22-06   05-07   23-07   22-08   24-09   08-10   18-12   07-02-2004   22-02   02-05   10-05   WEER THUIS  

23 juli NEDERLAND, Vlissingen.....of niet

We gaan naar huis. Voor het eerst sinds meer dan 13 maanden zullen we weer voet op Nederlandse bodem zetten. We verlaten Oostende en zeilen richting Engeland. Ja echt waar, de wind stond nu eenmaal zo. Maar we vergissen ons met de tijd. Te laat bemerken we dat we de stroming in de Westerschelde wel heel hard zullen tegenkrijgen als we niet overstag gaan. Dus, de genua wordt ingerold en we motorsailen richting Vlissingen. Het is een beetje nevelig weer en het duurt lang eer we Nederland in zicht krijgen. Maar dan verschijnen toch de eerste contouren. In de kuip heffen we luidkeels het Wilhelmus aan. Zoals de meeste Nederlanders komen we niet verder dan het eerste couplet, maar het is toch een lekker gevoel. Achter ons begint de lucht er een beetje vreemd uit te zien. De bovenzijde wordt langzaamaan steeds zwarter en boven het water verschijnt een witte streep. Ziet eruit als in elk geval regen besluiten we en sjorren onze regenpakken aan. Het ziet er naar uit dat het noodweer achter ons langs zal trekken, maar ineens, in een tijdsbestek van 3 minuten, maakt de zwarte lucht een hoek van 90 graden, de wind een hoek van 180 graden en de donkere lucht komt van achteren snel op ons af. We springen naar het grootzeil, maar hebben niet eens meer de tijd het rif te zetten. Binnen 30 seconden is het aardedonker en raast een windkracht 8 over ons heen. Met moeite maken we het gereefde grootzeil nog vast. Geluk bij een ongeluk is dat de wind nu van achteren komt. We gaan - tegen de stroming in - met 6,5 knoop! Maar het daglicht komt niet meer terug: het blijft aardedonker en de golven achter ons vertonen olijke witte kopjes terwijl bliksemflitsen af en toe de hele Westerschelde verlichten (nou ja, bij wijze van spreken dan). De zeilers onder de lezers van dit verslag zullen weten dat het niet leuk is om met slecht zicht ergens in de buurt van Vlissingen te zitten. Er zijn diverse beboeide kanalen die elkaar kruisen, waar grote scheepvaart met hoge snelheid overheen dendert. Voor de veiligheid hebben we gekozen voor de route over de ondieptes. Het is hoogwater, dus daar hebben we niets te vrezen, ook niet van de grote scheepvaart. Maar op een gegeven moment zullen we toch een scheepvaartroute moeten oversteken om bij Vlissingen te komen. Het noodweer houdt niet meer op: de wind duwt ons met hoge snelheid vooruit en ondanks dat we de radar goed in de gaten houden, kunnen we de scheepsbewegingen niet altijd even duidelijk volgen. De buisklap is neergeklapt voor beter zicht, en de boot is in 5 minuten van binnen net zo nat als buiten. Als een zeecontainer gaat keren tussen 2 routes in horen we over de marifoon door Verkeerspost Vlissingen vragen of ie 'dat jachie' heeft gezien. Paul gaat zich via de marifoon melden. Hij geeft onze positie door en zegt dat we onderweg zijn naar de buitenhaven. Verkeerspost Vlissingen geeft aan welke route we het beste kunnen gaan varen, welke schepen er onderweg zijn en bedankt ons voor de melding. Er zit ook al een half uur lang een boot schuin achter ons. Tijdens een flinke bliksemflits zien we dat het een politieboot is. We worden dus geëscorteerd. Wat vreselijk aardig van ze. Maar ze roepen ons niet op en we kunnen hen dan ook niet bedanken voor de service. Waarschijnlijk blijven ze bij ons omdat afgelopen week een groot zeilschip is gezonken na een aanvaring met een vissersboot. Al met al komen we na deze hectische tocht drijfnat aan bij de sluis en waar we normaal heimwee naar zee voelen als we in deze sluis liggen, voelen we nu de rust over ons neerdalen. Over de marifoon is al omgeroepen dat de stadhaven in Vlissingen vol is, dus we hebben weinig hoop dat er plaats zal zijn in het haventje achter de sluis. Direct achter de sluis is een grote aanlegkade. We zijn de boot net aan het vastknopen als de sluismeester ons oproept en zegt dat we daar niet mogen liggen. Dan toch maar doorvaren naar het haventje. De haven is vol natuurlijk. Aan de buitenste steiger ligt een grote historische eiken kotter. Er zitten nog wat mensen in de stuurhut, maar ze zien ons niet aankomen. Bij Marianne is de moed al in de doorweekte laarzen gezonken: "Hoef je niet te vragen" roept ze naar Paul, "hier mogen we toch niet aanliggen" Ja, Boulogne zit nog vers in het geheugen. Maar Paul roept iemand uit de stuurhut en vraagt of we aan mogen liggen. "Ja natuurlijk" zegt de man zonder aarzeling en hij helpt ons aanleggen. Wat een opluchting! Ineens staat het dek vol mensen: het blijkt een charterboot te zijn en de gasten vinden het wel gezellig dat er iemand komt aanliggen. De kapitein van het schip, Nob (short for Norbert) deelt Paul onmiddellijk mee dat er een heusche biertap op de boot zit en nodigt ons uit voor een borrel. Meis klimt ook onmiddellijk aan boord, want Bob is de scheepslabrador van de Freya en ze rennen met z'n 2en enkele rondjes over het gangboord. Het wordt berengezellig. Te gezellig eigenlijk weer, want pas om 3 uur 's nachts raakt ons hoofd het kussen van ons bedje. Dit is toch wel een tof welkom in Holland!



23 juli Tja, waarheen?

De storm is geluwd, maar er worden nog steeds waarschuwingen afgegeven. We wilden eigenlijk buitenom, via zee, naar Stellendam varen, maar we zien er toch maar van af. We hebben gisteren onze portie wel gehad. We nemen afscheid van de Freya (let op: berengezellige klassieke historische eiken kotter met kapitein Nob en labrador Bob, te huur voor 1 dag of een hele week of wat je maar wil: www.freyacharters.nl) en tuffen door het kanaal van Walcheren. Het lijkt wel of we de enigen zijn die geen haast hebben. Vlak bij het Veerse Meer raken we toch nog net even in de problemen. Een rondvaartboot loopt ons van achteren op. Marianne staat aan het roer en gaat netjes een beetje aan de kant voor de boot, want het kanaal is niet zo breed. Maar de rondvaartboot komt met grote snelheid, heel dicht langs de Zilver gevaren en zuigt rechts het water onder de Zilver weg. Marianne kan ook niet naar links uitwijken, want daar zit de boot. Even denken we dat het fout afloopt, maar Marianne weet direct achter de rondvaartboot naar het midden te draaien. Dat scheelde werkelijk niet veel. Het zal je toch overkomen: 14 maanden op reis naar verre oorden en dan in het Kanaal van Walcheren op de kant gezet worden door een rondvaartboot! Wel een waarschuwing voor eenieder die dezelfde situatie tegenkomt op het kanaal: ga niet aan de kant voor de rondvaartboot!!! Na het sluisje duiken we het Veerse Meer op. We kunnen alles zeilen en 1 x lopen we vast (is standaard daar geloof ik). Het is prachtig weer en bij de volgende sluis besluiten we om maar door te varen: voor vandaag hebben we eigenlijk geen einddoel in gedachten. Als we het Volkerak opvaren krijgen we een sms-je van onze vrienden Paula en Gijs. Ze komen ons tegemoet varen. Wij zetten de motor bij, want de wind is nagenoeg weg en Meis zal toch onderhand eens uit moeten. We ontmoeten Paula en Gijs en..... Merak, de beste vriend van Meis. Als onze boten elkaar ontmoeten op het Volkerak is het gepiep en gejank van de beide honden niet van de lucht! We varen snel naar de sluis waar zowel mens als hond begroet kunnen worden. Wat lijkt het toch pas geleden dat we elkaar nog hebben gezien! De borrel en de verhalen duren tot diep in de nacht.



24 juli Middelharnis

De volgende dag gaan we ankeren in een inhammetje bij Middelharnis. De zomer is volop losgebarsten: het water ligt vol met zeilboten. Marianne krijgt het er helemaal benauwd van als ze weer een kolonne boten op zich af ziet komen. We hebben 14 maanden op zee gezeild en dit is dan wel een heel erg groot contrast! Bij Middelharnis vinden we een goede ankerplek. Het strand ligt vol vrolijk zonnende mensen en ook wij genieten van deze prachtige zomerse dag. 's Avonds trakteren Paula en Gijs ons op verse mosselen op zeer speciale wijze bereidt en de avond vliegt weer voorbij.



25 juli Stad aan 't Haringvliet

Nu breekt het lang gevreesde moment aan: de Zilver brengt ons naar het einddoel van onze reis. Een slechtere dag hadden we niet kunnen uitkiezen: regen, regen, regen! Maar de haven is prachtig: een kleine haven in het mooie Zeeuwse Landschap met uitzicht op het Haringvliet en het eiland Tiengemeten. Op de steiger staat het welkomstcomité: we worden opgewacht door Paul's moeder, broer Robert met vriendin Nicole en neefje Bryan en even later arriveren ook de moeder en broer Hans van Marianne. Het weerzien is natuurlijk geweldig en iedereen heeft elkaar genoeg te vertellen. Even later arriveren nog Bob en Willeke en de Zilver zit weer eens helemaal volgepakt. Als 's avonds iedereen vertrokken is zijn we somber gestemd: dit was het dan. Wat is het toch snel gegaan! Wat hebben we een prachtige reis gemaakt en wat heeft de Zilver zich goedgehouden! En wat zijn deze 14 maanden omgevlogen en wat hebben we toch allemaal niet meegemaakt en gezien? De volgende ochtend melden we ons bij de havenmeester, we pakken de belangrijkste spullen in en lopen de steiger af. Met een brok in onze keel kijken we om naar de Zilver. We voelen het bijna als verraad haar hier zo alleen te laten liggen.



Met weemoed in ons hart sturen we vanaf de waterkant het laatste sms-bericht naar onze reisvrienden, die nu inmiddels overal ter wereld zitten: TOUCH-DOWN HOME, ZILVER.



ZILVER


De maan schrijft zilver op het water

Het water draagt het spoor verder

met ons mee

 

De wind maakt de golven koning

Koning van een land

dat niet bestaat

 

We horen de stilte

die er nooit is

We zien de horizon

die nooit nadert

 

De zon verwarmt ons hart

Ons hart dat het ritme

van de golven slaat

 

Het water openbaart ons een glimp

Een glimp van wat verscholen ligt

onder haar huid

 

Wiegend in de armen van de oceaan

trekt het spoor van zilver

een blijvende branding in ons hart