22-06   05-07   23-07   22-08   24-09   08-10   18-12   07-02-2004   22-02   02-05   10-05   WEER THUIS  

18 december, Gibraltar

Vandaag staat een spectaculaire tocht op het programma. We gaan Isla de Tarifa ronden, het zuidelijkste puntje van het vastland van Europa en dit uitsteeksel staat er om bekend dat er altijd flinke wind staat, b. de straat van Gibraltar in en c. naar de apenrots Gibraltar, een klein stukje Engeland. We hebben er zin in en vertrekken ’s ochtends vroeg, om straks in de Straat de stroming mee te hebben. Er staat een prachtige wind en al in de haven gaan de zeilen omhoog. Het is prachtig weer en de vaart zit er direct goed in. Als we bij Tarifa in de buurt zijn, blijkt het waar te zijn dat de wind hier aantrekt. We speren over het water met een snelheid van 10.5 knopen en da’s niet gering. Er staan wel wat vreemde golven als we de hoek om bulderen, maar de Zilver gedraagt zich weer fantastisch. En dan varen we de straat van Gibraltar in. We hebben allebei kippenvel op onze armen, maar dat is niet van de kou! Wat een indrukwekkend moment is dit: we varen met onze boot op dit zo bekende plekje op de wereld. Dit plekje, dat wij alleen vanuit de lagere-school-atlas kennen en nu ……..Marianne knijpt zich in de arm om te zien of het echt waar is. De Straat is niet eens groot. Eigenlijk zelfs smaller dan we gedacht hadden. Het is ook niet echt uit te leggen wat het speciale gevoel dan is. Sowieso dat je ineens tussen twee continenten inzit: rechts Afrika, links Europa. En je ziet tegelijkertijd èn 2 continenten èn 3 landen: rechts Marokko, links Spanje en Engeland (Gibraltar). Da’s toch al heel speciaal. De marifoon ratelt binnen aan 1 stuk door. Alle grote schepen die of de Middellandse zee binnenvaren, of de Middellandse Zee verlaten, moeten zich melden bij Tarifa en moeten opgeven waar ze geweest zijn, waar ze naar toe gaan en welke lading ze aan boord hebben. Als we om ons heen kijken zien we toch heel wat enorme schepen varen. Wij blijven dicht langs de kust, dus we hebben geen ‘last’ van deze scheepvaartroute. We zeilen door richting Gibraltar en zien in de verte behoorlijk wat dolfijnen voorbijtrekken. De Straat staat erom bekend dat je er altijd dolfijnen tegenkomt. Slechts 1 dolfijn komt een paar seconden bij de boot kijken, maar daar blijft het helaas bij. De golven van de Atlantische Oceaan zijn hier helemaal verdwenen, het is net weer of we op de Noordzee zitten. We zien Gibraltar opdoemen en ook dat is een indrukwekkend moment. We hebben de foto al zo vaak in de pilot bekeken. Nu ligt het zomaar voor ons en we herkennen de vorm van de rots direct. We zeilen nog steeds met een aardige vaart omdat zowel de wind als de stroming ons gunstig zijn. De stroming in de Straat van Gibraltar kan je maar beter niet tegen hebben, want die kan oplopen tot maar liefst zo’n 5 knopen! Gibraltar nadert snel en we besluiten 1in de 1ste haven te gaan liggen, die in het centrum van het stadje ligt. In de pilot hebben we gelezen dat er 3 havens zijn: de 2 andere liggen helemaal achteraan, maar die liggen naast een militair vliegveld en dat lijkt ons erg lawaaiig. De douaneformaliteiten in de 1e haven kunnen per fax afgehandeld worden, zo vertelt het boek ons. “Mooi zo, dat scheelt weer” denken we nog. Voor Gibraltar ligt een tiental schepen voor anker en we zigzaggen erdoorheen en halen de fok alvast binnen. Als we op de havenopening af varen, stormt er ineens een grote rubberen politieboot van een meter of 10 uit het gat recht op ons af. Eerst denken we nog heel even dat het de havenmeester betreft, maar de uniformen maken ons al snel duidelijk dat het officieel bezoek is. Zoals alle Engelse autoriteiten zijn de mannen enorm beleefd en zeggen achter elke zin “sir”. Of we geen kanaal 16 op de marifoon hebben, vragen ze. Jawel, hebben we en staat ook aan. Waarom we dan niet reageerden toen ze ons hebben opgeroepen? We hebben niks gehoord, we waren buiten. Of we alsjeblieft het grootzeil willen neerhalen. Tijdens dit gesprek komt een tweede grote rubberboot naar buiten gestormd met militairen in camouflagepak en ook zij stormen op onze boot af, direct gevolgd door een grote stalen politieboot Die ook naar ons toekomt. “Wat een ontvangst” zegt Marianne tegen de “1e” politieboot. De man lacht vriendelijke en zegt dat dit komt omdat wij geen gehoor hebben gegeven aan hun oproep. Als Marianne het grootzeil naar beneden gaat doen, zwaait ze naar de militairen, die lachend terugwuiven. Ach, ze zijn allemaal vriendelijk en het al gewoon routine zijn, dat in dit soort gevallen voorzorgsmaatregelen worden genomen. We hadden al in de encyclopedie gelezen dat Spanje Gibraltar beschuldigt van onvoldoende toezicht op smokkelactiviteiten en drugshandel en dat Spanje extra kritisch daarop is omdat ze eigenlijk Gibraltar weer Spaans willen maken. Maar goed, het zeil is neergehaald en we moeten al onze bootpapieren en paspoort overhandigen aan de grote politieboot. Ze komen niet aan boord, dus we moeten het over het water aangeven. “Don’t drop it!” grinnikt Marianne met dreigende ogen naar de man met de map in het luchtledige en hij moet ook lachen. Stel je toch voor dat die map in het water dondert: dat zou pas een ramp zijn. De twee rubberboten gaan weer richting haven en wij krijgen van de grote politieboot te horen dat we ze moeten volgen. Ze begeleiden ons naar het douanegebouw in de achterste haven en daar krijgen we onze papieren terug en moeten we ons inklaren. Dat doen we en na een halfuurtje is alles geregeld. Zelfs Meis is hier hartelijk welkom en dat is wel heel speciaal in Engeland! We varen de boot weer terug naar de 1e haven en worden bij het aanleggen geholpen door alweer een vriendelijke havenmeester. We kijken om ons heen. Het is prachtig weer, de boten schommelen zachtjes op en neer en …… we liggen in Gibraltar. Weer een armen-knijp-moment. Waauw. Wat een dag was dit met wat een onvergetelijke indrukken. We zijn er helemaal stil van, nou ja, dat zouden we zijn als we niet zo enthousiast met elkaar zaten te kletsen! We verkennen een klein stukje Gibraltar, maar de apenrots zit er nu niet in. We moeten verder, dus de volgende dag: hupsakee, inpakken en wegwezen.



19 december, Estepona

Zo, de eerste Spaanse Middellandse Zee haven. Nu zijn we dus aangekomen in de gebieden waar half Nederland naar toe gaat om te overwinteren en broodjes kroket te eten. Als we richting Estepona zeilen, zijn we verbaasd over het landschap dat we passeren: het is hier mooi! Dat hadden we niet verwacht, we dachten dat hier alleen platte witte stranden en hoge flatgebouwen te zien zouden zijn. Maar we zijn aangenaam verrast als de groene heuvels, geflankeerd door hoge bruine bergen aan ons oog voorbijtrekken. “Niet schlecht” knikken we elkaar goedgeluimd toe. In het donker arriveren we in Estepona en gaan aan de betonnen gastensteiger liggen. Geen havenmeester te bekennen en wat erger is: de steiger heeft aan het eind een grote poort met dikke pinnen erop en er is geen beweging in te krijgen. Hoe moet dat nu met Meis, want die wilt ondertussen toch wel eens een plas gaan doen. We stoppen Meis in een grote tas en klauteren met moeite over het hek. We hebben dit soort afgesloten poorten al vaker meegemaakt en zijn wat dat betreft wat makkelijker in het klauteren geworden en gelukkig doet Meis het goed in de tas: ze blijft stil zitten tot we zeggen dat ze eruit mag. Maar we blijven het raar vinden dat de Spaanse havenpoorten van de binnenzijde uit niet te openen zijn. Je zal maar een hartaanval krijgen en met spoed eraf moeten! Maar goed, eenmaal terug is het tijd voor een lekker maaltijdje en als we net aan het koken zijn wordt er buiten gefloten. Het is de havenmeester en na de papieren rompslomp moeten we verkassen. Dus het gas wordt afgezet en de boot wordt verplaatst. De havenmeester staat wat dralerig op de steiger en Marianne fluistert Paul toe dat ie volgens haar wel zin in een borrel heeft. Goed gedacht van haar, want we hebben het nog niet gevraagd of hij staat al aan boord. Als hij eenmaal binnengekomen Meis ontwaart, duikt hij op haar af en begint haar zo uitbundig te knuffelen dat we voor haar leven vrezen. We geven de man maar snel een biertje om Meis te redden en we komen er al snel achter dat dit niet zijn 1e biertje van de dag is. Maar hij is wel grappig. Hij begint verhalen te vertellen over zijn jeugd, waardoor we heel wat over Spanje te weten komen, vertelt over zijn moeder, die zich bezighoudt met het africhten van labradors voor blinden en slechthorenden, klaagt uitbundig over zijn salaris en zo’n 2 uur lang komen wij niet meer aan het woord en worden zijn verhalen constant onderbroken omdat hij Meis weer moet knuffelen en bijna platdrukt onder zijn 110 kilogrammen zware havenmeesterslichaam terwijl hij met hoge stem “koetsjiekoetsjie” in haar oor roept. Zelfs Meis moet af en toe op haar onderlip bijten om niet in lachen uit te barsten. Eindelijk verlaat hij de boot en kunnen wij aan ons wel heel erg late souper beginnen. De volgende dag gaan we Estepona wat verkennen. Er is geen Spanjaard te bekennen: overal hoor je Duits, Engels en… Nederlands. Dit is dus echt een overwinteringsplaats. Gemiddelde leeftijd: nou, pak ‘m beet, zo’n jaartje of 70. Maar wederom is er een prachtig wandelstuk met aangrenzend strand voor Meis (nou vooruit, ook voor ons) en we vinden het allemaal nog steeds boven verwachting. We blijven hier liggen, omdat dit het meest strategische uitgangspunt is als onze vrienden er zijn. Ze kunnen dan kiezen tussen een tochtje Gibraltar of een oversteek naar Marokko en als het weer meezit kunnen we misschien beide doen. We sms-en met Hans en Anja die met hun camper vlakbij zijn en ze schrijven ons terug dat ze ’s-avonds in Estepona zullen zijn. Da’s pas gezellig! Het wordt een hartelijk weerzien en we kletsen en vragen elkaar de oren van het hoofd. De volgende ochtend gaan we in de camper naar Marbella om Gijs en Paula op te pikken, die met het vliegtuig in Malaga zijn geland en een bus richting Marbella hebben genomen. Och wat is het toch heerlijk onze vrienden weer te zien en te horen. En hoewel het een half jaar geleden is dat we elkaar voor het laatst hebben gezien, lijkt het wel gisteren. Als welkom hebben we een zonnetje in een strakblauwe lucht met een temperatuur van 25 graden geregeld. Zij op hun beurt brengen ons de groeten van vele mensen (dank, dank, dank: het is zo leuk om te horen dat men nog weet wie we zijn), kerstkaarten (heerlijk Hollands), cadeautjes en de spulletjes die we gevraagd hadden mee te nemen. Het is een grote feestelijke gebeurtenis in de kuip van de Zilver en we gaan pas naar bed als we omvallen van de slaap. De volgende dag staat er een stevige wind, kracht 7 uit het westen. Precies uit de verkeerde richting voor Marokko of Gibraltar. Geen nood: Hans en Anja stellen de camper ter beschikking om met z’n allen naar Gibraltar te rijden. Wat een luxe!! We sms-en de Tadorna die nog in Gibraltar is dat we op de koffie komen en of ze op Meis willen passen als wij de apenrots gaan beklimmen. Dus op Gibraltar aangekomen eerst een bakkie en dan de klim. De apen zitten boven op de 425 meter hoge rots en het is de enige in het wild levende apensoort in Europa. Het apenras is Magot oftewel de Barbarijse Makaak. Ze zijn hier waarschijnlijk ooit uitgezet en men zegt dat als de apen van de rots verdwijnen, ook de Engelsen uit Gibraltar zullen vertrekken. De beklimming over betonnen trappen is hoog en steil. De treden hebben we niet geteld, maar het zijn er veel. Halverwege zitten er al 2 aapjes langs de weg en Hans vindt het eigenlijk wel mooi geweest. Paul besluit met hem mee terug naar beneden te gaan en de rest van de groep begint aan de laatste klim. Het is warm en zwaar, maar boven aangekomen wordt alles goedgemaakt. Ongelofelijk, je weet niet wat je ziet. Overal om je heen zitten, klimmen, hangen en lopen apen, variërend van grote mannetjesapen tot kleine baby-aapjes die struikelend en dartelend het leven op de rots aan het verkennen zijn. Je loopt gewoon tussen de apen door en Marianne haalt de camera niet meer voor haar gezicht weg. Ze maakt foto’s en filmpjes tot het toestel bijna uit elkaar spat. Het is ook zo’n unieke gebeurtenis om hier te zijn! We staan bij de voederplaats en regelmatig komt er een auto langs (je kan ook gewoon met een auto naar boven) die de apen nog eens bijvoert. Helaas kijken de bezoekers niet zo nauw en ze geven snoep en andere ongezonde dingen aan ze . We hebben al gehoord dat 30% van de apen op Gibraltar diabeet is en we begrijpen nu ook waarom. Het is ook geen gezicht een aap aan een zuurtje te zien zuigen en we begrijpen echt niet waarom mensen dit doen. Maar afgezien daarvan genieten we van de circusacts die regieloos worden uitgevoerd en van de komische buitelingen die de jonkies maken. Onovertroffen! Maar er zijn ook vertederende momenten: een moeder met haar jong op de rug, een baby-aapje dat in de armen van vaderaap duikt, twee kleine aapjes die hun neusjes tegen elkaar drukken. De zon begint al onder te gaan. We moeten nu toch echt weer naar beneden en met moeite rukken we ons los van deze bijzondere wereld op de rots. De terugtocht zou in principe wat makkelijker moeten gaan dan de heenreis, ware het niet dat we de verkeerde weg nemen. We lopen ons een ongeluk en zien bijna heel Gibraltar bij nacht maar komen dan uiteindelijk toch aan bij de Clipper, de pub waar we hebben afgesproken met Hans en Paul en Yvonne en Bartek. De pub is al helemaal in kerstsfeer gebracht en ook bij het personeel zit de kerstgedachte er al stevig in. Verkleed als Rudolf, het roodgeneusde rendier, en grappenmakend en lachend komen ze onze bestelling opnemen. Yvonne en Bartek hadden de tip gegeven in deze pub te gaan eten en we mogen wel stellen dat deze tip goud waard was. We krijgen grote borden met heerlijk in een berg opgetast eten voorgeschoteld en smikkelen onze buikjes vol. Zeker na die enorme wandeling van vanmiddag gaat de stevige kost er goed in. In de avond zoeken we de camper weer op voor de terugreis. Bij de camper staat een man in uniform met een schijnwerper naar binnen te koekeloeren en het blijkt dat we ‘m op een douaneterrein hadden geparkeerd, wat dus eigenlijk niet mocht. De man wil alle papieren zien, maar is heel vriendelijk (jaja, die Engelsen blijven onder alle omstandigheden vriendelijk) en als alles in orde bevonden is keren we weer bootwaarts.


24 december, Ceuta Afrika

De volgende dag staat er een prachtwind uit het oosten. Tijd om Afrika eens te gaan bekijken dus. We hebben besloten naar Ceuta te varen, een Spaanse enclave in Marokko. Da’s makkelijker met de hele papieren rompslomp denken we. We hebben de wind achterlijk, de golven zijn flink en we speren naar de overkant. En…….. wat we zo graag wilden: dolfijnen!! Ze zijn wat lastig te zien vanwege de hoge golven, maar ze zwemmen een stukkie met ons mee. We komen aan in Ceuta en hebben eerlijk gezegd niet echt het gevoel in Afrika te zijn: het ziet er allemaal nog gewoon Spaans uit. De volgende dag, 1e Kerstdag, vinden we een mooi moment om Marokko te gaan verkennen. Helaas heeft Gijs de griep uit Nederland meegenomen en hij blijft ziek achter op de boot. De grens schijnt maar 3 kilometer van de haven verwijderd te zijn en we vinden dat we dat best wel te voet kunnen doen. Dat kan ook best, als je maar de goeie kant oploopt. En, jullie raden het al, dat doen we dus niet. We lopen en lopen en lopen langs een bochtige weg en bij elke bocht denken we: hierachter moet het zijn, maar er komt geen einde aan de weg en aan de bochten. Na een kilometer of 5 gelopen te hebben, besluiten we maar terug te keren. Ondertussen hebben we een berenhonger en -dorst gekregen en de eerste de beste pizzatent die open is duiken we in. Onze Kerstmaaltijd bestaat uit een overheerlijke pizza vergezeld van een cowboyfilm op de tv in de hoek van de pizzazaak. Zo kan je dus ook Kerst vieren! Terug op de boot gekomen blijkt Gijs weer wat opgeknapt te zijn en we kunnen hem geruststellen dat ie vandaag, behalve een stevige wandeling, echt niks heeft gemist. De volgende dag besluiten we maar om de bus naar Marokko te nemen. Die weet tenminste waar de douane te vinden is. Meis blijft achter bij Bartek van de Tadorna, die tot onze grote verrassing ook naar Ceuta is gekomen en Yvonne gaat met ons mee. Met de bus zijn we in een oogwenk bij de grens. Het was dus echt ook de hele andere kant op als wij gelopen hebben gisteren! Voor de grens stopt de bus en we springen er allemaal uit en lopen met de groep mensen mee naar de grens. Dat gaat allemaal voorspoedig zeg! Het is een drukte van belang: overal lopen mensen, rijden en staan auto’s en campers en daar tussendoor lopen Marokkaanse mannen in lange beige kaftans (“jurken” met een “kaboutermuts” aan de achterkant) met een fez op hun hoofd en douanebeambten in uniform met scheidsrechtersfluitjes in de aanslag. We stommelen nog welgemoed achter de rij – grotendeels Marokkaanse mensen – aan, maar al snel roept een voetbalfluitje ons tot de orde en maant ons dat we naar de andere kant moeten lopen. Dat doen we dan maar. Direct springt een “kaftan met fez” op ons af en geeft ons een briefje dat we moeten invullen en in onze paspoorten moeten doen. Braaf doen we wat ons gezegd wordt en ondertussen raken we met de “kaftan met fez” aan de praat. Het is een aardige man van middelbare leeftijd, hij spreekt perfect Engels en hij heet Mohammed. (Hadden we natuurlijk kunnen raden). Hij vertelt ons dat Tetouan een leuke stad is om te bezoeken. We moeten onze paspoorten allemaal inleveren en dan moet iemand in de rij voor een loket gaan staan wachten tot ze onze namen oproepen. Terwijl Paul zich in de menigte stort met het voornemen onze paspoorten zo snel mogelijk terug te krijgen, praten wij verder met Mohammed. Kan hij niks voor ons regelen, want Tetouan ligt toch zo’n 40 kilometer verderop? Tuurlijk kan Mohammed wat regelen. Hans neemt de onderhandelingen op zich en al snel is de deal gesloten: 2 taxi’s naar Tetouan die daar op ons blijven wachten en ons ‘s-avonds weer terugbrengen en Mohammed gaat mee als gids. We hebben er alle vertrouwen in: Mohammed is een aardige man, hij kent Tetouan op z’n duimpje en kan ons dus alle mooie plekjes laten zien. Paul staat ondertussen met een rooie kop – de temperatuur is inmiddels aardig opgelopen – nog steeds in de mensenmassa. Hij is omringd door zwetende toeristen met spiegelzonnebrillen, rastahoofden met biobrood, goaties met blatende sikjes en megarugzakken met behaarde benen. Marianne vindt het wel een interessant aanzicht en trekt de camera tevoorschijn. FOUT!! Direct komt een opgewonden voetbalfluit haar kant op gestormd en gebaart dat de camera weg moet. Mohammed moet eraan te pas komen om te verklaren dat er nog geen foto genomen was, anders was waarschijnlijk de camera in beslag genomen. Hier mogen geen foto’s gemaakt worden, ook niet van Paul z’n hoofd in de zwetende mensenmassa. Oké. De paspoorten willen nog niet zo vlotten. Het duurt alles bij elkaar ongeveer een uur eer we ze terug hebben. We begrijpen echter niet hoe de douane kan zien wie bij welk paspoort hoort, want geen van ons wordt op zicht geroepen. Maar goed, we kunnen op pad. De taxi’s staan direct tot onze beschikking en we kruipen erin. Achter de douane staat het overigens bomvol met taxi’s: allemaal van het type Gammele Mercedes Jaren Tachtig Zelfde Kleur (lichtblauw) Zelfde dakje (wit vinyl) en we hotseknotsen vervaarlijk met de 2 auto’s Marokko in. Overal zien we mensen lopen en onderweg slaakt Marianne een kreet en grijpt Paul bij de arm: daar, kamelen. En inderdaad, langs de kant van de weg sjokken een paar kamelen. Even verderop staat een stel kamelen te grazen in een weiland. Net als koeien in Nederland, maar dan op z’n kameels in Marokko. De taxichauffeur ligt in een deuk over z’n gammele stuur: wat is d’r nou toch voor bijzonders aan een kameel? Maar bij ons zit de stemming er al goed in. We arriveren in Tetouan en Mohammed begint met de tour. Hij brengt ons naar de kashba (binnenstad) die in dit geval een medina is: een oude binnenstad die binnen stadsmuren ligt. Een soort vestingstadje dus eigenlijk. Bijna iedereen draagt de lange tuniekjurken met aan de achterkant een kaboutermuts, zowel mannen als vrouwen. Vrouwen dragen daarbij een hoofdoek en mannen een fez of een kalotje. We vragen Mohammed of het wenselijk is dat wij ons hoofd ook bedekken, voor de zekerheid hebben we sjaals meegenomen. Nee hoor, zegt Mohammed, de Marokkaan heeft respect voor alle mensen, ongeacht ras of religie. Dus we mogen dragen wat we willen. En dan belanden we ineens – zo zonder waarschuwing vooraf – in de sprookjeswereld van 1000-in-1-nacht. De medina lijkt op de Bossche Binnendieze, maar dan zonder water. De kashba is gebouwd onder overdekte togen met smalle steegjes waarin het een drukte van belang is. Mohammed is hier opgegroeid en mede dankzij zijn werk als gids kent hij vele mensen die we tegenkomen. Toeristen zien we niet, wij zijn de enigen. Links en rechts zien we kleine ateliertjes, ruimtes niet groter dan 4 bij 4 meter, waarin soms hele families, inclusief kinderen dus, zitten te werken. En overal zien we lachende gezichten: ze hebben blijkbaar plezier in hun werk en ze hebben het onderling gezellig. Er wordt van alles gemaakt: kleden, kleding, brood, houten inlegwerk, noem het maar op. We mogen overal binnenkijken (binnenlopen is onmogelijk omdat de ruimtes te klein zijn, dus we kunnen alleen onze hoofden door de deur steken) en krijgen overal een hartelijk welkom. Als we vragen of we een foto mogen maken, is dat telkens prima. Als dank zeggen we “Shoekran”, dankuwel. Daar moeten ze dan allemaal om lachen, natuurlijk omdat we het een beetje knullig uitspreken. We proeven wat van de lekkernijen die vers van het vuur komen, lopen over een soukh (overdekte markt) waar van alles tweedehands wordt verkocht (vooral kleding) en dan dient zich een onverwachte verrassing aan. Een Europees geklede man spreekt Mohammed aan en vraagt wie hij bij zich heeft. Mohammed legt uit dat wij met de boot vanuit Nederland zijn gekomen. De man monstert ons en zegt dan “I respect that, please follow me”. Terwijl we achter hem aan lopen vertelt hij ons in perfect Engels dat hij eigenaar is van een paleis, dat hij aan het renoveren is en hij nodigt ons uit een kijkje te komen nemen. Voor we het weten wat er gebeurt gaan we in een van de smalle steegjes door een laag deurtje en staan we in het paleis waarover de man heeft gesproken. We weten niet wat we zien: het is oogverblindend. Overal waar we kijken hoge togen met daarop prachtige mozaïeken van kleine tegeltjes. Alles is bewerkt: de vloeren, de muren, de togen en zelfs de houten plafonds zijn met mozaïeken beschilderd. “Loop maar rond, jullie mogen overal kijken en foto’s maken” zegt de man. Wat een gastvrijheid! Dat hoeft hij trouwens ook geen 2 keer te zeggen. We dwalen door het paleis met grote ogen en de camera in de aanslag. Kamer na kamer is voorzien van een andere mozaïekvorm en natuurlijk ontbreken de prachtige tapijten niet aan het geheel. We zien zelfs de oude haremkamer, de zogenaamde vrouwenkamer. Het centrum van het paleis vormt een grote hal die in het midden is voorzien van een mozaïekvijver. Als we omhoog kijken zien we dat op dat gedeelte geen dak is aangebracht. In de vijver wordt het spaarzame regenwater opgevangen. Om deze binnenplaats heen zijn achter de hoge togen aan gangetjes alle andere vertrekken gesitueerd, 2 verdiepingen hoog. praten met de eigenaar die zegt dat hij nog niet weet wat hij gaat doen als het paleis helemaal gerenoveerd is: openstellen voor toeristen, of een museum maken, of misschien helemaal niks. “Dadelijk moeten jullie nog met me meelopen naar de binnentuin” zegt de man. “Achter de binnentuin staat nog een gebouw, waarin ik ga wonen, maar dat kunnen jullie alleen van de buitenkant bekijken want dat is nog onder constructie.” En inderdaad, als we in het paleis zijn uitgekeken, neemt hij ons mee naar de binnentuin en daarachter zien we een 2e paleis, dat nog helemaal in de steigers staat. Wat bijzonder is dit allemaal, en zeker als het achter zo’n klein deurtje in zo’n smal steegje verscholen is! De “shoekrans” vliegen de eigenaar om de oren als we afscheid nemen en nog duizelig van al het moois dat we als extraatje hebben mogen aanschouwen.

En hoppetee, alsof het allemaal nog niet genoeg is geweest loodst Mohammed ons naar een tapijtenwinkel. Dat komt even mooi uit: Hans en Anja willen graag tapijten kopen en Marianne ook (maar dat had ze Paul nog niet verteld). Tapijtenwinkel is trouwens een understatement. Het lijkt in elk geval op geen velden of wegen op ons Nederlandse Carpetland. We komen binnen in een soort groot huis waar, behalve de plafonds werkelijk alles volhangt en –staat met tapijten en kleden in alle soorten, vormen, designs en maten die je maar kan bedenken. Via smalle trappetjes en gangetjes, ook hier de wanden weer helemaal volgehangen met tapijten en kleden, worden we naar een grote kamer gebracht waar een rij fauteuils staat opgesteld waarin we lekker mogen wegzakken. En natuurlijk is ook deze kamer van boven tot onder en van links naar rechts voorzien van tapijten en kleden. Er is werkelijk geen stukje muur meer te zien en voor de wanden staan tientallen (honderdtallen?) tapijten op rollen als soldaten in het gelid opgesteld, waarnaast weer stapels dunnere tapijten opgevouwen liggen te wachten op een koper. Alleen op de mozaïekvloer liggen geen tapijten. De verkoper komt binnen en heet ons hartelijk welkom. Of we thee lusten? Ja, van al die indrukken zijn we eigenlijk best dorstig geworden. De verkoper neemt de bestelling op en roept deze door naar Fatima. Al snel worden door de mannelijke assistent van de verkoper zilveren bladen met daarop theeglazen met verse muntblaadjes erin geserveerd. Heerlijke thee! Dan begint de verkoopshow. De verkoper spreekt goed Engels en om zijn betoog kracht bij te zetten zegt hij ongeveer na elke zin: “you understand?” en gaat dan zonder ons antwoord af te wachten weer door met zijn verhaal. De vloer wordt al snel gevuld: het ene tapijt na het andere wordt vakkundig uitgerold en er wordt bij verteld waar en hoe ze vervaardigd zijn. Er zitten werkelijk prachtexemplaren bij. De verkoper weet van geen ophouden meer en gaat maar door en door totdat er een stapel van wel een meter hoog ligt. Bovenop liggen tientallen kelims, een handgeweven dunner soort tapijt met een soort borduurwerk. Vooral deze kelims staan ons erg aan. Tot grote verrassing van Marianne heeft zelfs Paul zijn oog laten vallen op een van de kleden. Fatima wordt weer aangeroepen en de tweede ronde thee wordt wederom door de assistent van de verkoper gebracht. Fatima krijgen we niet te zien en we twijfelen dan ook ernstig aan haar bestaan. Maar dat mag de pret niet drukken, dat hoort allemaal bij het spel dat hier gespeeld wordt. De verkoper legt de verdere spelregels uit: hij gaat nu de tapijten weer opvouwen- en rollen: als we een tapijt mooi vinden zeggen we “wacha”, hetgeen dan betekend dat je eventueel interesse hebt en als je het “niks” vindt zeg je “la” (nee). Nou da’s niet zo moeilijk, dus de kleden worden in rap tempo “behandeld”. Bij Anja en Hans komt al snel een stapeltje te liggen en Paula en Gijs hebben eveneens interesse in een kelim. En ja, Marianne hoeft er nog niet eens moeite voor te doen: aan onze voeten komen ook enkele tapijten te liggen. We willen ze over de bankbekleding van onze boot draperen om onze boot wat vrolijker te maken. Als de dikkere tapijten aan de orde komen zegen we tegen de verkoper dat hij daar geen moeite voor hoeft te doen: die zijn veel te groot en te zwaar om mee te nemen. En dan in een tijdsbestek van luttele seconden, worden we in stellen van elkaar gescheiden. Wij (Paul en Marianne) worden meegenomen naar een wat kleine kamer met – je raadt het al – overal waar je maar kijkt tapijten. Daar begint het spel van vragen en bieden. We hadden van te voren al in een reisgids gelezen dat je soms met de helft, soms met een achtste en soms met een tiende van de gevraagde prijs moet beginnen. Nou, da’s niet tegen dovemansoren gezegd, want we slaan achterover van de prijs die wordt gevraagd voor de 2 tapijten die we uiteindelijk het mooist vinden. Een tiende dus maar, en we spreken met elkaar af welke bedrag we maximaal voor de 2 kleden kwijt willen zijn. Met angst en beven zetten we het eerste bod op het briefje van de verkoper. Hij zal toch niet boos worden? Maar nee hoor, hij blijft er even vrolijk onder als voorheen. Zo gaat het briefje heen en weer en heen en weer en uiteindelijk komen we in een impasse. Wij zijn aan ons van te voren afgesproken bedrag gekomen, maar dat is niet goed genoeg: het gat tussen de 2 prijzen is echt te groot. De baas van het spul wordt erbij gehaald en er wordt nog wat dooronderhandeld en uiteindelijk betalen we een habbekrats meer dan we oorspronkelijk wilden spenderen: allemaal blij. De kleden worden vakkundig ingepakt terwijl wij het zweet van ons voorhoofd wissen. Zo, da’s toch echt geen dagelijkse kost voor ons! Maar we zijn tevreden over onszelf. Onze vrienden zijn inmiddels ook klaar met kopen en als we elkaar tussen alle tapijten weer gevonden hebben, blijkt dat we allemaal ongeveer hetzelfde bedrag voor de kleden hebben betaald. We kunnen gewoon met creditcard betalen, hetgeen je in zo’n sprookjesachtige omgeving toch echt niet verwacht. Als Marianne vraagt of ze nog even van het toilet gebruik mag maken, wordt deze door de assistent eerst vakkundig schoongedweild. De assistent krijgt natuurlijk een fooi en gewapend met onze nieuwe aanwinsten verlaten we het tapijtenpaleis. Mohammed vraagt of we nog naar een natuurfarmacie willen. Ja, waarom niet, we hebben geen haast. Wederom komen we in een pand met prachtige mozaïeken. De (ook al Engelssprekende) farmaceut begint een soort show over thee, kruiden en gezondheidsproducten, maar de man komt niet echt geloofwaardig over. Als de show voorbij is moet er natuurlijk gekocht worden, maar niemand van ons heeft interesse, behalve Paul. Die heeft wel zin in de thee, maar als Marianne het bedrag hoort voor 3 pakjes thee, begint ze te protesteren. Dit is afzetterij! Als een brave echtgenoot halveert Paul de bestelling en tot onze grote verbazing vraagt de farmaceut vervolgens aan het gezelschap of we dan misschien interesse hebben in marihuana of hasjiesj. Nou ja zeg, mooie farmaceut is dat. We lachen allemaal hartelijk en bedanken uiteraard. Zou hij dat nou aanbieden omdat we Nederlanders zijn? We verlaten het pand, terwijl Paul natuurlijk van het hele gezelschap te horen krijgt dat hij vanavond maar eens een potje van die dure thee voor ons moet zetten en dan zegt Mohammed ons dat het tijd is: de taxi’s staan op ons te wachten. We nemen afscheid van Mohammed, die in Tetouan woont, en bedanken hem hartelijk voor zijn rondleiding in Tetouan. Dan kruipen we weer in de gammelbakken en snorren moe maar voldaan terug richting grens. Bij het eindpunt wordt afgerekend en dit keer komen we de grens zonder vertraging over: gewoon een kwestie van naar de bus aan de andere kant lopen. In de bus zijn we allemaal helemaal uitgelaten over de fantastische dag die we hebben gehad. Wat een avontuur zeg! Op de boot aangekomen bewonderen we elkaars aankopen, draperen we onze eigen kelims over de banken (echt een vrolijke verbetering) en zet Paul een heerlijk potje thee………. ’s Morgen moeten we retour richting Estepona, want Paula en Gijs moeten overmorgen ’s ochtends vroeg in Malaga weer op het vliegveld zijn.



 27 december Estepona

De boot wordt zeilklaar gemaakt (vele handen maken licht werk) en we vertrekken met een prachtige halve wind. Het duurt niet lang of de dolfijnen komen weer gezellig een stukje met ons meezwemmen. De golven zijn een stuk minder hoog dan op de heenreis, dus dit keer zijn ze goed te bekijken en kunnen we er zelfs een filmpje van maken. De tocht verloopt snel en voor we het weten zijn we weer terug in Estepona. We moeten eigenlijk vroeg naar bed, want morgen moeten we om 04.00 uur uit bed om Paula en Gijs weg te brengen. Maar we kletsen en kletsen maar en voor we het weten is het alweer laat. ’s Ochtends staan we elkaar verdwaasd aan te gapen met wallen onder de ogen waar je een stoel op kan zetten, maar we zitten op tijd in de camper en Hans chauffeert ons veilig naar het vliegveld. Wat is die week voorbij gevlogen! We kunnen het eigenlijk niet bevatten dat ze al weer teruggaan; ze zijn er toch net pas. Maar de tijd is onverbiddelijk, dus we nemen hartelijk afscheid en laten hen eerst een hele, hele, hele lange gang verkeerd lopen alvorens ze terug te roepen om te wijzen dat ze gewoon rechtsaf de gate in hadden moeten lopen. Hebben we ze toch nog nèt wat langer kunnen zien! Met z’n vieren drinken we koffie op het vliegveld en hobbelen weer naar Estepona terug. Gelukkig blijven Anja en Hans nog een paar dagen. Eerst maar eens bijslapen, want op die wallen kan inmiddels een flinke tafel bijgezet worden. Marianne voelde zich ’s-ochtends al niet zo goed en dat is er in de loop van de dag niet beter op geworden. Bij alle kerstcadeautje zat ook de Belgische griep, want Marianne komt de komende 2 dagen het bed niet meer uit. Terwijl Anja, Hans en Paul lekker uit eten gaan (een enorm stuk chocoladetaart voor Marianne meenemen, dat ze niet lust (ze is dus echt ziek!)), zich de volgende dag vermaken in een groot winkelcentrum en gezellig met elkaar op terrasjes zitten, drinkt Marianne alleen nog water en ligt kreunend en steunend in haar bedje. Op oudejaarsavond staat ze op, want dat mag toch echt niet gemist worden. Yvonne en Bartek zijn inmiddels ook in Estepona aangeland en zij komen aan boord met confetti, serpentines, feestmutsen en champagne. We kunnen ze nog net weerhouden om de confetti overal rond te strooien. Anja heeft een heerlijke Indische maaltijd gekookt, dus onze avond kan niet meer stuk. Na de allerbeste wensen om 12 uur, stommelen we verwachtingsvol naar buiten. Die Spanjaarden zijn feestneuzen! En ze houden van knallen, want je hoort het hele jaar door overal geknal en gedonder. Dat zal dan wel een vuurwerkspektakel worden! We staan buiten en wachten. Wacht ‘s: heel in de verte horen we een knal. We staan buiten en wachten. Ja, daar, achter de flat een lichtflitsje in de lucht. We staan buiten en wachten. En dan gaan we maar naar binnen. Niks vuurwerk. Niks knallers. Gewoon, niks. Tuurlijk wel allemaal even naar het thuisfront bellen met de beste wensen. Dan duikt Marianne het bed maar weer in en de rest neemt nog een borrel. Wat een saaie bedoening in vergelijking met Nederland!

Nieuwjaarsdag brengen we rustig door, Marianne nog steeds in bed en de rest een beetje suffig. De dagen erop worden doorgebracht met wandelingen, veel kletsen en lekker eten (de Indische maaltijden van Anja zijn echt niet te versmaden). Dan wordt het ook tijd voor Anja en Hans om weer te vertrekken. We nemen ook van hen hartelijk afscheid en zien de camper aan den einder verdwijnen (slik). We zijn weer met z’n tweeen. Dat zal wel weer even wennen zijn. Het weer in Estepona wordt met de dag mooier. Temperaturen van boven de 25 graden, strakblauwe lucht en stralende zon. Dit is dus winter in Zuid-Spanje! Marianne doet er nog ongeveer een week over om bij te komen van de griep. Na 2 stappen is ze doodop dus alles gaat in een tempo van likmevestje. We wachten nu op de Dizzy, want daarmee hebben we afgesproken om te gaan skiën in de Sierra Nevada. Dat lijkt ons namelijk een leuke ervaring: skieen “vanaf” je boot. Paul bouwt ondertussen de door Hans meegebrachte morse (gashendel) in. (Onze eerste morse was in april stukgegaan en vervangen door een andere. Probleem was dat bij die “andere”, de vooruit achteruit ging en de achteruit vooruit. Lekker verwarrend zoiets. Da’s dus net zoiets als je stuur naar links bewegen en dan rechts afslaan. De nieuwe morse heeft dit probleem verholpen: voortaan geven we vooruit gas en gaan we ook vooruit, en geven we achteruit gas, dan gaan we achteruit). Verder vindt Paul in een tweehandszaak (gedreven door Nederlanders, jawel), een serie zonnepanelen voor een leuke prijs. Die hadden we nog nodig op onze boot. De windgenerator levert met windkracht 5 voldoende stroom, maar aangezien het niet altijd waait en omdat het ding niet geruisloos is, is de stroomopbrengst niet helemaal optimaal. Dus Paul slaat aan het klussen. Bij de lokale smid worden roestvrijstalen beugels besteld, en als die binnen zijn komt Bartek een handje helpen met het monteren. En dat blijkt nog een hele klus, want ze kunnen geen goede roestvrijstaalboortjes krijgen, alleen van die rommeldingen. Voor 1 gat hebben ze ongeveer 30 minuten en minimaal 2 boren nodig. En er hoeven maar 24 gaten geboord te worden. Kortom, ze zijn de hele dag aan het boren. Maar het resultaat mag er zijn: onze boot is nu voorzien van 2 grote zonnepanelen. Enig nadeel: in Estepona is geen regelaar te koop, dus voorlopig zitten ze er alleen voor de show op. Maar dat mag voor Paul de pret niet drukken. Hij heeft de kluskoorts te pakken. We hebben aan het begin van de week bij de lokale zeilmaker prijzen opgevraagd voor het maken van een zeil en een bimini (voor de leken: een soort zonnedakje achter op de boot). De zeilmaker is een aardige en tevens vakkundige man, maar hij is tevens de uitvinder van het woord mañana (morgen). Dus elke dag proberen we hem in de kraag te grijpen en om de prijsopgave te vragen, maar veel resultaten levert dat niet op. En, we zullen het maar bekennen, we gaan een keer lunchen bij een Nederlands café, waar op de kaart bitterballen en frikadellen staan. We vinden het eigenlijk gênant daar te zitten: in Nederland moesten we daar altijd om lachen: naar Spanje gaan en dan in een Nederlands café gaan zitten. Om ons heen wordt alleen Nederlands gesproken en ook de bestelling mogen we in het Nederlands doen. Hebben we dat ook een keer meegemaakt! Ondertussen houden we ons ook bezig met het beantwoorden van de lawine mailtjes die in december was binnengekomen. In het totaal sturen we 14(!) pagina’s antwoorden terug aan iedereen, maar dat hebben we er graag voor over want nieuws van het thuisfront ontvangen vinden we altijd leuk. Verder maken we mega-strandwandelingen met Meis. Dat is het leuke van de wintertijd in zo’n gebied: niemand klaagt over een hond op het strand. Natuurlijk wordt door Marianne weer de nodige verzameling stenen en schelpen mee terug naar de boot gesleurd (niet aan Paul vertellen, want dan gaat ie weer zeuren over de rommel en het gewicht enzo. (Moet je eens weten wat die zonnepanelen wegen!)). We winkelen wat in het oude stadje en als we bij terugkomst langs de terrasjes richting onze boot lopen, horen we roepen. Wij kijken naar het terrasjes en zien ineens bekende gezichten van lang geleden. Hoe is het mogelijk: Paul z’n oud-directeur (van 10 jaar geleden) zit met een heel gezelschap te lunchen, waaronder een oud-collega van Paul. Da’s natuurlijk een apart weerzien, zo in het buitenland. Wat een toeval zeg! We drinken een borrel met ze en stiekem schuiven ze wat eten in onze richting. Paul kletst natuurlijk heel wat af over ‘de goeie ouwe tijd’. Het blijkt dat Henk (zo heettie) in Marbella woont en dat Odette (Paul z’n oud-collega) daar net ook een huis heeft gekocht. It’s a small world after all! We spenderen een gezellig uurtje met elkaar en dan nemen we afscheid, waarbij Henk zijn gegevens aan Paul geeft: als er wat is: bellen, dan kom ik je helpen! Da’s natuurlijk een toffe aanbieding, waarvan we echter hopelijk geen gebruik hoeven te maken. Na anderhalve week komt de zeilmaker met de offerte: we slaan steil achterover van de prijzen. In Nederland is het goedkoper! Bovendien hebben we geen vertrouwen in ’s mans planning: stel dat we terugkomen en de zeilen zijn niet klaar. We bedanken dus en Paul besluit de bimini zelf te gaan maken. Hij meet de boel op, gaat weer langs bij de smid en zegt dat we het over een week of 2 komen ophalen. Ondertussen is inmiddels de Dizzy gearriveerd en na enkele gezellige dagen met de hele bups (Tadorna en Dizzy) kunnen we door richting de Sierra Nevada. Tadorna zou eigenlijk mee gaan skieen, maar heeft zich bedacht. Voor hen zou het een te grote omweg zijn, dus ze besluiten rechtstreeks naar Marokko over te steken, daar oostwaarts te varen en dan in 1 trip naar de Balearen door te steken. Dat houdt in dat we na al die maanden min of meer met elkaar te zijn opgevaren afscheid moeten nemen. Misschien komen we ze in het voorjaar weer tegen in de Golf van Biskaje, want zij gaan via het Canal du Midi terug. We bedanken elkaar voor de gezellige tijd en wensen elkaar een fijne voortzetting van de vakantie toe. Wij vertrekken richting wintersport en zwaaien tot ze uit het zicht verdwenen zijn.



17 januari, Benalmádena

We hebben een prachtige zeiltocht, windkracht 5, halve wind. We gaan lekker en komen nét in het donker aan, maar da’s geen probleem. Het is een grote haven, dus inlopen gaat makkelijk. Tja, en wat zullen we er verder van zeggen. Laten we maar gewoon eerlijk zijn: het is geen mooie haven, maar dat hadden we gelukkig al verwacht. Om het haventerrein zijn allemaal nieuwe gebouwen opgetrokken in een soort Moorse bouwstijl. Het had mooi kunnen zijn, maar het ziet er allemaal kitscherig uit. We doen wat boodschappen in de supermarkt, duiken het bed in en vertrekken de volgende ochtend direct weer. Hier hoeven we geen tijd aan te besteden.


18 januari, Puerto del Este, Puncta de la Mona

De haven waar we vandaag naar toe varen is een tip van de havenmeester in Estepona. Het schijnt een prachtige haven tussen rotsen te zijn, prachtig gelegen en met water zo helder dat je je anker tot op de bodem kan zien vallen. We zijn benieuwd! De weersvoorspellingen zijn prima: kracht 5 tot 6 vanuit het noordwesten. Mooier kan bijna niet. We hijsen onze zeilen direct in de haven en hebben er meteen goed de vaart in. Het eerste stuk gaat de tocht voorspoedig. Maar dan begint de wind wat vreemd te doen: hij draait wat naar het noordoosten en zet stevig aan. We besluiten de grote genua in te rollen en we halen het kotterzeiltje maar weer eens uit de zak. Terwijl het zeiltje in het babystag hijsen, begint het harder en harder te waaien. We gaan het grootzeil reven en terwijl we weer daarmee bezig zijn komt er een puist wind opzetten! We zetten meteen een dubbel rif, net op tijd. Het waait windkracht 8 á 9, redelijk scherp van voren en dat in een tijdsbestek van ongeveer 10 minuten en eigenlijk zonder enige waarschuwing! De Zilver kan het echter allemaal weer prima bolwerken, alleen de stuurautomaat heeft wat moeite met de harde vlagen. Om te voorkomen dat het schip iedere keer oploeft, nemen we zelf het stuurwiel in de hand. En dan binnen 1 minuut: pats, alle wind weg. Niks meer. Vertwijfeld kijken we elkaar aan. Maar even afwachten wat er gaat gebeuren. Maar de wind blijft weg. Dus het kotterzeiltje wordt opgeborgen en de genua komt weer te voorschijn. Na een halfuurtje zo gedobberd te hebben: pats, binnen 1 minuut: windkracht 8. Gelukkig hebben we de riffen nog niet uit het grootzeil gehaald, maar we worden toch aardig op 1 kant gegooid. Onderweg belt Hans, de broer van Marianne. Hij belt net in een windstille periode, maar halverwege het gesprek moet Marianne afbreken, want ze staat binnen zowat op de zijkant van de boot. We maken flink slagzij als de Zilver oploeft tegen een stoot van windkracht 9 en alle zeilen moeten snel losgegooid worden. Sorry Hans! We zullen de rest van deze tocht even in een notendop beschrijven: 1 uur lang windkracht 8 tot 9, dan 10 minuten windkracht 0, dan een half uur windkracht 8 tot 9, gevolgd door een kwartier windkracht een, anderhalf uur windkracht 9 en dan hebben we de haven in het zicht (nou ja in zicht: het is inmiddels weer donker). Op de meldsteiger worden we opgewacht door 4 mannen die ons bewonderend aankijken: dat wij in deze storm gevaren hebben. Uiteraard kijken wij heel stoer en doen of dit dagelijkse kost voor ons is. Maar zo’n tocht hebben we in onze zeilcarrière nog niet eerder meegemaakt! Het haventje is werkelijk prachtig. Om er binnen te lopen moet je eerst om een enorme rots heen varen en die rots wordt tevens ons uitzicht in de haven. De volgende ochtend zien we pas echt hoe mooi het is. De havenmeester van Estepona heeft niet overdreven: je kan de bodem van het water onder de boot zien, en dat is zo’n 3 tot 4 meter. Het haventje wordt omgeven door nog prachtige groene heuvels. En de bebouwing die wel is aangebracht, is laag gehouden en van veel balkons en terrassen voorzien. We liggen direct aan een aantal terrasjes en we raken al snel aan de praat met een van de obers. Hij verteld ons dat de mooie groene heuvels volgend jaar allemaal volgebouwd zullen zijn. Wat zonde is dat toch! Voor Meis (en ons) is er weer een lekker strand. De Dizzy ligt er ook en we besluiten de dag erop maar direct door te varen naar Motril. Deze haven doen we op de terugweg weer aan om nog even te genieten van al het moois en de omgeving te verkennen.


20 januari, Motril

Motril is het beste uitgangspunt om een auto te huren en te gaan skieen in de Sierra Nevada. Bovendien is ons verteld – ook door de pilot – dat Motril een goedkope haven is. Het is eigenlijk een tocht van niks: 13 mijl. In het begin kruipen we wat sloompjes vooruit door het gebrek aan een wat steviger windje, maar dichter bij Motril schiet het wat beter op. Onderweg hebben we de eerste kennismaking met de Sierra Nevada. Achter de bergen aan de kust rijzen de witbesneeuwde toppen hoog op. Een prachtig gezicht: op de voorgrond het blauwe water van de Middellandse Zee en op de achtergrond sneeuw. Vooral als we Motril binnenvaren wordt deze tegenstelling benadrukt. Er staat een rij grote dennenbomen, met daarvoor palmbomen en daarachter nog steeds de sneeuw. De wintersportkriebels zitten er al aardig in! We varen de haven in en al snel komen Hans en Anja van de Dizzy bij ons aan boord. Ze vertellen dat ze een vermogen aan havengelden moeten betalen en ze hebben het idee dat ze aardig beetgenomen zijn. Dit was toch een goedkope haven? ’s Avonds melden wij ons op het havenkantoor en de rekening doet ook ons even flink slikken. Potjandorie, dit is de duurste haven in Spanje! Het blijkt dat deze haven geen laagseizoentarieven hanteert. We moeten dus de volle mep betalen. Maar gauw een auto gaan huren dan, want erg lang hier vertoeven willen we ook niet. En dat is weer makkelijker gezegd dan gedaan. Hans heeft al enig voorwerk verricht en de autoverhuurman zal hem ’s-avonds terugbellen. Niet dus. Hans belt zelf maar even en de man vertelt hem dat het vandaag niet meer zal lukken met een auto. Morgen belt hij terug. Niet dus. Hans besluit rechtstreeks naar een verhuurbedrijf te bellen en krijgt de toezegging dat morgen om 11 uur de auto wordt gebracht. De andere man laat niets meer van zich horen en even vrezen we dat het wintersportavontuur niet doorgaat omdat we geen auto kunnen krijgen. Maar de volgende ochtend om 11 uur, jawel, arriveert de verhuurmaatschappij met een auto. Het is weliswaar een andere auto dan we besteld hebben (wij wilden natuurlijk de kleinste en goedkoopste), maar we zijn al helemaal gelukkig dat het dan toch geregeld is. Terwijl de man de papieren rompslomp met ons doorneemt, arriveert een tweede man van het verhuurbedrijf. Ze praten even met elkaar en dan belt man 2 op zijn mobiele telefoon een nummer en…….Paul z’n telefoon gaat over. Wat blijkt: dat is de man die Hans als eerste had gebeld maar die nooit meer iets van zich heeft laten horen. Het is een beetje een pijnlijke situatie, maar gelukkig zien de beide heren er de humor van in (ze hadden natuurlijk al een vermoeden dat het om dezelfde bestelling ging). De prijs van de grotere auto is maar enkele euro’s meer en als we de man vragen waarom hij niet de door ons bestelde auto heeft meegebracht zegt hij: I think it is better for you!” We bijten alle vier op onze lippen om niet in schaterlachen uit te barsten en deze zin zullen we de komende dagen nog te pas en te onpas tegen elkaar roepen! Als alles geregeld is springen we direct met z’n allen in de auto en rijden richting Granada. We gaan het Alhambra bekijken. We kopen de toegangskaartjes en wandelen tussen de kastelen (met bovenop natuurlijk weer een overdonderend uitzicht), prachtig aangelegde tuinen en smalle steegjes van het Alhambra. Het ziet er allemaal geweldig uit. Dan komen we aan bij het paleis waar het allemaal om gaat. Bij de ingang staat een batterij toezichthouders, die onze kaartjes wil zien. We peuteren ze tevoorschijn en laten ze zien en tot onze grote schrik en verbazing mogen we niet naar binnen. We begrijpen d’r niks van. Ze wijzen op het toegangskaartje, waarop een tijdstip staat. Dat is blijkbaar het enige tijdstip dat je in het paleis naar binnen mag en dat was ongeveer het tijdstip dat we het Alhambra binnenliepen. Dat heeft dus niemand aan ons verteld. We smeken de mannen bijna of ze niet een uitzondering willen maken omdat we het niet wisten, maar ze zijn onverbiddelijk. We begrijpen de reden ook niet helemaal: je mag alleen op het tijdstip dat op je entreekaart staat naar binnen en vervolgens mag je de hele dag binnenblijven, dus het heeft niks met controle van het aantal mensen binnen te maken. Direct achter ons komt een Engels stel met hetzelfde probleem. De stennis die zij maken overtreft de onze veruit, maar ook zij mogen niet naar binnen. Hevig teleurgesteld lopen we weg. We bezoeken de prachtig aangelegde tuinen aan de andere zijde nog, Hans onderneemt nog een vergeefse poging om via de achterzijde het paleis in te duiken en dan gaan we richting uitgang. Marianne legt bij de informatiebalie een klacht neer over het gebeurde, waarbij ze schromelijk overdrijft: “we zijn helemaal uit Nederland gekomen om het paleis te bekijken, blablabla” maar haar klacht wordt glimlachend en een beetje meewarig in ontvangst genomen. We weten zeker dat er niets mee gedaan zal worden en dat deze teleurstelling honderden mensen overkomt. Vandaar dus die batterij toezichthouders bij de ingang van het paleis. We springen weer in de auto en gaan de Sierra Nevada vast eens verkennen. Bovendien weten we dan meteen hoelang het rijden is. Via een slingerweg gaan we de berg op en komen dan in een heusch wintersportdorp! Overal om ons heen banjeren mensen met hun logge skischoenen en de ski’s in de nek richting auto of terras. Wij doen het laatste (met onze gewone schoenen en zonder ski’s in de nek) en vlijen neer op een nog-net-in-de-zon-terras met het uitzicht op de sneeuwhellingen. Prachtig! We zien om ons heen genoeg winkels om ski’s te huren, dus daarover hoeven we ons ook geen zorgen te maken. Als de borrel op en de zon weg is gaan we de berg weer af. Van berg tot boot is het ongeveer 1 uur en 1 kwartier rijden, dus dat is goed te doen. De volgende ochtend rijden we om 8 uur weg. Midden in de nacht voor onze begrippen. Boven aangekomen regelen we de ski’s en schoenen. Da’s nog even lachen, want de jongens van de skiverhuur willen op de bon zetten in welk hotel of appartement we verblijven. “Tja”, zeggen we, “we zijn met de boot”. Dat vinden ze prachtig! Ze wijzen zelfs aan hoe we moeten skiën om Marokko in de verte te zien liggen. We regelen de liftenpas en……… skiën maar! Het is een mooi gebied, zelfs nog groter dan we dachten. De sneeuw is formidabel en 2 dagen lang skiën we onder een strakblauwe lucht. We genieten met volle teugen. Na de tweede dag drinken we onze laatste borrel in het zicht van de sneeuw en op de terugreis naar de boot doen we nog flink wat inkopen in de supermarkt. Wat is een auto toch makkelijk! De volgende morgen om 11 uur wordt de auto weer opgehaald. We hebben enkele heerlijke dagen gehad in het goeie gezelschap van Hans en Anja! Maar aan alle goede dingen komt een eind en ook de (vaar)wegen van de Dizzy en de Zilver scheiden zich hier. De Dizzy heeft een jaar langer dan wij en zij gaan richting oost. Alweer een afscheid dus in korte tijd. Als vooruitzicht hebben we dat we elkaar over anderhalf jaar in Nederland weer ontmoeten, want we hebben elkaar boeken geleend. Tot ziens!


24 januari Puerto del Este, Puncta de la Mona

We zijn nu officieel aan de terugreis begonnen. Da’s even slikken! Motril is het meest oostelijke puntje dat we aandoen en we vertrekken nu weer westwaarts. Het kleine tochtje wordt een vermoeiende aangelegenheid. Er staat een hele vreemde en vervelende golfslag, die de Zilver als een tuimelaartje (nee geen dolfijn, maar zo’n kinderbekertje dat niet om kan vallen) laat schommelen. We kunnen ons amper staande houden. Als Klaas Vaak zo de kinderen in slaap zou wiegen kreeg ie onmiddellijk ontslag! Als we vlak bij de haven zijn moeten we op handen en voeten de stootwillen uit de ankerbak peuteren. Ze worden met een dubbele zeemansknoop vastgemaakt en zo schommelen we naar onze favoriete haven. We waggelen zo hard op en neer dat de stootwillen iedere keer flink los komen van de boot en zelfs de dubbele wurgknopen niet meer houden. Het werd weer eens tijd om een goeie man-overboord-manouvre (in dit geval stootwil-overboord-manouvre) te maken, want natuurlijk belandt er 1 in het water. Zelfs als we in de haven liggen, schuddebuiken we nog aardig op en neer. De volgende dag wandelen we naar Herradura, een stadje aan de andere kant van de berg. Daar is de dichtstbijzijnde supermarkt. Het is een flinke wandeling (3 kilometer) met de nodige steile stukken, maar het is zeker de moeite waard. De tocht leidt ons langs nieuwe appartementen, natuurlijk allemaal met uitzicht op zee. Herradura is een leuk stadje dat aan een grote baai ligt. We wandelen het hele strand af, want natuurlijk arriveren we weer net tijdens de siësta. Als Marianne een foto wil maken van een kunstwerk dat ze mooi vindt, hoort ze ineens boven zich in een palmboom vreemde vogelgeluiden: papegaaien! Ze probeert snel een foto te maken, maar ze vliegen weg. Het zijn 2 grote groene papegaaien met één staartveer van onderveer 1 meter lang. (Later proberen we in de encyclopedie op te zoeken welke soort het betreft, maar we komen er niet achter. Wel lezen we daar dat papegaaien in het wild in Europa niet voorkomen. Deze zijn dus waarschijnlijk ontsnapt). Later komen we ze weer tegen. Een foto maken gaat niet omdat we niet te dichtbij durven te komen (dan vliegen ze weer weg), maar we maken we een geluidsopname met de camera. Om een uur of 5 lopen we weer terug en boven aangekomen nemen we een andere route. Daar treffen we nog meer nieuwe aanbouw van huizen en appartementen aan. Volgens “ons” obertje zijn het vooral Engelsen en Denen die ze kopen. Onderweg komen we een keurig geklede Duitse Dame Met Gouden Balmuiltjes tegen. Ze is tevens gewapend met hond en wandelstok. Meis en Felix (zo heettie dus) kunnen het goed met elkaar vinden. We praten even met de Duitse Dame Met Gouden Balmuiltjes, die we 65 jaar oud schatten. Ze vertelt dat ze boven op de groene heuvel woont en dat ze elke dag 2 keer met haar hond gaat wandelen. Het mooiste is volgens haar om de groene heuvel zelf te beklimmen, dat is een prachtige wandeling met een grandioos uitzicht. Als we tegen haar zeggen dat we dat de volgende dag eens zullen doen, nodigt ze ons uit bij haar thee of koffie te komen drinken. Wat aardig! De volgende dag duikt Paul in de motorruimte, omdat daar nogal wat olie op de grond ligt (en omdat ie waarschijnlijk geen zin heeft om vandaag weer zo’n wandeling te maken) en Marianne besluit de wandeling alleen te gaan maken. Ze trekt haar Stoere Mega Bergschoenen aan en gaat met Meis naar ‘de groene heuvel’. Er is maar 1 pad dat naar boven leidt en eigenlijk is het nog niet eens een pad. Marianne moet echt over grote rotsblokken klauteren en als ze over een smal richeltje met kleine rotsjes loopt met naast zich de steile afgrond denkt ze aan de Duitse Dame Met Gouden Balmuiltjes. “Ik heb vast de verkeerde route genomen” denkt ze vertwijfeld en loopt terug. Maar d’r is niks anders te vinden, dus ze begint opnieuw aan de klauterpartij. Het gaat echt steil omhoog en af en toe moet ze zich met haar handen erbij ondersteunen. Meis heeft nergens problemen mee en huppelt overal tegenop alsof ze in een verkeerd lichaam geboren is en eigenlijk een berggems had moeten zijn. Bovenop de heuvel begint een pad, waar men inderdaad al bezig is met het klaarmaken van de grond voor bouwactiviteiten. Marianne loopt het steile pad op en op de berg voor haar verschijnt – wat een toeval – de Duitse Dame Met Gouden Balmuiltjes die vandaag een ander ensemble aanheeft en de Duitse Dame Met Linnen Muiltjes Met Flinke Sleehak is. Marianne vertelt haar over de heenreis en zegt dat ze waarschijnlijk de verkeerde route genomen heeft. “Ach welnee, d’r is maar 1 route” roept de Duitse Dame Met Linnen Muiltjes Met Flinke Sleehak. “kom, ik loop met je mee en dan nemen we beneden een kopje koffie”. Marianne kijkt nog even tersluiks naar haar eigen Stoere Mega Bergschoenen en dan weer naar de onberispelijke voetjes van de Duitse Dame Met Linnen Muiltjes Met Flinke Sleehak en dan begint de terugtocht, exact over hetzelfde ‘pad’ als de heenreis! Hoe is het mogelijk! Slechts 1 keer maakt de Duitse Dame Met Linnen Muiltjes Met Flinke Sleehak een schuiver, maar dat wordt door de wandelstof prima gecorrigeerd. Marianne is vol bewondering en ze trakteert beneden aangekomen de Duitse Dame Met Linnen Muiltjes Met Flinke Sleehak met plezier op een kop koffie. Paul vertelt het verhaal aan Paul en hij gaat de dag erop mee om te kijken hoe steil de berg dan wel niet is. En inderdaad, ook hij vindt het moeilijk te geloven dat de Duitse Dame Met Linnen Muiltjes Met Flinke Sleehak deze route zonder ongelukken heeft kunnen lopen. Maar het is prachtig! Halverwege de berg staat een huisje dat al lange tijd leegstaat en waar de deuren en ramen ook al lange tijd uitgehaald zijn. We gaan er naar binnen en doen net alsof we er wonen en ’s morgens door de deur naar buiten stappen: het uitzicht is verbluffend mooi! Via de groene heuvel kijk je over de rotsen naar de zee, met in je rechter ooghoek nog het haventje. Je zal hier wonen! Maar dit prachtige stuk wordt dus binnen niet al te lange tijd volgebouwd. Wat zonde! Later praten we er ook weer met ‘ons’ obertje over. Ja, hij vindt het ook eeuwig zonde, maar je doet er niks tegen. Geld is geld! De volgende dag maken de wandeling nog 1 keer (om het af te leren) en gaan daarna lunchen bij het restaurantje van ‘ons’ obertje. Het personeel is het restaurant heeft echt plezier in het werk, dat hadden we de afgelopen dagen al gemerkt. Bij de koffie die we bestellen krijgen we van ‘ons’ obertje gebak geserveerd. “Voor de amigo’s”, zegt ie. Nou ja, da’s pas aardig van hem!


29 januari Puerto Caleta de Vélez

Omdat we Benalmádena op de heenreis naar Motril zo lelijk vonden, hebben we nu een andere haven uitgekozen. Het zal allicht beter zijn dan. We gaan op pad en komen al zeilend rond 5 uur aan. We parkeren de boot aan het eind van een betonnen steiger en gaan richting havenkantoor. Aan het begin van de steiger wordt flink gewerkt: er worden automatische toegangspoortjes geplaatst. In het havenkantoor melden we ons voor de overnachting. Maar er wordt vreemd gereageerd. De man staart ons aan alsof we aliens zijn en vertwijfeld vragen we de man of we wel in het havenkantoor zijn. Ja dat wel, maar overnachten kan echt niet, want er wordt gewerkt aan de steigers en de haven is gesloten. We proberen van alles en nog wat: we kunnen de steiger omzeilen en met de bijboot naar de kant gaan, we kunnen naast de vissers gaan liggen, we kunnen dit, we kunnen dat. Maar het mag niet. We worden weggestuurd. We vinden het ongelooflijk dat je in een zeehaven, tegen de avond wordt weggestuurd, maar het is echt zo. De volgende haven (jawel: Benalmádena) ligt 20 mijl verderop, zo’n 4 uur varen dus. Gelukkig heeft Meis ondertussen haar behoeften gedaan, want we maken de trossen weer los en vertrekken. En ja: Caleta de Vélez ziet er stukken beter uit dan Benalmádena.


29 januari, Benalmádena

Al snel wordt het donker en er staat geen wind, dus de motor draait op volle toeren. Marianne gaat beneden eten maken en is druk aan het kokkerrellen als ze boven zich ineens gestommel hoort. Dat is vreemd, want we hebben een duidelijke afspraak: met slecht weer en in het donker gaat niemand onaangekondigd naar voren op de boot. Er wordt altijd even een seintje gegeven zodat de ander ‘op de uitkijk’ gaat staan. Wat verbaasd steekt Marianne dan ook haar hoofd uit het luik en ze ziet dat de kuip leeg is. Verontrust loopt ze naar buiten en kijkt over het dek: leeg. Het bloed begint te suizen door haar hoofd en haar vel begint te prikken: dit kan niet. Ze begint te roepen, harder en harder, maar er is geen reactie. Dan slaakt ze in paniek een harde kreet in het volle besef dat Paul overboord geslagen is. En die laatste kreet hoort Paul, die gewoon binnen achter haar rug langs is gelopen om in de kast zijn laarzen te pakken in verband met koude voeten, (mooie anti-climax hé). Hij rent naar de uitgang en ziet aan Marianne’s gezicht wat er in haar is omgegaan en het kost hem heel wat moeite haar weer tot rust te brengen. Het eten is overigens mislukt.

Rond 10 uur ’s-avonds arriveren we en rond 10 uur ’s ochtends vertrekken we. Dat is ook het beste om te doen op zo’n lelijke locatie.


30 januari Estepona

Eigenlijk wilden we nog een tussenstop in Marbella maken, waar de Akane nog steeds ligt. Maar als we ze een sms sturen, blijkt dat ze net voor enkele weken naar Duitsland zijn. We kachelen weer door naar Estepona, want daar liggen (hopelijk) de beugels voor onze bimini klaar bij de smid. We hebben een mooie achterlijke wind en als ie op een gegeven moment helemaal van achteren komt hijsen we het spinnaker. We maken een mooi vaartje door het water en de wind zet nog wat aan. En aan. En aan. En begint meer naar opzij te draaien. En voor we het weten liggen we met spinnaker en al op 1 oor. Zo snel als het gaat halen we ‘m binnen en weer net op tijd, want de wind komt nu behoorlijk hard schuin van voren binnen. Zo, dat is effe werken! Maar we zijn blij dat we niet nog een minuutje getwijfeld hebben met het binnenhalen, anders hadden we waarschijnlijk plat gelegen. De genua wordt uitgetrokken en we zeilen heerlijk door. Marianne ziet in de verte iets groot en zwarts even boven het water uitkomen. Dat moet een walvis zijn geweest. Maar hoe we ook turen en turen, hij laat zich niet meer zien. Om 5 uur lopen we de haven binnen en Paul loopt direct naar de smid. Nee, de beugels zijn niet klaar, want de materialen zijn niet op tijd geleverd. Maandag zijn ze klaar. Wij denken echter dat de smid bang was dat we ze niet zouden komen ophalen en dat hij daarom gewacht heeft. Gelijk heeft ie. De volgende dag treffen we Joke op straat. Bij Joke en Han van het prachtige Koopmans zeilschip Honor, hebben we de vorige keer in Estepona een borreltje gedronken. Ze overwinteren hier. Joke stelt voor om ’s-avonds gezellig uit eten te gaan bij de locale Chinees (ja, die zitten overal). Dat vinden wij natuurlijk weer een goed plan en het wordt een gezellig avondje dat wordt afgesloten met een borrel op de Zilver. ’s Maandags blijkt de smid een man van zijn woord: de beugels zijn klaar en Paul slaat alwéér aan het klussen, dit keer met de bimini. De beugels zitten er keurig op en hij begint aan het zeildoek erover als er een harde wind opsteekt die enkele dagen zal aanhouden. Marianne houdt zich ondertussen weer bezig met de strandwandelingen (mooie stenen man! (niet tegen Paul zeggen)) en met het bijwerken van dit websiteverhaal. Want we hadden een partij achterstand! Druk, druk, druk, zullen we maar zeggen. We spenderen een gezellige tijd met Joke en Han, wisselen CD’s met elkaar uit en we mogen met hun auto meerijden naar het winkelcentrum: super! Als dank maakt Marianne een Indische rijsttafel voor hen (Anja: dankjewel voor de heerlijke recepten!). Nu wachten we op de goede wind om naar Marokko over te steken. Want daarvan hebben we nog niet genoeg gezien vinden we!

Het is nu vrijdag en er komen verwarrende weersberichten binnen; in de straat van Gibraltar wordt een 6 tot 7SW afgegeven en via de SBS ontvanger lezen wij een 3 tot 4W in Alboransea. Het wordt maar een dagje wachten tot het stabiliseert. Er is nog wel wat te klussen aan boord. We vinden het weer guur, vanmorgen, 16 graden en wind. Gek he, hoe snel je went aan dit weer.. In Nederland zouden ze in hun handjes klappen en in Engeland zouden de korte broeken van het nieuwe mode seizoen al uitverkocht zijn.