoren naar Gijon. De wolken hebben plaatsgemaakt voor het zonnetje. Zou dit ons eerste haven in 12 dagen zijn waar we weer eens moeten betalen? Net voordat we de haven binnen lopen komt een groot douaneschip met flinke vaart op ons afgestormd. Ze cirkelen een keer om onze boot, laten een enorme hekgolf achter en zwaaien niet terug. 100 Meter verderop trappen ze ineens op de rem en de mannen proberen hun rubberboot in het water te gooien. Maar het ding zit vast. De verrassingsaanval mislukt dus schromelijk. Uiteindelijk ligt het bootje in het water en ze komen fullspeed op de Zilver af, echter halverwege valt het bootje stil. Zijn ze misschien vergeten hun benzinekraantje open te zetten? We grinniken wat. Ze komen langszij gestormd en 1 van de mannen klimt aan boord. De overige mannen vermaken zich met Meis, die eigenlijk de kans dat er een rubberboot langszij ligt niet wil laten lopen (ze prefereert scheuren in een dingy nog steeds boven zeilen). De Zilver vaart nog steeds op de autopilot voort. De man glimlacht vriendelijk en stelt zich voor. Dan geeft ie ons een formulier dat we moeten invullen met al onze gegevens. We denken dat het komt doordat we vanaf Portugal alleen maar geankerd hebben en dus nog geen douane hebben aangedaan dat ze ons enteren. Maar onze paspoorten en andere bootpapieren hoeft hij niet te zien. Aan het einde van de administratieve activiteit zetten we beide onze handtekening en de beambte wil een doorslagvelletje aan ons geven, maar het klemmetje zat vast, dus het papiertje wil niet los. Moeizaam probeert hij het los te maken en uiteindelijk krijgen we het zwaar gehavende kopietje. Als het niet goedschiks kan dan maar kwaadschiks. Paul wijst hem erop dat je het palletje naar voren moet duwen om de papieren er uit te halen. Hij kijkt Paul aan alsof hij het in Keulen heeft horen donderen en verdwijnt glimlachend weer in de rubberboot op zoek naar het volgende slachtoffer. Of is hij dat zelf?


Aangekomen in Gijon besluiten we 2 dagen te blijven, lekker met de hond te wandelen en de stad in te gaan. Ook hier zijn de havenprijzen met 10 euro verhoogd, we betalen nu 36 euro inclusief elektra en water.


1 juni, Lastres

We schommelen zeilend met 3,5 knopen richting Lastres. Een authentiek vissershaventje wat direct aan de golf ligt. We lopen rond 16.00uur (hoogwater) binnen. Ja hoor, het is er weer prachtig door zijn eenvoud. Als we vlakbij zijn piekt er een schuin omhoog gebouwd dorpje tussen de rotsen, waar oude en vrolijk gekleurde huisjes het aanzicht bepalen. Als we er even later doorheen wandelen hebben we een prachtig uitzicht over de oceaan. We liggen met de Zilver tegen een kade. Het tijverschil is hier tussen de 3 en 4 meter, dus een perfect plekje voor de nacht en je hebt helemaal geen last van de deining. Het water is kraakhelder en we komen er al gauw achter dat we op de favoriete plek van de lokale vissers liggen. Ze omringen ons met het gezoem van molentjes en het gezwiep van werphengels. Al gauw raken we aan de praat met de vissers en ze vertellen ons dat de maand juni de maand van de inktvis is. Ze vangen deze met een soort kunstvisje met wel 50 haakjes zonder weerhaken eraan. Vol trots laat de visser de zwarte uitgedroogde inktvlekken zien op de kade. We huiveren er van. Later op de avond zien we er een vangen. De inktvis spuit wel 1 meter ver met z’n inkt.



Als het laagwater aanbreekt en de kade te hoog wordt om er op te springen moeten we voor Mies de Ikea zak pakken en haar naar boven schouwen. Ondanks dat het al een tijdje geleden is begrijpt ze direct de actie. Paul stopt de achterpoten in de zak en de rest doet mevrouw zelf en met de tas hangend over Pauls nek klimmen ze naar boven tot lering ende vermaak van de aanwezige vissers. Meis blijft muisstil zitten, eenmaal boven aangekomen springt ze er vrolijk uit en kwispelt en snuift er op los. Dezelfde procedure wordt gedaan om haar weer terug aan boord te krijgen, maar dan wordt de tas aan een lang touw gebonden dat we langzaam vieren. Wederom brommen de vissers waarderend.



Om 23.00 uur duiken we in bed: morgen staat een stukje van 70 mijl naar Santander op het programma en we mogen (moeten) om 4 uur op. Lekkerrrrr!?


2 juni, Santander


De tocht gaat voorspoedig en we kunnen zelfs een stuk zeilen. De vorige keer zijn we helemaal doorgevaren naar de achterste haven, dus vandaag ankeren we onder Isla De la Torre. We liggen hier prima, alles is te overzien. Aan de ene kant het strand en aan de andere kant het verkeer over het water, van kleine open bootjes tot grote zeeschepen. De wind draait langzaam naar het oosten en zet wat aan, wat inhoudt dat we een ander ankerplekje moeten gaan zoeken. De deining en de wind zorgen er nu voor dat de Zilver zich als een zeepaardje op Duindicht gedraagt. Het anker eruit en wegwezen denken we, maar het anker weigert en is met geen paardenkracht in beweging te krijgen. Doordat het springtij is staat er een heftige stroming en het enige wat we kunnen doen is duiken. Paul sjort zijn duikspullen aan en duikt een meter of 7 diep naar het anker. Even later komt hij boven. De ankerketting heeft zich 2 keer om een rots gedraaid en zit links en rechts onder kleinere rotsen getrokken. Het lijkt er een kinderspelletje van vroeger; volg de lijn en vindt de uitgang van het doolhof (cq anker). Marianne start de motor en geeft wat gas, zodat de ketting niet meer onder spanning staat en Paul begint op de bodem te knutselen. Hij ziet allerlei mooie vissen tussen de rotsen, komt na 15 minuten weer boven en maakt het gebaar dat het OK is. We hadden ons anker net naast een paar rotsen uitgegooid en met de kentering van het tij draaide ons schip netjes zijn ketting om de rots als een cobra om zijn prooi. Gelukkig kunnen we nu wel het ankertje inhalen. Wat moet je toch doen als je geen duikuitrusting aan boord hebt, dat ben je aan de goden overgelaten, en die vragen er natuurlijk weer een hoop geld voor. We varen rustig naar een diep plekje aan de overkant van de rivier waar wind en golven weinig vat op ons hebben.


Het is al een week of twee geleden dat we boodschappen hebben gedaan en onze voorraad slinkt aardig, maar Paul staat er steeds weer van versteld hoe Marianne wat uit de culinaire toverpan kan goochelen, petje af. Akane is inmiddels ook in Santander gearriveerd en komt ’s-avonds langszij  om te vertellen dat ze van hieruit naar La Rochelle willen zeilen als de wind oost is. De vooruitzichten wijzen op een oost-noord-oost. We drinken een borreltje en wensen ze een behouden vaart. Misschien is dit wel de laatste keer dat we elkaar zien. De volgende ochtend vertrekken ze, ondanks dat de wind noordoost is en we denken dat ze ergens voor Brest zullen uitkomen.


We gaan maar eens wat boodschappen doen. Met zijn 3tjes in de Zilvervloot varen we een 0,5 mijl stroompje af naar de drukke haven aan de overkant van de rivier waar iedereen met zijn hobby bezig is. Het is prachtig weer en de wind zet door naar 5 Beaufort. Volbeladen stappen we in de Zilvervloot en (stom) hebben er niet zo over nagedacht dat de wind en de stroom nu voor ons de verkeerde kant opstaan. Met scheppen, wat heet scheppen, zeg maar rustig bakken zoutwater worden we verwelkomd op de rivier. Paul vloekt stevig en probeert onze boodschappen droog te houden met een zeiltje dat in de boot ligt. Dit lukt redelijk tot prima, maar zelf zijn we een stel verzopen katjes, inclusief onze hond. Marianne stoomt dapper door tot we bij onze boot zijn en we stappen drijfnat aan boord. Ach wat geeft het ook, het zonnetje schijnt en de wind waait, onze kleren afspoelen met zoet water (we hebben een tonnetje van 30 liter zoet water staan, eigelijk voor een lekkere wilde limoenendouche, maar hiervoor kan het natuurlijk ook gebruikt worden).


8 juni, Arcachon, Frankrijk

Het is nu dinsdag 8 juni en we moeten Spanje helaas verlaten. Het is mooi geweest, wat zeggen we: het is prachtig geweest. Noord-Spanje is en blijft onze favoriet van deze reis, maar we moeten nu toch echt op naar het land van stokbrood en wijn. We vertrekken om 08.00 ’s-ochtends. Het wordt een lange tocht: 135 mijl, maar de weersvoorspelling is uitstekend: west, noord-west 3 tot 4. Als we vertrekken is het wat mistig. Als het goed is passeren we gedurende de nacht een groot Frans legergebied dat je overdag niet mag doorkruisen. En volgens de boeken slapen de soldaatjes in de nacht. Laten we hopen dat het waar is. De weersvoorspellingen laten zich helaas weer van hun slechte kant zien: geen west-noord-west, maar noordoost. We moeten dus wéér tegen de wind in moteren. Gelukkig staat er slechts een licht briesje, dus het is niet oncomfortabel. Onderweg begint Paul z’n vismolen te rammelen. Het zal toch niet waar zijn? Wat voor gedrocht of lekkernij zal er aanzitten? Vol verwachting begint Paul de lijn in te halen, die toch wel wat zwaar aanvoelt. D’r zit inderdaad iets aan de hengel: een stuk plastic en dan nog een stuk waar we niets aan hebben. Al lachend wordt het stuk plastic in de vuilnisbak gegooid en het kunstaas gaat weer overboord, wachtend op betere tijden, of beter gezegd, op betere vangsten. Even later denken we een grote groep dolfijnen te zien. Er is een hoop gespetter en gespatter op het water, maar we zien niet de bekende rugvinnetjes. Waarschijnlijk zijn het een paar scholen tonijnen, maar zeker weten we het niet. In elk geval zijn ook deze vissen niet geinteresseerd in Paul z’n hengel. Als het schemerig wordt, worden we op grote afstand gevolgd door prachtige dreigende donderwolken, waarin Thor met zijn hamer de trom slaat. We zien de flitsen met regelmaat foto’s maken, maar de bui komt gelukkig niet dichterbij. Het is een rustige nacht, we zien niet eens een visser. We cruisen rustig naar onze bestemming, De dieptemeter stopt bij 200 meter en we passeren de grootste diepte van 3500 meter. De telefoon vindt geen verbinding meer. Het radarscherm is leeg: zelfs op een afstand van 16 mijl pikt ie niks meer op. De Zilver is gedurende 10 uur even alleen op de wereld. Boven ons is flonkeren duizenden sterren. Rond 00.30 duikt Paul in bed. We hebben de afspraak dat als we maar 1 nacht zeilen, diegene die wacht heeft aangeeft wanneer hij of zij naar bed wil. Minimale tijd is 2 uur. Maar Marianne is een avondmens en houdt het vol tot 04.30. Maar eigenlijk is dat ook dankzij het feit dat ze zo’n 4 uur lang kan zeilen. Zeilen is lang niet zo vermoeiend als op de motor varen. Met zeilen ben je constant alert of de zeilen nog goed staan, of er nog genoeg vaart in het schip zit, of er niets opdoemt onder het zeil, enzovoorts. Als je op de motor vaart wordt je sowieso al suffig van het constante gebrom van de motor en bovendien heb je verder niks te doen dan een beetje om je heen koekeloeren of alles veilig is. Paul neemt de wacht over en tegen de tijd dat Marianne wakker wordt zeilt Paul de Zilver al door het beboeide kanaal voor Arcachon Basin. Links en rechts van ons slaan brekers stuk op de zandbanken, een mooi spektakel om te aanschouwen. Ook hier stikt het van de ankerplekjes, alhoewel de wat ondiepe stukken zijn ingenomen door lokale boten aan een boeitje en wat dichter onder de kust hebben de oestervissers hun stellages staan. We ankeren op 20 meter diepte, wat geen probleem is met 105 meter ankerketting en genieten van ons uitzocht op de enorme duin (net zo hoog als de berg die ernaast ligt). Het is een prachtige dag, wel 30 graden, tijd om eens lekker te gaan zwemmen en een strandwandeling te maken. Meis heeft het ook verdiend, ondanks dat zij tegenwoordig regelmatig zonder problemen aan boord haar behoeftes doet. We blazen een luchtbed op en nemen het mee het water in. We willen proberen of Meis erop kan kruipen, omdat we nog steeds een manier zoeken hoe Meis op diepere stukken kan uitrusten. Ze vindt zwemmen heerlijk, maar ze vindt het niet fijn als er niks in de buurt is waar ze op kan klimmen. Meis vindt het luchtbed prachtig. Eerst gooit ze alleen haar voorpoten erop en loopt ze met haar achterpoten met het luchtbed weg. Maar even later wordt het nog leuker: we zetten Meis op het luchtbed en zeggen dat ze moet blijven zitten. Dat doet ze braaf en we geven het luchtbed een zet. Meis blijft gewoon zitten. Het is werkelijk geen gezicht: een hond die zelfstandig op een luchtbed drijft en het allemaal best vindt. Misschien moeten we maar eens teenslippers voor d’r gaan kopen. Als even later Paul lekker op het luchtbedje ligt te drijven rent en zwemt Meis ernaartoe en werkt Paul handig ervan af zodat mevrouw er zelf weer plaats op kan nemen. Wat hebben wij toch voor een hond? ’s-Avonds maken we nog een flinke strandwandeling. Aan de andere kant van het strand loopt een kreek die met laagwater helemaal droogvalt. Diverse bootjes liggen er een beetje scheef in de modder gezakt. Er ligt zelfs een zeilboot op z’n kant. Maar het ziet er prachtig uit. We wachten tot het water wat opkomt om te zien hoe de kreek weer volloopt. Dat gaat sneller dan je denkt. Terug op de Zilver blijven we nog lang in de kuip zitten om van de zwoele avond genieten.