22-06   05-07   23-07   22-08   24-09   08-10   18-12   07-02-2004   22-02   02-05   10-05   WEER THUIS  

10 juni Rivier Gironde Port Medoc….of niet?

Rond 08.30 uur verlaten we onze mooie ankerplek en varen met het stroompje mee de riviermonding uit. Deze tocht moeten we dicht langs de kust blijven varen want links van ons (bakboord voor de kenners) ligt Landes Range, een groot militair oefengebied-op-zee. Tussen het land en het oefengebied ligt een strookje water waar we vrije doorvaart hebben. Onderweg moeten we ons bij 1 plekje aanmelden, bij Hourtin, zodat men ons kan meedelen of er geen oefeningen zijn en zodat ze ons gedurende 5 mijl onder begeleiding van hun radar kunnen laten varen. Maar hoe we ze ook oproepen, zelfs per telefoon, we krijgen geen enkele reactie terug. Is het nationale militaire feestdag of zo? Na een poging of 5 geven we het op en varen het gebied binnen. Angstvallig spieden we naar links en rechts (bak- en stuurboord (wederom voor de kenners)), of er geen torpedo naar ons onderweg is, maar het is en blijft doodstil, zowel op de marifoon als op het water. Toch slaken we een lichte zucht van opluchting als we het gebied weer uit zijn. We zeilen verder en komen bij de rivier waarin Port Medoc, een spiksplinternieuwe haven, moet liggen. In de Reeds almanak wordt verteld dat de haven dit voorjaar is opengegaan. Zoals van elke haven in de Reeds staat er een volledige beschrijving van de haven, de prijzen, de faciliteiten en er staat een kaartje bij van de havenindeling, met daarop onder andere aangegeven de tanksteiger (en we hebben brandstof nodig dus dat komt goed uit). Als we de bocht omzoeven zet de stroming flink door. Met een vaartje van 10,5 knopen zeilen we de Gironde in, geweldig! We leggen onze koers naar de haveningang van de nieuwe haven. We turen ons scheel door de verrekijker, maar we kunnen niks zien wat op een haveningang duidt. Wel zien we op de kant hopen zand liggen. “Volgens mij is die haven er nog helemaal niet” zegt Marianne tegen Paul. Paul grijpt de kijker en wordt er ook niet veel wijzer van. We keren om en varen een stukje terug naar Port Bloc. Dit is een kleine ferry-haven waar eigenlijk geen plaats voor gasten is. Maar inmiddels begint het donker te worden en we hebben geen zin om tegen de stroming in (en die is flink) nog naar Royan te varen. We leggen aan bij een boot van de hydraugrafische dienst. In de haven ligt tevens een douaneboot, waarvan zo ongeveer de gehele bemanning bekijkt hoe wij de Zilver keurig langszij leggen terwijl ze olijk naar ons zwaaien. Als we met Meis aan de wandel zijn vragen we aan iemand die op het terrein aanwezig is of het een probleem is dat we onze boot op die plek hebben neergelegd. Nee hoor, het is allemaal prima. De volgende ochtend krijgen we bezoek van de olijke zwaaierds van het douaneschip. Met 4 man sterk komen ze onze Zilver eens aan een nadere inspectie onderwerpen. Tot onze verbazing spreken ze allemaal Engels en 1 zelfs bijzonder goed. Ze vragen onze papieren en kletsen er ondertussen flink op los. We vertellen ze dat we eigenlijk naar Port Medoc wilden, maar dat we die niet konden vinden en we laten ze de Reeds zien met de prachtige haveninformatie. De mannen moeten er stevig om lachen, want de haven is inderdaad nog niet helemaal klaar, misschien gaat ie in juli open. Ander gespreksonderwerk is het Europese kampioenschap voetbal. Eén van de heren hoort Paul wat uit over het Nederlands team en al snel blijkt waarom: hij heeft 4 euro in de voetbalpool op Nederland gezet. Oef, als dat maar goed afloopt voor hem (en voor ons natuurlijk ook). Al met al blijven ze maar liefst zo'n anderhalf uur kletsen. Ze willen alles weten over onze reis en niet beroepsmatig, maar gewoon uit interesse en we krijgen voor de 1e keer in 12 maanden (!!) een binnencontrole van de boot. Marianne vraagt of ze de boot ook even hebben opgeruimd tijdens de controle maar dat is helaas niet het geval. Als de heren zijn vertrokken maken we een wandeling naar de vermeende haven Port Medoc. We zien een hoop werk aan de winkel: het terrein ligt nog volledig onder constructie. We zijn benieuwd of ie in juli klaar zal zijn. Rondom Port Bloc is het mooi, het is een bosrijk gebied en het is er leuk om te wandelen. We krijgen een sms-bericht van Tadorna dat ze in Royan zijn en ze vragen zich af waar wij zijn. We zeggen dat we eraan komen: 't is maar 1 uurtje varen.


11 juni Royan

We zeilen alleen op het voorzeil naar Royan. 't Is wel even goed opletten omdat er veel ondieptes zijn, maar het is een heerlijk tochtje in de zon. In Royan zien we dan eindelijk weer, na ruim vier maanden, Yvonne en Bartek van de Tadorna. Wat hebben we elkaar veel te vertellen! Nadat we onze brandstoftanks gevuld hebben gaan we met z'n allen zwemmen. Het is prachtig weer en het strand ligt direct naast de steiger waaraan we liggen. En koud dat het water is! Meis heeft er geen last van: we hebben het luchtbed weer meegenomen en die combinatie staat weer garant voor komische acties. Voor ’s avonds hebben we een beach barbecue in gedachten, het is ook zo’n mooi weer. Dus met z’n allen naar de winkel en daarna naar het strand. Dit is echt genieten! De volgende ochtend slapen we voor het eerst in lange tijd weer eens lekker uit. We blijven uiteindelijk 3 dagen in Royan liggen om met Yvonne en Bartek bij te praten. Wij moeten dadelijk weer vaart maken om thuis te komen en zij hebben nog 2 maanden langer vakantie en kunnen het dus rustig aandoen. Als we de derde dag het havengeld gaan voldoen wacht ons een aardige verrassing: de 3e nacht is gratis liggen. 's Avonds nemen we afscheid van de Tadorna. We zien elkaar weer als zij ook weer thuis zijn.


12 juni Les Sables d'Olonne

Alweer vroeg ons bed uit en wel om 07.00 uur. Met het stroompje mee racen we richting les Sables d'Olonne. Halverwege de tocht moeten we 2 uur motoren omdat de wind op is, maar daarna kunnen gelukkig de zeilen weer op. De golven zijn wat wispelturig en we schommelen stevig. En dan zien we ineens dat onze Nederlandse vlag verdwenen is, met stok en al. Treurig blikken we nog om ons heen in het water, maar misschien zijn we 'm al uren geleden verloren. Marianne haalt binnen een cocktailprikkertje met de Nederlandse vlag erop en prikt 'm op een lijn achter op het schip. Als je goed kijkt zie je 'm zitten, maar we voelen ons wel wat 'bloot' zo zonder dundoek. Als we vlakbij de haven zijn, zien we ineens dat de dieptemeter hapert. Dat komt slecht uit: we komen met redelijk laag water bij de haveningang aan en het zal er om spannen of we zonder meer binnen kunnen lopen. Marianne schakelt de knop een paar maal in en uit en gelukkig werkt de dieptemeter dan weer. Waarschijnlijk is het oogje onder de boot vies vanwege de enorme aangroei onder de Zilver. Het wordt tijd dat de Zilver de kant opgaat en een flinke schoonmaakbeurt krijgt. Maar dat doen we in het najaar thuis wel een keer. Zonder problemen varen we binnen en leggen de boot aan de gastensteiger. Direct gaan we op zoek naar een nieuwe Nederlandse vlag, maar da's natuurlijk geen makkie in Frankrijk. We bekijken de mogelijkheid om een Franse vlag om te toveren tot een Nederlandse, maar dat geeft meer het idee van: 'we-hebben-een-Franse-vlag-omgebouwd-tot-een-Nederlandse-vlag', dus daar zien we van af. Slechts 1 winkel heeft een Nederlands gastenvlaggetje te koop en dat schaffen we aan. Het ziet er maar zielig uit. Terwijl Paul het vlaggetje bij het achterstag ophangt, ziet hij dat we gisteravond vergeten zijn de vislijn binnen te halen. Wat een sukkels zijn we! Hij trekt zoveel mogelijk los, maar de rest moet onder water bekeken worden. Doen we morgen wel, als we gaan ankeren: hier in de haven is het veel te smerig. Les Sables d'Olonne is niet echt een leuk plaatsje (tenminste in de omgeving van de haven), maar er zijn enorm veel chandlers (watersportwinkels). We kopen een 6-pk buitenboordmotor die stevig in de aanbieding is. We zijn er enorm blij mee: 4 pk is echt te weinig, dat hebben we onderweg al diverse malen gemerkt. Je komt er met 2 personen niet mee in plané met alle gevolgen van dien: bij een beetje golfslag loopt de Zilvervloot helemaal onder water en bovendien is het soms zelfs gevaarlijk omdat je niet genoeg vaart kan maken om een water over te steken. We hebben nu dus een 4 pk Suzuki buitenboordmotor in de aanbieding. Liefhebbers? Als we onze avondwandeling met Meis maken, staan tot onze grote verrassing ineens Hans-Jurgen en Carin van de Akane achter ons. Wij dachten dat ze in La Rochelle waren. De volgende dag is de EK voetbalwedstrijd Duitsland-Nederland en in de Ierse pub vlakbij de haven wordt ie vertoont. Samen met Akane gaan we kijken en in de pub zitten nog 2 Duitsers. Wij zijn de enige Nederlanders en de quasi hatelijke opmerkingen vliegen natuurlijk over en weer. Er wordt afgesproken dat de verliezers trakteren. Tijdens de wedstrijd knijpen we 'm behoorlijk, maar gelukkig (voor ons, niet voor het team) wordt het uiteindelijk gelijk spel en we hebben een gezellige voetbalavond.


14 juni Ile d'Yeu

Een makkie: slechts 28 mijl te gaan en het vertrek is pas om 12.00 uur. Lekker uitgerust zeilen we over de baren en worden als snel bezocht door dolfijnen. Genieten maar weer! Marianne verschanst zich - zoals gewoonlijk - weer op de preekstoel, om de dolfijnen goed te kunnen bekijken en dit keer zit er een lolligerd bij, die telkens bij het ademhalen een straal water richting Marianne blaast. Marianne heeft het natte pak er graag voor over. We leggen ons schip op een andere plek dan op de heenreis voor anker, vanwege de windrichting. Hier liggen we lekker beschut. Akane ligt er al en we gaan meteen onze nieuwe buitenboordmotor testen. Geweldig, wat een verschil! Sowieso veel geruislozer en we komen met 2 personen en hond in plané. Met deze motor is het strandje ineens niet meer zo ver, we zijn er in een halve minuut. We genieten weer volop van deze ankerplek. Wel zien we veel kwallen (nee, niet de menselijke, maar de echte). Ze zien eruit als Tiffany lampjes en Marianne moet ze natuurlijk weer fotograferen. Paul vindt dat het anker niet helemaal goed vastligt en besluit een duik in het heldere water te nemen om de dieptemeter schoon te vegen, het restant vislijn los te maken en de bodemsituatie eens aan een grondige inspectie te gaan onderwerpen. Marianne houdt ondertussen kwallenwacht. Ondanks haar arendsoog wordt Paul geraakt door een tentakel, maar de schade valt mee: het ziet eruit en voelt-als een kapotgekrabde muggenbult. Ondertussen heeft hij wel gezien dat ons anker vastligt onder een oude lijn en met veel moeite wordt het anker uit die positie bevrijdt en opnieuw neergelaten op een ander plekkie. Akane heeft ondertussen hun anker ook gelicht en ze gaan er vandoor. Wij willen nog een dagje over het eiland wandelen: op de heenreis kon dat niet, omdat Meis toen niet mocht lopen en nu hebben we de kans dat goed te maken. Het weer is prachtig en we banjeren op ons gemakkie over het eilandje. We maken een flinke ronde en strijken neer op een gezellig binnenplaatsje voor een verfrissing (hebben we ook echt nodig met deze hitte). We komen weer uit bij het prachtige plekje waar we vorig jaar geankerd hebben: La Meule. Het witte kapelletje boven op de rots steekt prachtig af tegen de strakblauwe lucht. Uiteindelijk hebben we zo'n 8 kilometer gewandeld als we weer bij de Zilvervloot terugkomen. 's Nachts kunnen we wederom genieten van de ontelbare sterren die boven ons hoofd twinkelen. Wat zijn er toch een mooie plekkies op deze wereld! De volgende ochtend draait de wind: we moeten de ankerplek verlaten, want we liggen niet meer beschut. De wind komt uit de verkeerde richting om naar Belle Ile (ons volgende doel) te varen, dus we gaan met alleen de genua uitgerold naar de haven van Ile d'Yeu, Port Joinville. We kijken met jaloerse blik naar 2 Nederlandse schepen die er al liggen en die een knoeperd van een Nederlandse vlag achterop hebben wapperen. Nadat we naar het dorp zijn geweest, tevens om te informeren waar vanavond de voetbalwedstrijd op tv vertoont wordt, worden we bij de Zilver aangesproken door een Nederlandse man. Hij blijkt de eigenaar van 1 van de schepen met de grote vlag en Marianne zegt dat we jaloers zijn. "Ik heb nog wel een reservevlag", zegt de man en tot onze grote verrassing staat hij 5 minuten later bij onze boot met deze reservevlag. We zijn hem bijzonder dankbaar en nemen zijn visitekaartje aan zodat we thuis de vlag weer terug kunnen sturen. En natuurlijk wordt hij beloond met een lekkere fles wijn. We kunnen weer met trotse blik naar onze Zilver kijken: Nederland wappert weer! 's Avonds moeten we een eindje lopen voor het voetbalcafé, maar het is de moeite waard! De ambiance en sfeer zijn perfect. Enige niet-leuke is: Nederland verliest. Toch genieten we van de wandeling terug naar de boot waarbij de vuurvliegjes ons pad verlichten.


17 juni Belle Ile

In volle afwachting van de voorspelde westenwind vertrekken we. Als we net vertrokken zijn, ontvangen we een sms-bericht van Bartek en Yvonne dat ze naar Ile d'Yeu komen. Wat jammer zeg, we lopen elkaar dus net mis. Een andere misser is de westenwind, die de hele dag noordwest blijft. Recht ertegen in dus. Het laatste stuk moeten we ook nog tegen de stroming in en we vorderen maar langzaam. Vlak voor Belle Ile, horen we een raar geluid in de motor. We maken de kast open en zien tot onze grote schrik dat de motorruimte vol water staat. Zout water wel te verstaan. Direct wordt actie ondernomen. Marianne zet de genua uit en vaart van het eiland weg en Paul zorgt ervoor dat het water weggepompt wordt. De motor doet het nog en langzaam varen we weer richting Belle Ile en leggen de Zilver aan een moorring voor het stadje Le Palais. Wat zou er aan de hand zijn en waar komt dat water vandaan? Met de motor uit wachten we even en inspecteren de motor alvast vluchtig. Maar we kunnen zo op het eerste gezicht niks vinden. Er loopt in elk geval geen 'nieuw' water in de motor, dus we kunnen even met Meis gaan wandelen. We sjezen snel met de Zilvervloot op en neer, en weer teruggekomen op de Zilver gaan we de motor met zoet water schoonmaken. Het is niet echt gemakkelijk, want de Zilver schommelt behoorlijk op en neer aan de moorring. Dan ziet Paul wat er loos is: 1 van de motorsteunen is doormidden gebroken, waardoor de schroefas speling kreeg en daardoor kon er water in de motorruimte lopen. Paul inspecteert de andere motorsteun en ziet tot zijn grote schrik dat daar ook een flinke scheur doorheen loopt. Wat een mazzel hebben we gehad: voor hetzelfde geld was de hele motor van z'n plaats gekomen en hadden we nog meer water gemaakt. We besluiten de volgende ochtend het haventje van Le Palais in te varen. Circa 1,5 uur voor en na hoog water gaat de 'deur' naar het haventje open, hetgeen inhoudt dat we morgen vroeg op moeten. Om 06.00 uur liggen we de volgende ochtend voor de deur te dobberen. We vertellen de dienstdoende havenmeester dat we een probleem met de motor hebben en dat we graag een plekje aan de kant willen hebben zodat we makkelijk kunnen sleutelen. Geen probleem, we moeten alleen eerst even wachten tot alle andere schepen de haven verlaten hebben. Als we vastliggen gaan we direct aan de slag. Via de giek wordt de motor omhoog getakeld en Paul maakt de motorsteunen los. Ook de tweede motorsteun komt er in gruzelementen uit. Tjongejonge, wat hebben wij een geluk gehad! We lopen naar de lokale Peugeotgarage om te kijken of daar motorsteunen te koop zijn. We hebben tenslotte een gemariniseerde Peugeotmotor. Maar het "Oehlala, oehlala" van de Peugeotman in combinatie met de naar vorengestoken onderlip tijdens het nee-schudden doet ons bevroeden dat hij het setje niet op de plank heeft liggen. Moeder de Peugeotvrouw komt ook nog even kijken naar het verontrustende gedrag van haar man en zij doet een duit in het zakje om door middel van een inderhaast van de muur gerukte luchtfoto van Belle Ile aan te wijzen waar we dan wel moeten wezen. Spijtig zwaaien ze ons na, maar wij zijn nog vol goede moed en begeven ons naar de watersportwinkel die ons is aangewezen. We laten de gebroken steunen zien en de eigenaar van de zaak zegt bemoedigend glimlachend dat dit geen enkel probleem is. Hij zal de kapotte steunen opsturen naar een gespecialiseerd bedrijf op de vaste wal en morgen kunnen we terugkomen voor een prijsopgave. 's Ochtends staan we direct als de winkeldeuren opengaan bij de toonbank. We worden te woord gestaan door een perfect Engelssprekende dame (die jarenlang in Amsterdam heeft gewoond en daar dus geen Nederlands maar Engels heeft leren spreken (is Amsterdam wel Nederland?)) en zij zegt dat de eigenaar niets heeft doorgegeven en dat zij ook niet weet wat de afspraak is. Of we de volgende dag terug kunnen komen. We krijgen een beetje een onbehaaglijk gevoel. Dit is toch Frankrijk? Of hebben de Spanjaarden hier hun mańana aan de man gebracht? De volgende ochtend staan we weer op de stoep. Tja, ze weten eigenlijk nog niks. Of we 's middags terug kunnen komen. We zeggen dat we toch wel een beetje haast hebben: Marianne moet 2 augustus weer op haar werk verschijnen en de tijd schrijdt voort. Daar heeft de vriendelijke dame alle begrip voor: maar we hoeven ons echt geen zorgen te maken: het bedrijf op de vaste wal werkt snel en is niet duur. Kom morgenvroeg nog maar eens terug. De volgende ochtend is er nog steeds geen prijsopgave, maar het maken van de nieuwe beugel duurt ongeveer 1 week. We zijn opgelucht: 1 week dat zou nog net kunnen qua planning. We kunnen de volgende dag terugkomen voor de prijsopgave. Ondertussen hebben we Tadorna een sms gestuurd dat we gestrand zijn op Belle Ile en tot onze grote blijdschap zijn ze gearriveerd. Laten we de wachttijd maar verkorten door het gezellig te maken! Naast de Zilver ligt een Franse boot, daarnaast weer een Duits schip en aan de buitenkant een Engels schip en we hebben eigenlijk direct in alle talen contact met elkaar. De haven stroomt vol omdat er een storm op komst is, dus we worden aan alle kanten ingebouwd. Onze Franse buren zijn Francoise en Jean. Francoise zegt dat Jean eigenlijk nieuwsgierig is naar de binnenkant van de Zilver, dus we nodigen ze direct uit. Omdat onze motor in de ingang hangt, moet iedereen via het voorluik naar binnenklauteren. Voor Jean geen probleem, want hij heeft zo'n 40 jaar lang zo ongeveer alle hoge bergen ter wereld beklommen. Als we aan de borrel zitten vertelt hij ons dat hij vorig jaar thuis van het dak is gevallen en z'n schouder heeft gebroken. Tjongejonge, dat moet hard zijn voor een bergbeklimmer! Yvonne en Bartek komen er ook bij en we hebben een gezellige ochtend. Onze Franse buren nodigen ons uit om 's middags Foie Gras bij ze te komen eten. Tja, die Fransen blijven toch fijnproevers! De dagen erop hebben we leuk contact met hen. Ze huren een scooter om het eiland te verkennen en Francoise komt 's avonds gebroken van het achterzitje af. We zitten met Yvonne en Bartek in de kuip als ze aan komen tuffen en in een mum van tijd wordt er een troon van kussens voor Francoise gebouwd. Hun verhalen over de schoonheid van Belle Ile doen ons besluiten morgen een Mehari te huren. Voor de niet-kenners: een soort golfplaten auto met een Lelijke-Eend motor, zonder deuren en met een plastic zeiltje als dak. Jean is ondertussen Paul De Viking gaan noemen, vanwege z'n blonde (inmiddels lange) lokken. Als ze de volgende ochtend de haven verlaten schalt Jean uit volle borst vanaf het achterdek door de haven: "Adieu Viking!". We hebben adressen uitgewisseld: Francoise en Jean willen we graag nog eens ontmoeten! Onze nieuwe buren worden Engelsen die de volgende dag meteen met Meis willen gaan wandelen. Dat komt goed uit, want we wilden een kijkje nemen in de Citadel, het museum over de geschiedenis van Belle Ile. Meis rent - na enig aandringen van onze kant - dan toch maar achter de Engelsen aan en wij wandelen op ons gemakkie door het museum. Daarna gaan we nog maar eens langs bij de watersportwinkel om naar de prijs te vragen. Ons goede humeur slaat in 1 klap om: het blijkt ineens nóg 2 weken te duren en de prijs die ze vragen voor de 2 beugeltjes is... schrik niet: 495,60 euro! Goeiendag, dat kan toch niet. Vooral Marianne is enorm kwaad: dit is misbruik maken van andermans misčre. Ze loopt naar de havenmeester en legt het verhaal uit. "Voor 500 euro kan ik naar Nederland vliegen, de beugels kopen en terugvliegen. Dan ben ik sneller en goedkoper uit!" Ze vraagt de havenmeester of er geen smid op het eiland is die de beugels kan maken. De vriendelijke havenmeester heeft begrip voor de situatie en begint meteen te bellen. Binnen 10 minuten is het geregeld: de lokale timmerman, annex grafkistenmaker, annex lekenpriester, annex sleutelmaker, annex tractoronderdelenmaker, genaamd Yann Bertho, belooft de havenmeester morgen bij de Zilver te komen kijken. Opgelucht bedankt Marianne de havenmeester voor de moeite. Maar ze is pas echt opgelucht als Yann z'n woord houdt en de volgende dag komt kijken. Hij is een bijzonder vriendelijke man, die zelfs nog een beetje Duits spreekt ook. Het probleem is snel uitgelegd en hij zegt dat als hij de oude steunen als voorbeeld heeft, het geen enkel probleem is. We gaan als de wiedeweerga terug naar de watersportwinkel, zeggen dat we van hun aanbod afzien en vragen of ze met spoed de beugels kunnen terug laten bezorgen. Geen probleem, roepen ze weer, maar het angstzweet breekt ons uit als we eraan denken hoe ze ons nu al een week lang aan het lijntje hebben gehouden. In afwachting van de oude beugels, wordt de volgende dag dan toch maar de Mehari (of was het een Ferrari?) gehuurd (voor 1 dag 30 euro, incl. brandstof) en samen met Yvonne en Bartek scheuren (nou ja, scheuren: harder dan 50 km/uur redt je niet!) we over het eiland. Het autootje is echt bijzonder om te rijden: de koppeling komt pas op als je met je linkerknie ongeveer ter hoogte van je rechteroor bent en het schakelen geschiedt met een knuppel op het dashboard waarbij je af en toe het gevoel hebt dat je het hele dashboard onder de voorruit vandaag rukt (jawel, de auto is voorzien van een voorruit). Onnodig te vermelden dat de auto niet over airbags beschikt. We komen weer de prachtigste plekjes tegen! Van tevoren hebben we garnalen gekocht met als oogmerk deze op de mooiste plek die we tegenkomen op de barbecue te gooien (ook meegenomen, evenals de fles wijn en alle verdere gereedschappen, zoals messen, borden en de nimmer te versmaden knoflook). De droomplek vinden we natuurlijk: we houden ons garnalenfeest op een grote rots die hoog boven een strand uitsteekt. Onder ons - op het strand - liggen bootjes te wachten op hoogwater. Terwijl we genieten van de barbecue zien we voor ons de zon ondergaan en onder ons het water opkomen: prachtig, prachtig! Voldaan gaan we pas laat naar de haven terug. De volgende dag wordt de Mehari natuurlijk nog ingezet om uitgebreid inkopen te doen bij de supermarkt, en dan moet ie weer ingeleverd worden. Het was het geld dubbel en dwars waard! Gelukkig worden de volgende dag de oude beugels afgeleverd en Yann Bertho komt ze ophalen. Ondertussen zijn we weer voetballen gaan kijken. Tadorna trekt bij de 2 wedstrijden die we tijdens ons verblijf op Belle Ile bekijken oranje shirts aan. Nou, verbroedert sport of niet? Inmiddels hebben we het gevoel de helft van de inwoners van Belle Ile al te kennen. Als we op straat lopen groeten we links en rechts en maken af en toe een praatje. Ondanks onze motorpech hebben we het enorm naar ons zin, mede dankzij het gezellige gezelschap van onze vrienden van de Tadorna. Paul knutselt aan wieltje voor onder de Zilvervloot. We hebben de dingy nu al zo vaak hele einden over het strand moeten slepen. Wieltjes vergemakkelijken het leven aanzienlijk. Wederom hebben we nieuwe buren gekregen: Michael en Diana uit Engeland. Het contact is meteen weer gezellig. Michael heeft een Oost-Europees accent dat Marianne niet goed kan thuisbrengen. Als ze ernaar vraagt vertelt Michael dat hij een Hongaarse dissident is. Zijn verhalen maken ons stil. Wat heeft die man veel meegemaakt! Zondagmiddag staat Yann met de nieuwe beugels voor onze neus. Fantastisch, hij heeft snel en goed werk geleverd. En om zeker te weten dat het geleverde werk naar voldoening is, duikt hij samen met Paul in de motorruimte om de beugels te monteren. Anderhalf uur lang liggen en zitten ze te knutselen en dan is de klus geklaard. Fantastisch! We weten niet hoe we Yann moeten bedanken. We geven 'm een 1,5 literfles wijn mee voor bij het eten, want z'n vrouw had allang gebeld dat dat klaar stond. Morgen komt hij terug met de rekening. De motor zit weer op de plek waar ie thuishoort en wij hebben onze normale ingang weer terug. De volgende ochtend staat Yann op de stoep met de rekening die slechts 230 euro bedraagt. Da's tenminste een normale prijs voor het fantastische werk dat hij geleverd heeft. Hij neemt afscheid van ons en zegt dat als we ooit weer op Belle Ile zijn, de deur voor ons openstaat. Bij deze zijn we dan uitgenodigd bij hem en z'n vrouw te komen eten. Uiteraard geldt die aanbieding ook voor hem in Nederland! Hij rijdt weg maar komt 5 minuten later al weer terug met een enorme bos rode rozen voor Marianne. De havenmeester had al gezegd dat Yann naast de lokale timmerman, annex grafkistenmaker, annex lekenpriester, annex sleutelmaker, annex tractoronderdelenmaker, ook een 'French lover' is ("ie iez ee Frenzj leuveur").

Bartek en Paul zijn nog even bezig met het solderen van het dekseltje van de radiator en dan zijn we klaar om te gaan. Marianne gaat ondertussen de havenrekening betalen en de behulpzame havenmeester voorzien van een fles wijn. Dag Belle Ile, bedankt voor deze kleine 2 weken extra vakantie! En dan de tip van de maand voor onze trouwe lezers: heb je motorpech: ga naar Belle Ile. Je verveelt je geen moment, het is een prachtig eiland en er wonen alleen maar aardige mensen!!


29 juni Benodet.....of niet?


Samen met de Tadorna varen we de haven uit. Er is goede wind voorspeld dus de zeilen worden gehesen. Maar de pret duurt niet lang. Al na 1 kwartier zakt de wind weg tot kracht 1. Via de sms laat Tadorna weten dat ze naar Sauzon, een ander plaatsje op Belle Ile gaan. Telefonisch nemen we afscheid van hen. Maar wederom niet voor lang: de motor draait weer bij gebrek aan wind en we zien dat de radiatordeksel nog steeds lekt. We varen achter Tadorna aan en leggen de Zilver aan de moorring naast hen. Zo, hebben we weer een extra gezellig avondje met elkaar. Bartek en Paul gaan weer aan de slag met de radiator en we kunnen de wieltjes van de Zilvervloot uittesten op het strand. Werkt perfect! De volgende ochtend om 06.30 uur vertrekken we dan maar weer naar Benodet. Het moet toch een keer lukken! De tocht gaat voorspoedig met in de verte wat dolfijnen en we hangen de Zilver aan een moorring in de rivier. Op de heenreis vonden we dit al een leuk plekkie en nu nog steeds. Het enige probleem waar we tegenaan lopen is dat vanavond Nederland weer speelt en we kunnen geen enkele kroeg vinden waar het wordt uitgezonden. We worden doorverwezen naar de overkant van de rivier. De 6 pk brengt ons zonder problemen naar de overkant, maar we zien geen enkele kroeg met voetbalaanbiedingen. Ten einde raad vragen we het aan een ober die bij een buitenbar staat. Vriendelijk glimlachend wijst hij met zijn duim achter zich en daar zie we het grootste breedbeeldscherm aller tijden. We waren die kroeg pas 4 keer voorbijgelopen! Misschien toch maar eens een brilletje aanschaffen? Tja, de uitslag van de wedstrijd is bekend, daar hoeven we niet over naar huis te schrijven. Dus dat doen we dan ook maar niet.


30 juni Camaret

De voorspelde westzuidwest wind blijkt gewoon een noordwest te zijn, hetgeen inhoudt dat we weer eens alles op de motor moeten doen. We zijn het motorvaren eerlijk gezegd vreselijk beu, maar we moeten nu de vaart erin houden: over 1 maand moeten we thuis zijn, daar helpt geen moedertjelief aan. We lossen elkaar af met het doen van een tukkie onderweg en tijdens Paul z'n hazenslaapje ziet Marianne springende dolfijnen. Snel maakt ze Paul wakker, maar tegen de tijd dat hij boven is, zijn de dolfijntjes 'm alweer gesmeerd. Paul duikt weer onder zeil. Eindelijk draait dan de wind de goede kant op en Marianne begint de genua te zetten. Onder het zeil door ziet ze in de verte wat witte strepen. Op de kaart staat aangegeven dat we dadelijk over een gebied gaan waar wat golven kunnen staan, maar Marianne maakt zich nog geen zorgen. Terwijl ze nog bezig is het zeil te zetten zitten we er plotseling middenin. Het onderlijk van de genua sleurt door de golven en Marianne roept Paul om te komen helpen. Met z'n tweeen lukt het prima maar we kijken vol verbazing toe hoe hoge golven van alle kanten op ons af komen rollen en over het dek slaan. De boot schudt als een dolleman op en neer. Het duurt ongeveer een half uur en dan is het weer over. Het was een mooi maar indrukwekkend schouwspel. De wind blijft goed en met de stroming mee razen we naar ons einddoel. Camaret is bekend terrein voor ons. De vorige keer dat we er waren mocht Meis nog niet lopen vanwege haar gewonde poot, maar nu, tijdens een prachtige wandeling op de heuvels rondom Camaret, rent ze er op los alsof haar leven ervan afhangt. De windvoorspelling is 5-6 tegen, dus we blijven een dagje liggen. Da's geen straf in Camaret. We worden uitgenodigd op een Puffin 50, de Little Ann, een gigantisch mooi en groot zeilschip, waar we een gezellige avond doorbrengen.


2 juli l'Aberwrac'h


Tja, we willen toch nog even de windvoorspelling vermelden: zuidwest 4. Prachtig voorspeld, maar de wind komt uit alle richtingen behalve de zuidwest. We zijn constant aan het werk: niet alleen de windrichting varieert constant, maar ook de windkracht. Dus: rif zetten, grootzeil geven, wind draait, overstag, wind weg, rif eruit, overstag, motor aan, wind zet aan, motor uit, rif in zeil etcetera etcetera. Het wordt een barre en boze tocht zonder veel echt zeilplezier omdat de wind zich als een nukkig klein kind gedraagt. L'Aberwrac'h blijkt mooier dan we in onze herinnering hadden: glooiende groene heuvels met witte huisjes. We hangen lekker aan een moorring te bungelen en besluiten daar een dagje te blijven hangen. De 6 pk motor aan onze Zilvervloot vergroot onze actieradius behoorlijk. De volgende dag sjezen we met Meis naar een dorpje aan de overkant, dat helemaal in een inham verscholen ligt. Welgemoed gaan we op pad om het wandelen met Meis te combineren met het doen van boodschappen. Na anderhalf uur is het allemaal geregeld en slenteren we terug naar de Zilvervloot. En dan wacht ons een verrassing: de inham is helemaal drooggevallen. Onze Zilvervloot ligt in de modder gezakt aan een paal gebonden en tientallen meters verderop staat nog wat water, maar het zakt nog steeds. Zo, dat kan nog wel effe duren. Lekker zittend in het zonnetje verorberen we alvast een deel van de boodschappen en zien met lede ogen toe hoe het water meer dan 100 meter van ons vandaan kruipt. Meis rent zich ondertussen suf en heeft geen enkel probleem met dit oponthoud. We staren naar mensen die tot hun knieën in de modder naar krabbetjes lopen te zoeken en als de laatste vertrokken zijn besluiten we maar weer naar het dorpje terug te slenteren om op een terrasje het hoogwater te gaan afwachten. Maar alles is dicht en we kunnen alleen nog terecht in een binnenbarretje. Na een uurtje lopen we weer terug, maar het water is nog steeds niet hoog genoeg. We moeten nog zeker 1 uur wachten. Uiteindelijk kunnen we 6 uur na aankomst weer terugvaren. Tjongejonge, even boodschappen gaan doen!


5 juli Treguier


De voorspellingen voor wat betreft de windrichting zijn ongunstig. Telkens als we ergens naar toe willen komt daar ook de wind vandaan. De windkracht valt echter mee, dus we kiezen maar weer voor een motortocht. Het gunstigst is om 06.00 uur te vertrekken, dan hebben we meer dan 6 uur flinke stroming mee. Onderweg worden we langdurig vergezeld door dolfijnen. Ze spelen rondom onze boot, maken geluiden, zwemmen weg, komen boven water springend weer terug (filmpje gemaakt!) en dartelen weer mee. Ruim 1 uur lang genieten we. Wat een geweldig afscheid van onze vrienden, want we zijn bang dat dit de laatste keer was van onze reis. Dan kunnen we het laatste stuk van de tocht eindelijk zeilen. De wind en de stroming zijn ons goed gezind en we razen als een speer de rivier in. We vergapen ons wederom aan de prachtige omgeving. Als we een rustig plekje zien, zwenken we uit om de zeilen neer te halen en daar ons anker uit te gooien, maar achter ons klinkt geroep. We kijken om en zien een visser in zijn bootje wuiven, wenken en 'nee' schudden. "Kom" wenkt hij, "volg mij". Dat doen we dan maar, braaf als we zijn en dat is maar goed ook, want de visser brengt ons naar een droom-ankerplek. "Hier is het mooi" gebaart hij met brede armzwaaien. We danken hem hartelijk en zwaaien hem na als hij verder vaart. Hij heeft ons gebracht bij een hoge rots, die eruitziet als een Noors fjord. Bovenop de rots staat een kasteeltje en even verderop zien we een mooi strandje. Waauw, wat vreselijk aardig van de visser! Er liggen al wat schepen voor anker en we zoeken ons een fijn plekkie achter de hoge rots uit waar we beschermd liggen voor de komende storm die voorspeld is. Paul monteert de wieltjes aan de Zilvervloot en gaat met Meis richting strandje. Marianne blijft aan boord voor de ankerwacht en volgt Paul's verrichtingen via de verrekijker. Zoals gewoonlijk springt Meis vlak voor het strandje van de Zilvervloot af en tot Paul z'n schrik en Marianne's verrekijker-leedvermaak, zakt Meis tot en met haar buik weg in een dikke laag modder. Het strandje is helemaal geen strandje, maar een rivierbedding die met laagwater droogstaat. Met veel moeite weet Paul Meis weer aan boord te sleuren en hij vaart naar de Zilver terug om Marianne het resultaat te laten zien: een inktzwarte bijboot met een inktzwarte (luidruchtig kwispelende) hond erop en een inktzwarte (minder kwispelende) Paul. Tja, we kunnen helaas niets anders zeggen dan dat Marianne, hoog en droog en nog schoon op de Zilver, zwaaiend met de verrekijker, bijna in haar broek plast van het lachen. (Leedvermaak heet dat geloof ik). Enfin, na lang zoeken vindt Paul een plek om droog aan de kant te komen en nadat boot, hond en man zijn schoongespoeld, genieten we van een zwoele zomeravond in een prachtige omgeving, met een scala van vogelgeluiden om ons heen, waaronder ook de 'oehoe' van een uil. Voor de avondwandeling van Meis gaan we op zoek naar een betere plek om aan land te gaan. Op deze zoektocht komen we vlak bij de kant ineens oog-in-oog te zitten met een vos die met een haas in zijn bek staat. We zijn allevier (wij, Meis en vos (haas niet meer, want die is al dood)) even verbaasd. Er zit misschien 5 meter tussen en het duurt ook ongeveer 5 seconden eer de vos van schrik zijn prooi loslaat en er als een haas vandoorgaat (leuke woordspeling vinden we (hazenpad kiezen had natuurlijk ook nog gekund)). Tjonge wat een mooie ontmoeting, we zijn er helemaal van onder de indruk! Uiteindelijk vinden we een mooi landingsplekje om de bocht bij de rots en zo valt de nacht en begint de storm. Natuurlijk uit een andere hoek dan was voorspelt met als gevolg dat we niet beschut liggen en - hoe kan het ook anders - het anker losslaat. Collega-zeilers weten waarschijnlijk hoe dat voelt: met windkracht 8 opnieuw je anker uitgooien, elkaar niet kunnen horen (Paul op de punt van de boot bij het anker, Marianne achter het roer), de storm die om je oren giert, de regen die neerklettert, de boten om je heen die ook van het anker slaan en het feit dat je op een snelstromende rivier ligt. Maar, we laten ons goede humeur niet verpesten en gooien een keer of 3 opnieuw het anker uit. Het is inmiddels 12 uur 's middags en we denken op een gegeven moment stevig vast te liggen. Meis moet er nodig uit en Paul brengt Marianne en Meis naar het landingsplekje om de hoek voor een stevige wandeling. (Is trouwens ook leuk: met windkracht 8 in de dingy). Paul scheurt terug naar de Zilver en Marianne en Meis beginnen aan de wandeling. Onder de bomen krijgt Marianne het een beetje benauwd: de wind waait nu zo hard dat ze bang is dat er takken zullen afbreken. Op de terugweg ziet ze dat de Zilver weer van het anker is geslagen en dat Paul het allemaal alleen moet rooien. Dit is echt vreselijk: zo lijdzaam moeten toezien en niet kunnen helpen. Gelukkig ziet ze ineens dat iemand in een dingy Paul te hulp schiet en zo snel als ze kan probeert ze zo dicht mogelijk bij de boot te komen om Paul toe te schreeuwen dat hij haar niet hoeft te komen halen. Vergeefs: het water staat te hoog en ze kan niet om de rotsen komen. Tot haar grote schrik ziet ze Paul in de Zilvervloot springen om haar op te komen halen. Ojee, als nu de boot maar weer niet losslaat. Meis en Marianne springen in de Zilvervloot en terwijl we op de Zilver afvaren zien we dat ie weer begint te bewegen. Ook de boten om de Zilver zijn losgeslagen en iedereen is druk doende zijn schip te redden. We springen aan boord en starten de procedure opnieuw: Marianne aan het roer en Paul haalt het anker op. Marianne begrijpt er op een geven moment niets meer van: een Engels schip dat naast ons lag, begint met ons mee op te varen en Paul gooit stootkussens tussen de beide schepen in. "Wat is dat nu?" vraagt Marianne zich vertwijfeld af "gaan we samen ankeren of zo?". "We zitten aan elkaar vast" schreeuwt Paul boven het geraas uit, "onze ankers liggen over elkaar". Het Engelse schip ligt inmiddels overdwars voor de Zilver. "Oké", denkt Marianne, en terwijl ze de boot zo goed en zo kwaad als ze kan met de stroming achteruit de rivier in manoeuvreert begint ze na te denken waar de verzekeringspolis van de boot ligt. Aan 1 kant de hoge rotsen van het 'fjord', aan de andere kan de boei die aangeeft dat het water daar echt niet meer zo diep is, met windkracht 8 achteruit een stromende rivier op gesleurd worden met dwars voor je boot een ander schip dat aan je vast zit doet je soms aan dat soort dingen denken. De situatie begint toch wel een beetje hopeloos te worden, maar gelukkig raakt nog niemand in paniek en verliest ook niemand het goede humeur. Paul ontpopt zich inmiddels tot Action-Man: hij springt in de dingy, trekt beide ankers omhoog en ziet dan dat er ook nog eens een kabel omheen gewikkeld zit. Murphy? Maar uiteindelijk, na wat beter pruts- en trekwerk, lukt het hem de boel te ontwarren en we zijn weer "vrij". Pffft, wat een toestand! We varen richting de haven, die een eindje verderop ligt en gooien vlak ervoor het anker uit. Hier liggen we beter beschut, en met doodtij kunnen we de haven invaren, want het nieuwe weerbericht geeft windkracht 9 af. De havenmeester komt al aangescheurd in zijn rubberboot en zegt dat hij een plaats voor ons vrijhoudt. We hebben nu pas tijd elkaar ons verhaal te vertellen: Marianne zegt dat ze van onder de zwiepende boomtakken toekeek hoe Paul de boot alleen opnieuw moest vastleggen en dat ze dacht dat Paul hulp kreeg van iemand in een dingy. En Paul vertelt dat niemand hem te hulp kwam, maar dat hij een andere boot te hulp moest schieten: de man in de dingy was hijzelf! Hij was tijdens het ankeren ook nog in de Zilvervloot gesprongen om een andere boot te gaan waarschuwen. De boot was losgeslagen en de mensen aan boord lagen nog te slapen en hadden niet gemerkt dat ze de rivier opdreven! Druk baasje toch die Paul! We hangen onze doorweekte kleding te drogen en zien tot onze grote verrassing dat we naast de Tristan geankerd liggen, het schip, dat we op de heenreis vaak zijn tegengekomen. Het is leuk Stephan en Ida weer tegen te komen en ze zijn zeer benieuwd naar onze verhalen. De 2 stormdagen die volgen brengen we door in de haven. We bezoeken de leukste watersportwinkel van Europa, praten heel wat af met de Tristan en drinken nog een borrel met de Engelsen van ons ankeravontuur, die er van onder de indruk waren dat Marianne zo rustig achter het roer stond in de penibele situatie. Ach ja, Marianne zegt maar niet dat ze aan de verzekeringspolis stond te denken!


10 juli Cherbourg


We hebben een spannende tocht voor de boeg die om 04.00 uur 's ochtends al begint. We hebben een zeer strak tijdsschema voor vandaag: ten eerste moeten we met de stroming mee in het donker de rivier afvaren en ten tweede moeten we op tijd in de beroemde (of beruchte) Race of Alderney zien te komen, want daar willen we absoluut geen stroming tegen hebben. Het in het donker de rivier afvaren is prachtig. De stilte en de rust om ons heen, maken het turen naar de goede route bijna tot een zen-ervaring. We komen zonder problemen op het grote water en zetten koers richting het noorden. Het eerste stuk zijn we genoodzaakte te motorsailen om op tijd bij Alderney te zijn. Vlak voor de Race of Alderney zet de wind aan. De motor gaat uit en we zeilen met 10.5 knopen (over de grond) naar Cherbourg, waar we om 19.00 uur aankomen. Dit is prachtig gegaan!


11 juli St. Vaast


De windvoorspellingen blijven 6-7 aangeven. Waar is de zomer?? De wind komt nu echter uit de goede hoek, dus we besluiten te vertrekken. Het begin van de tocht is wat oncomfortabel vanwege de hoge golven, maar we lopen tussen de 8 en 10.2 knopen. Om 14.00 uur vertrekken we uit Cherbourg en om 17.30 uur ligt het ankertje in de grond bij St. Vaast. Niet schlecht toch? We wandelen het leuke stadje door en als we de volgende ochtend het anker lichten, zien we in de verte 2 dolfijnen. Zo dicht bij huis kan dat dus ook nog!


12 juli Le Havre


Om 14.00 uur vertrekken we naar Le Havre. We hebben ondertussen contact gehad met onze vrienden Hans en Anja van de Fiddlesticks, die ons graag welkom willen heten. Alleen zijn ze nu niet met de Fiddlesticks onderweg, maar met de Sally Tay, een grote motorboot. De Fiddlesticks staat nog onder constructie en ze hebben besloten lekker met een motorboot naar Parijs te varen. Scherp plan vinden wij. Onderweg sms-en we dat we rond 21.00 uur in Le Havre zullen zijn en zij besluiten ook door te varen naar Le Havre, waar ze dan omstreeks dezelfde tijd zullen arriveren. Het wordt een lekkere schommeltocht met de wind in de rug en stroming mee. Paul vangt een makreel en stuur een sms naar Hans en Anja of ze mee willen eten. Had ie dat nou maar niet gedaan: even later zit er zo'n groot stuk wier aan z'n vistuig dat de lijn breekt en we alles kwijt zijn. En met 4 volwassenen van 1 makreeltje eten zal toch echt niet gaan lukken! Als we 's avonds in Le Havre arriveren staan Anja en Hans al boven op het dak van de Sally Tay naar ons te zwaaien. We hebben weer heel wat bij te praten en zoals vanouds is het weer veel te gezellig! Dat merkt Hans de volgende dag: hij voelt zich helemaal niet lekker, maar al snel blijkt dat het niet aan de gezellige avond heeft gelegen. Hij ligt de hele dag op bed en de volgende dag gaan Anja en Marianne op zoek naar een apotheek. Op zich is dat niet zo'n probleem: in Frankrijk zit op elke straathoek een Pharmacy. Maar het probleem is wel dat het vandaag 14 juli is en alle winkels dus zijn gesloten. De havenmeester vertelt ons dat we ons met identificatie op het politiebureau moeten melden en dat we dan doorverwezen worden naar de dienstdoende apotheek. We wandelen naar het politiebureau en daar wordt ons verteld dat de apotheek zeker 1 uur lopen verderop ligt. Het is makkelijker als we de bus nemen. Maar we hebben Meis bij ons en eigenlijk hebben we wel zin in een flinke wandeling, dus we zetten de pas erin. Nou ja, totdat we langs een geopend bakkerswinkeltje komen waar toch wel heeeele lekkere taartjes in de winkel liggen. We kopen 2 taartjes en smikkelen ze lekker op. En kletsen en kletsen en kletsen! Heerlijk! Voor we 't weten zijn we bij de apotheek en de medicijnen zijn snel gekocht. De terugweg gaan we klokken, want volgens ons is het minder dan 1 uur lopen. Minus de stop voor een milkshake doen we d'r 3 kwartier over. Voor de grap zeggen we dat we naar het politiebureau teruglopen om te vertellen dat het maar 3 kwartier lopen is, maar we hebben onze woorden nog niet koud of de betreffende oom agent komt eraan. Lachend roepen we het hem toe. Hans knapt gelukkig behoorlijk op van de medicijnen en kan 's avonds meegenieten van het vuurwerk. Terwijl Meis bibberend binnenzit, zitten wij 1e klas te kijken naar het prachtige spektakel, dat op het strand naast de haven plaatsvindt. De volgende dag moeten we eigenlijk vertrekken, maar dan moeten we weer vroeg op, om 06.00. Dus is het feit dat Hans zich nu wat beter voelt genoeg voor ons om nog een dagje te blijven en de dag erop om 07.00 uur te vertrekken. Scheelt toch weer een uurtje nachtrust!


17 juli Dieppe


Hans en Anja staan om 07.00 uur met een versgebakken brood op de steiger om ons uitgeleide te doen. Zij hebben nog een heerlijke reis voor de boeg. Vrolijk zwaaien ze ons uit. Paul heeft in Le Havre nieuw vistuig gekocht en het is goed spul: 3 makrelen weten waarom. In het begin staat er weinig wind, maar even later kan de spinnakerzak gepakt worden. Eerst pakken we de zwaarweer spi. Dan twijfelen en halen de lichtweer spi om tenslotte toch maar de zwaarweer spi op te zetten. Wat een keuzes toch allemaal! Eindelijk is het mooi weer, we genieten ervan en in Dieppe komen we de 1e Nederlandse vakantiegangers tegen. 's Avonds genieten we van de verse makreel, op Indonesische wijze bereid ŕ la tante Lucy en vergezeld van een Indische maaltijd, njammie!


18 juli Boulogne


We gaan maar direct door. Als we tijd over hebben blijven we liever wat in het altijd gezellige Oostende hangen. De wind is maar net genoeg om langzaam te zeilen en Paul vangt wederom 2 makrelen. Die gaan vanavond in de pot bij het kliekje van gisteren. Op deze tocht krijgen we veel blinde passagiers: maar liefst 5 duiven nemen om de beurt een lift op de Zilver. De laatste duif zit bovenop het zwemtrapje en blijft er zelfs zitten nog lang nadat we de boot aan de steiger hebben vastgeknoopt. En dat duurt even, want de eerst thuiskomst-domper staat ons te wachten. We varen de haven binnen die bijna compleet gevuld is met Nederlandse schepen. De havenmeesteres staat naar ons te zwaaien vanaf een steiger, maar doet dat iets te enthousiast, want ze valt al zwaaiend naast de steiger in het water. Gelukkig is er - behalve een nat pak - niets ernstigs aan de hand en omstanders helpen haar snel weer op de steiger. Als we zien dat alles in orde is en het arme meissie een handdoek en droge kleren gaat zoeken, varen we in de richting waarnaar ze had staan zwaaien. Maar die box is te klein voor ons en bovendien kunnen we de draai niet maken. We gaan wel bij iemand aanleggen. Niet dus. We vragen beleefd bij elke boot of we aan mogen komen liggen, maar worden overal weggestuurd. Welkom thuis zullen we maar zeggen. Uiteindelijk mogen we aanliggen bij een schip. Als we goed en wel liggen komen er nog andere schepen aan die weer bij ons willen aanliggen. Geen probleem vinden wij, maar de boot waar wij aanliggen vindt het wel een probleem. Er breekt een ordinaire ruzie uit. Wij staan tussen de ruzie in met de lijntjes in de handen. Bij Marianne breekt het zweet uit: dit is dus waarom ze eigenlijk niet meer naar Nederland terugwilde, het typische Nederlandse onfatsoenlijke en intolerante gedrag. Ze laat de lijntjes los en gaat naar binnen. Ze zoeken het maar uit. Zo zijn er die avond nog 3 ruzies te beluisteren op de steiger. Het gaat werkelijk nergens over, behalve dan om een grote mond op te kunnen zetten. Vreselijk. Gauw wegwezen hier. De duif is 'm ook al gesmeerd.


19 juli Duinkerken, of niet......


We vertrekken met prachtige wind, kracht 5-6 maar dat verandert al snel. De wind valt helemaal weg en de ene stortbui na de andere daalt over onze hoofden neer. We besluiten Duinkerken over te slaan en in 1 ruk door naar Nieuwpoort te varen. 't Is nu toch rotweer en een nat pak hebben we al. Onderweg komt een helikopter zo laag over ons heengevlogen dat we kunnen zwaaien naar de inzittenden. De kleine ruitenwissertjes zwiepen van links naar rechts en er wordt vrolijk teruggezwaaid. En we zien een schitterend vogelballet. Kleine zwarte vogels (we weten niet welk ras) zwieren door de regen in prachtige patronen over het water. Er is ook altijd wat te genieten op zee, zelfs met slecht weer!


20 juli Oostende


Gelukkig, het is weer droog en de koperen ploert laat z'n vrolijke gezicht weer zien. We hebben water en brandstof getankt en zeilen helemaal op ons gemakkie naar Oostende. Het is razend druk op het water: allemaal Nederlanders. In Oostende worden we natuurlijk welkom geheten door opera-Robert, de havenmeester met een stem als Paverotti. We krijgen een mooi plekje aan de steiger, zodat Meis er makkelijk afkan. Meg en Wolf, die we op de heenreis in Gijon hebben ontmoet liggen hier om ons op te wachten. Zij vertrekken nu voor een reis van 3 tot 5 jaar, heerlijk. Het is een leuk weerzien en omdat ze pas geleden getrouwd zijn, nemen we een fles champagne mee die natuurlijk direct soldaat gemaakt wordt. Onze vrienden Jos en Lenie hebben een sms gestuurd dat ze ook naar Oostende komen en Marcelle en Mike willen graag aan boord komen logeren. Bovendien liggen er nog andere bekenden van ons in de haven. Dat wordt dus dik feesten hier! De volgende dag is de ploeg compleet en de haven ligt bomvol. Op sommige plaatsen 7 dik en in tegenstelling tot Boulogne is dat hier voor niemand een probleem. Zo hoort het! Als Wolf met een zojuist aangeschafte accordeon aan komt zeulen, komen Nico en Ineke, die we kennen van onze oude haven in Dinteloord, met een trekzak aanzetten. Het feest in de kuip van de Zilver barst los en de halve haven zit gezellig mee te zingen. Tjongejonge, dit is vette pret! We hebben een paar heerlijke dagen: we gaan natuurlijk kip kluiven bij de Koekoek, we eten verse mosselen, en we sjokken door de stad. Peter en Jacqueline van de Viking arriveren ook nog en zo vliegen de dagen weer voorbij. Tijd om te gaan.....