26-08   02-08   20-06   23-05   02-2010   20-11   29-08   04-08   16-06   14-05   23-04   02-03   01-2009   07-12   24-08   06-08   05-2008  

Zilver in Sardinië

Estepona 25 augustus 2009, Als onze gasten richting Nederland vertrokken zijn, besluiten we hier nog een paar dagen te blijven liggen en lekker te ontspannen. De Hydaway is ook in de haven aangekomen en vraagt ons mee om een hapje Chinees te gaan prikken. Ja hoor…., lekker op onze kont liggen is er weer niet bij! Ach, een Chineesje is ook niet verkeerd en je hebt al ‘n 3 gangenmenuutje voor € 7,50 inclusief glas (slobber)wijn.


Marianne en Jane vermaken zich overdag in een andere Chinees: in alle Zuid-Europese landen vind je Chinese Bazaars: enorme volgepropte winkels met duizenden zinnige en onzinnige artikelen en ook nog eens spotgoedkoop. Voor elk wat wils. Marianne stapt met een goedgevulde portemonnee de winkel binnen en slaagt erin om na 2 uur tussen de overvolle schappen gedrenteld te hebben, maar liefs 8 euro te spenderen en meer dan 10 artikelen te kopen. Geweldig toch.


Benalmádena 9 september 2009,

Het is raar, je verliest niet alleen het tijdstip tijdens de dag, maar ook de maand waarin we leven. Het weer is hier nog zo aangenaam dat het net lijkt of het hartje zomer is.


We vertrekken uit Estepona en varen met een slakkengangetje richting het oosten. Weer eens weinig wind en van achteren. Spinakertje op, spinakertje neer. Het lijkt haast op werken. Rond 18.00 uur komen we aan van onze 35 mijl tocht. We krijgen een plaatsje aan de kade aangeboden vlakbij het centrum.




Bij het inchecken komen we erachter dat onze verzekeringspapieren niet in orde zijn. De datum staat nog steeds op vorig jaar. Zouden we dan vergeten zijn te betalen? Dat kan toch niet. Als een razende Roel snel aan boord een internetverbinding zoeken en effe checken of er een afschrift is met de betaling. Poehpoeh, gelukkig is er betaald, dat is al een zorg minder. De volgende ochtend bellen we onze verzekeringsman en die faxt direct de juiste polis. Iedereen is weer blij. Dat niemand dat gezien heeft, we varen al meer dan 5 maanden met deze papieren en we moeten ze in elke haven altijd laten zien.


Er is veel beweging rondom ons in de haven. Aan de voorkant komt om het halve uur een treintje met toeristen al toeterend voorbij en aan de achterkant varen allerlei dagtoerbootjes met discoballen en dito muziek (lekker hard aan natuurlijk). Dit is dus Torremolinos. Ok, laten we maar eens een kijkje gaan nemen in het centrum. Wauw, Las Vegas is er niets bij. Drommen toeristen begeven zich in brede rijen tussen de toeristenwinkeltjes door en gelukkig zijn ze allemaal in een geweldige vakantiestemming. Leuk om er eens doorheen te lopen en dat te zien, maar niet onze vakantiebestemming! De prijzen van het eten en drinken zijn overigens drie maal zo duur als in het vorige plaatsje. Ach geen probleem voor ons. We hebben ons eigen sterrenrestaurant aan boord. Lekker eten en daarna een uiltje knappen.

Motril 3 september 2009,

We verheugen ons op het volgende plekje, een dagtochtje van 50 mijl. Tegen de schemering komen we aan. Vóór ons is een grote Engelse catamaran net bezig om zijn anker uit te gooien. De rest van de ankerplek is leeg en we wachten rustig onze beurt af om ook te ankeren. Plots horen we een sirene op de kade: twee politieauto’s met zwaailichten aan en 4 politiemannen staan druk te zwaaien naar de catamaran. Wat zou er aan de hand zijn? Als snel begrijpen we de consternatie: in tegenstelling tot de informatie uit in onze almanak, mogen we hier niet meer ankeren, dat is balen. De Engelsman is het er echter niet mee eens en gaat met de almanak stevig onder de arm geklemd naar de politie om hen beleefd te vertellen dat in zijn boek staat dat je hier wèl mag ankeren. Helaas, hij kan ze niet overtuigen. Gekke jongens die Spaanse politiemannen. Tja, dan maar naar de haven. Er is een plekje vrij voor de Zilver aan het einde van de steiger. De vriendelijke havenmeester zegt ons wel dat we wel voor 9 uur morgenochtend moeten vertrekken in verband met een belangrijke viswedstrijd. Ach, morgen is het prima weer om verder te gaan, no problemo. West 3-4 in de rug dus het spinakertje gaat hopelijk weer in de lucht.



Almerimar 4 september 2009,

Dit is een mijlpaal voor ons! Vanaf hier is alles nieuw. Tijdens onze tocht van 2003-2004 zijn we tot Motril gevaren om van daaruit lekker te skiën in de Sierra Nevada. Daarna zijn we toen niet meer verder de Med ingegaan omdat we weer richting Nederland moesten gaan. We verheugen ons enorm op alle nieuwe plekjes die we gaan tegenkomen!


We kunnen inderdaad lekker met de spinaker varen, maar bij het neerhalen ervan blijft ie achter een schroefje hangen en Paul trekt er in zijn enthousiasme een winkelhaak in. Dat is balen! Gelukkig is er in Almerimar een zeilmaker. Nu nog maar hopen dat hij de tijd heeft om de sok te stoppen.


In de haven worden we hartelijk ontvangen. Het havenpersoneel is super aardig en er is zelfs een havenmeester die een beetje Nederlands praat.

Almerimar is bij uitstek de plaats om te overwinteren. Ze hebben hier goede winterprijzen, watersportfaciliteiten, bars, restaurants en een grote supermarkt. De boten zijn in de haven goed beschermd tegen slecht weer en er is 24 uur bewaking. Voor de Zilver zou het voor 6 maanden € 1.440,00 kosten. Maar, voor ons is het nog te vroeg om te overwinteren en bovendien laat Almerimar qua sfeer wel wat te wensen over. Rond de haven zijn allemaal nieuwe appartementen gebouwd waartussen de boten liggen. Alles is zo’n jaar of 20-30 oud en er is geen centrum of stadje in de omgeving. Wat saai dus eigenlijk.


De volgende dag naar de zeilmaker die de spinaker binnen een week kan maken. Dat is mooi. Er zijn al veel zeilers/cruisers die hier al aan de overwintering zijn begonnen. We ontmoeten Hugo van de Eagle Ray (een van de overwinteraars) die veel tips heeft over Sardinië. Hij heeft daar een aantal jaren gewoond en gezeild. Omdat Sardinië de waarschijnlijk de plek is waar we willen overwinteren, nodigen we Hugo uit om mosselen te komen eten. De almanak en zeekaarten worden erbij gehaald en het wordt weer een gezellig laat en informatief avondje.


Paul krijgt eindelijk zijn verjaardagscadeau, een RVS BBQ die op de zeereling wordt geplaatst, een echte ………piep…….. (sorry, geen reclame veroorloofd, of ben ik het merk vergeten, Magma, Magnus of zoiets).

Met deze hete zomerdagen eet je nauwelijks warm, alleen een visje of een vleesje met een lekkere frisse salade. Benedendeks is het zo mogelijk nog warmer, zeker als je daar moet koken (ondanks de ventilator boven het fornuis). Het idee is om – als we voor anker liggen - de BBQ te gebruiken om en ons zelfgevangen of zelfgekochte visje te bakken. Scheelt een hoop zweet.


Het weer is nog steeds prachtig. Elke dag lopen we met Meis naar het praktisch lege strand voor een verkoelende duik. Het Middellandse zee water is prima van temperatuur!


Denia 14 september 2009,

Na een dag of 10 is de spi gemaakt, de harde oostenwind geluwd en vinden we het weer eens tijd om verder te gaan. Het weer en de vooruitzichten zijn prima en we maken van deze gelegenheid gebruik om ’s-nachts door te varen. De avonden zijn nog steeds erg aangenaam, een graadje of 20 en het is ook nog eens volle maan. We zeilen door kraakhelder en diepblauw water, soms 3500 meter diep en aan bakboord kijken hoge bergen ons aan. Op een gegeven moment roept Paul dat hij in de verte een soort mist boven het water ziet. Samen turen we over de zee. Mist? Daar is het weer en Marianne ziet het nu ook. Het is geen mist, maar een spuit van een walvis en nog wel van een vinvis (die kunnen langer dan 20 meter worden!). Direct wordt de camera bovendeks gehaald, maar helaas laat het zoogdier zich niet zien. We wisten niet dat walvissen cameraschuw waren, ze hebben ook niet zo’n knap koppie zullen we maar zeggen. Later zien we ver weg de spuit nog één keer, maar helaas weer geen Jonas. We varen verder met de wind in onze rug. De wind is aangezet tot 5 bft en zorgt ervoor dat de Zilver met een knoop of 8 door het water klieft. Even daarna worden we weer getrakteerd op een spektakel: overal aan stuurboord zien we tonijnen die hoog boven het water springen. We vragen ons af of de walvis aan het voorgerechtje is begonnen.

Over vissen gesproken Paul heeft zijn eerste dorade (dolphinfish) gevangen. Die gaat straks lekker op de bbq.


We hebben er 220 mijl opzitten met onverwacht onweer en een stevige hoosbui inclusief flinke wind als we in Javea arriveren. We zijn hier naar toegegaan omdat dit de kortste oversteek naar de Balearen is en omdat ook de Hydaway hier een stop zou maken. Het is al schemerig als we de haven binnenlopen. Misschien is er een plekje vrij, maar helaas. We hebben een grote motorboot buiten voor anker zien liggen en varen die richting uit. Aan het einde van de dijk gooien we ons anker uit terwijl we worden bekeken door een klein motorbootje. Anker uit, motor achteruit om te kijken of het anker vast ligt en huppetee, plotsklaps ligt het kleine motorbootje naast ons en geüniformeerde mannen roepen in onverstaanbaar Spaans dat we hier niet mogen ankeren omdat hier een beschermde wiersoort groeit. Ja hoor, laten ze eerst ons anker op de bodem vallen dat we over de bodem tot dat het vast lig en dan komen ze ons waarschuwen. Was het misschien niet makkelijker geweest dat ze ons vooraf kwamen vertellen dat het hier verboden is om te ankeren. Gelukkig zijn ze erg vriendelijk (zoals overigens iedereen). We halen ons anker op en mogen aan een ankerboeitje liggen. Het is weer een prachtige plek, prachtig beschut achter een enorme rots. We smikkelen onze dorade op, pakken een borrel op de mooie tocht en gaan rond middelnacht moe maar voldaan naar bed.

De volgende ochtend vroeg wordt er geroepen naar ons. We krijgen onze ogen amper open en daar staan de jongens weer. Dit maal komen ze ons waarschuwen dat het weer snel zal veranderen in een storm en adviseren ons om direct naar de haven te gaan. Overrompeld door hun verhaal roepen we de haven op. De havenmeester geeft aan dat de haven vol is en adviseert ons naar Denia (5 mijl verderop) te varen. We vragen hem of daar wel plaats is, maar dat weet hij niet te vertellen. Jammer dat je op dat moment de taal niet goed machtig bent. Dan zou je als een echte Hollander een discussie aan kunnen gaan waarom hij ons met slecht weer naar een plaats stuurt waar misschien geen plaats is. De wind is ondertussen al aangezet tot kracht 6. Haastig trekken we onze pakken en zwemvesten aan en gaan op pad. Wat is nou 5 mijl? Gisteren en eergisteren hebben we er 215 meer gevaren. Maar eenmaal weg, achter onze beschutte ankerplek uitgevaren, staan er joekels van golven. De wind blaast recht tegen ons in en ondanks het kleine stukje zeil dat we uit hebben maken we enorme klappers en gaan af en toe zelfs slagzij. De grote motorboot die we gisteravond op de ankerplek zagen, passeert ons, zich met grof geweld motorkracht een weg banend door de enorme golfbergen. Als hij ons net voorbij is zien we dat zijn bijboot (ook niet al te klein) met buitenboordmotor van het dek waait. Ze proberen met man en macht de boot te pakken te krijgen, maar de wind en de zee willen het niet teruggeven. Uiteindelijk komen ze ons na 1,5 uur ploeteren weer voorbij met het bootje achter zich aan.

De golven knallen over ons dek en de storm blaast steeds harder van voren. Ons dek staat regelmatig onder water. De boot gaat langzaam vooruit, omdat de golfslag erg kort is wordt Zilver ieder keer afgeremd. Na 2 uur bonken en zwoegen komen we (een half uur later dan de grote motorboot) aan in Denia. Denia heeft een grote voorhaven waar ferry’s van de Balearen in het hoogseizoen op- en afvaren.

Eenmaal binnen staan er geen golven meer en gaan we op zoek naar een plekje.

Andere cruisers hebben ons verteld dat de haven aan stuurboord het minste kost van de twee. Dus knipperlicht aan en rechtsaf. De marineros komen ons helpen aanleggen omdat het nog stevig waait.


Laat het me even uitleggen hoe de boot parkeren hier werkt. De Middellandse Zee heeft geen getijden en daarom ook geen drijvende steigers. In Denia zijn ze van beton zoals in de meeste havens (lekker duurzaam en het trekt niet krom als het heeeel warm wordt). Vanaf de stijger lopen lijnen naar voren die verankerd zijn in de bodem (met een ketting aan een rotsblok of een betonblok). Als je aan komt varen moet je deze lijn oppakken en meestal wordt ie aangegeven door het havenpersoneel. Je parkeert de boot achteruit in, gooit je twee achterlijnen uit die worden door een ring worden gehaald en worden teruggegooid om op je kikkers te beleggen. We laten vaak de motor in zijn voorruit, zodat de Zilver niet tegen de steiger aankomt, maar dat houdt in dat je niet op de kant kan springen en dus afhankelijk bent van de hulp die je vanaf de kant krijgt, vaak in de vorm van marineros (havenmedewerkers, stuk voor stuk altijd erg vriendelijk en vrolijk). De marineros geven de meerlijn van achteren aan en hiermee loop je naar de voorkant van de boot. Dit is een smerige aangelegenheid, omdat de lijn vaak in de modder heeft gelegen. Dus, een advies voor de dames, doe geen lichte kleren aan, of nog beter: laat je vent het doen. Je zorgt dat de meerlijn strak wordt aangetrokken en aan de voorkant van de boot wordt belegd. Dat is de procedure. Lijkt ingewikkeld, maar valt reuze mee.


Wat niet meevalt, is wat we zien als we de meerlijn vastmaken aan de Zilver. Ons anker is tijdens de vaartocht van het dek losgekomen en hangt daar te bengelen als een sloopkogel zojuist een gebouw heeft afgebroken. En dat is exact wat het anker met ons lieftallige boegje heeft gedaan: het is beschadigd tot op het bot. Overal de lak vanaf en het lijkt wel of Jaws eraan heeft geknabbeld. Balen, maar het had erger kunnen zijn, bijvoorbeeld een gat in de romp. Ach, weer een extra klus voor Paul. Hij vindt het leuk om met glasvezel en epoxy te spelen.


De haven van Denia, El Portet, is een van de leukste havens die we ten oosten van Gibraltar in de Middellandse Zee hebben aangedaan. Het havenpersoneel is verschrikkelijk aardig (en geeft ons uiteindelijk zelfs een flinke korting op het liggeld). En Denia is een oud en levendig stadje waar genoeg te zien en te doen is. Het weer blijft slecht: veel regen, onweer en wind. Dat wil je net niet hebben als je moet klussen aan de romp! Maar na 15 dagen zijn de donkere regen- en onweerswolken weggetrokken en zijn wij klaar om te vertrekken. Ons boegje is zo strak als een gelakte Italiaanse keuken, alleen de kleur is wat anders. Ons verfsysteem, de IJssel, kennen ze niet in het buitenland. Dat moeten we dan maar op laten sturen en gedurende onze winterstop opnieuw verven.

  

BALEAREN

Ibiza 4 oktober 2009,


We vertrekken vroeg in de ochtend richting Ibiza, 56 mijl. Al motorzeilend zien we in de verte de eerste contouren van het eiland. We hebben genoeg tijd gehad in Denia om uit te zoeken welke cala (= inham) het meest geschikt is bij welk weer en bij welke golfslag. Onze keus valt op Cala Roig. Paul heeft ondertussen een 2 kilo wegende tonijn binnengehengeld, dus ons avondmaal is geregeld. De vissen bijten goed hier in de Middellandse zee. Het kunstaas wordt weer opgeborgen: we vissen alleen om te eten.


We varen rond 18.00 uur de cala binnen en pakken een boeitje op. Ook hier groeit het beschermde wier en mag je niet ankeren (we hebben een foldertje gekregen waarin exact staat waar je wel en niet mag ankeren). De boeitjes zijn overigens gratis. Het is hier een paradijsje. Het is 12 meter diep en het water is glashelder: je kunt alles zien op de bodem, je zou er bijna hoogtevrees van krijgen. We zien overal prachtig gekleurde vissen dus de duikbrillen worden uit de kast gehaald en we proberen ons onderwater cameraatje. Later op de avond ontsteekt Paulus voor de eerste keer de nieuwe bbq. De tonijn gaat verschalkt worden. Marianne heeft een lekker toetje gemaakt, appel met suiker en kaneel in een zakje van aluminiumfolie, ook voor op de bbq. We smikkelen ons koningsmaal op en zitten nog tot laat buiten om van de sterren en de mooie baai te genieten. PS: elk paradijs heeft zijn prijs. Als we tegen de avond met Meis gaan wandelen worden we al bij de 1e stap op het land aangevallen door miljoenen muggen die ons erg lekker vinden. De liefde is niet wederzijds.



Onze volgende cala-keuze is Clot d’es Llamps, open naar het noorden en voor de rest beschut. Het ligt aan de andere kant van het eiland 30 mijl verderop. Ibiza is niet zo groot. Onderweg proberen we nog een andere cala, die er op de kaart mooi uitzag, maar deze blijkt toch te klein en bovendien priemen om ons heen scherpe rotsen uit het water. We zijn bang dat we ze raken als de wind draait. Gelukkig is het water hier ook doorzichtig en zo voorzichtig als we kunnen manoeuvreren we er weer uit. Clot d’es Llamps is ook weer een openbaring. Op 15 meter diep zien we ons anker in parelwit zand vallen, Marianne springt in de bijboot met snorkel en duikbril en bestudeert hoe het anker zich vast zet als Paul de boot achteruit vaart. Wat is dit weer een waanzinnig mooie plek. Omgeven door hoge rotsen met grotten erin, liggen we als enige boot in deze baai te genieten.  



Wat zeiden we ook weer over dat elk paradijs z’n prijs heeft? Midden in de nacht worden we uit ons bed geschud. De wind is weggevallen en de golven rollen vrolijk en massaal de baai in en wiegen de Zilver als een maniak op en neer. We moeten overdwars in bed gaan liggen anders rollen we er echt uit. Van slapen komt niet veel meer, dus maar uit bed. We doen hier dan niet aan sport, maar we kunnen jullie verzekeren dat het naar de kant gaan om met Meis te wandelen soms een topsport is met deze golven. Meis vindt het daarentegen allemaal volkomen normaal en als ze de kant ziet springt ze altijd blij uit de boot en zwemt de laatste meters om uitgebreid haar behoeften te doen.

Mallorca 8 september 2009, na een prachtige zeiltocht van 50 mijl komen we aan in Port Andraitx. Het ligt verscholen tussen 2 hoge kliffen, als in een fjord. We zien al een paar zeilbootjes voor anker liggen. Als er dichter bij komen zien we echter dat het geen zeilbootjes zijn, maar zeilBOTEN, wel tussen de 30 en 40 meter. We leggen ons bootje tussen de giganten voor anker en kijken tevreden rond met de aankomstborrel in onze knuistjes. We zullen jullie niet lastigvallen met ons ritueel van visje gevangen, BBQ aan, wijntje erbij, kijken hoe de maan zilveren sterretjes achterlaat op het kabbelende water, enz., enz. Tja, wat een saai leven hebben we toch.

We besluiten een dagje hier te blijven om onze boodschappen te doen, omdat de winkel aan de kade ligt. Lekker gemakkelijk met de bijboot en niet te veel sjouwen met volle tassen. De volgende ochtend varen we met het krieken van de dag varen uit naar Porto Colom, een tocht van 70 mijl.


We proberen altijd met daglicht of met volle maan een nieuwe cala aan te doen omdat ze niet zijn voorzien van navigatieboeien of verlichting. Porto Colom is een van de best beschutte natuurlijke havens van Mallorca en biedt voldoende ankerplaats.

Paul heeft een stukje kies afgebroken en gaat op zoek naar een tandarts. Niet zo’n moeilijke klus: we vinden zelfs een Duitse tandarts. Deze vertelt dat de enige optie een kroon is en dat hij deze klus kan klaren in 7 dagen. De prijs van een kroon is hier echt ok: € 300,00 inclusief X-foto en behandeling. Paul gaat ervoor en het is wel lekker om hier een weekje te blijven liggen.


Het is een relaxed plekje, het stadje is oud en het centrum is niet vergeven van torenhoge flats waartussen je alleen maar Duits hoort praten. (We schatten dat 80% van de toeristen hier op de Balearen Duits is, en de rest Engelsen en Nederlanders).

We ontmoeten (eindelijk weer eens) een Nederlandse boot: de Äventyr van Annette en Bert, die ook voor een lagere tijd aan het varen zijn. Het worden een paar gezellige dagen waar we weer eens gewoon Nederlands kunnen praten. Ze introduceren ons onder andere een geweldig nieuw spel, koehandel genaamd en er worden films, leesboeken en nautische informatie uitgewisseld. (De Äventyr heeft een speciale webpagina met allerlei interessante zeilinformatie). Zij zijn nu op weg naar hun winterbestemming op het vaste land van Spanje. Ondanks dat het weer een beetje onstuimig is varen ze een paar dagen later richting het westen. We wensen ze een behouden vaart en zwaaien ze uit.


Naast ons ligt een Engelse boot, de Waveney Harrier van Ruth en Richard. Zij wachten een goed-weer-window af om richting Barcelona te varen waar ze voor de winter een moorring hebben gereserveerd. Hun huidige motor moet vervangen worden en hun huidige motor is exact dezelfde als wij hebben. Richard heeft veel nieuwe reserveonderdelen die hij naar ons wil opsturen als hij de motor niet kan verkopen. Dus duimen maar dat ze ‘m niet kwijt kunnen.

Er komt slecht weer aan, met windsnelheden van boven de 60 knopen (windkracht 11). We bereiden ons voor en maken alles op het dek goed vast en brengen extra ankerketting uit. De wind waait al stevig de baai in als Paul ziet plotseling een catamaran (zonder iemand aan boord) ziet losslaan van het anker. Marianne belt als een gek de havenmeester en die had het ook al gezien. De catamaran waait eerst richting strand, maar blijft dan gelukkig weer vastliggen. 30 Meter verder slaan de golven teven de rotsen. Er komt een bootje met 2 man aangevaren, waarvan één aan boord klimt om met alle macht het anker te lichten en tegelijkertijd de boot te besturen. De andere man kan niet aan boord klimmen omdat anders hun boot tegen de catamaran aan klapt.


Waar het spektakel aan de gang is zijn de golven inmiddels 2 meter hoog. Er is geen beginnen aan voor die ene man die al het werk doet. Paul springt in de bijboot en raast er naar toe om te helpen. Met 2 man gaat het een stuk beter. Paul haalt twee grote CQR-ankers binnen, terwijl de andere man de boot in de golven probeert te houden. De catamaran ontsnapt nèt aan een wisse dood: ze was nog maar zo’n 5 meter van de rotsenverwijderd. Paul komt snel terug naar de Zilver, want de wind moet nog op zijn hoogtepunt komen.


Achter ons ligt de Waveney Harrier op giga golven te steigeren, zoals je wel eens een cowboy op een wild paard ziet rijden. Zij liggen net op de ondiepte vóór het diepe gedeelte. De wind stuwt daar het water tegen het talud omhoog en produceert flinke rollers.


De Zilver ligt gelukkig in het diepere gedeelte op een rustigere plek waar deze brandinggolven niet komen. Net als we besluiten voor de nacht een ankerwacht te houden wordt het rustiger. De Zilver ligt nog exact op haar plekkie. Vermoeid van dit avontuur gaan we naar bed. De volgende dag schijnt het zonnetje en is de wind zo goed als weg. De rust is weer teruggekeerd.

Omdat Paul op z’n kroon moet wachten en omdat voor de komende dagen sowieso stevige oostenwind wordt voorspeld, gaan we Mallorca maar eens was landinwaarts bekijken. Op het havenkantoor van Porto Colom zijn ze erg behulpzaam: voor we het weten hebben ze een huurautootje geregeld voor een nette prijs. De volgende morgen worden we zelfs opgehaald door een taxi, wat een luxe! We bekijken gedurende 3 dagen een groot deel van het eiland. We bezoeken de indrukwekkende druipsteengrotten van Drach (echt een aanbeveler), genieten van Palma (de hoofdstad van Mallorca) en rijden de bergen in waar we de mooiste plekken en dorpjes tegenkomen. Het speciaalst vinden we de ongerepte noordwest kant van het eiland. Het enige dat we niet verkennen is de noordkant: die bewaren we voor de terugreis uit de Middellandse Zee.


We willen toch effe wat kwijt over de Balearen. Voor we erheen gingen hadden we een verkeerd beeld van Ibiza en Mallorca. In plaats van een lawaaierig nachtleven, betonnen steden, dronken en later roesuitslapende mensen, vind je hier prachtige en idyllische plekken met veel groen, rotsen, bergen en rustige dorpjes. Het zijn echt mooie eilanden die zeker de moeite waard zijn om enige tijd te vertoeven.


16 Dagen en een nieuwe kroon later vertrekken we richting Menorca. We moeten klaar liggen als er een goed-weer-window aankomt om over te steken naar Sardinië. De 2e week van november komen onze vrienden Bartek en Yvonne komen ons daar opzoeken.  We hadden er eigenlijk een beetje een hard hoofd in of we het wel zouden halen: met al deze harde oostelijke winden leek het wel of we nooit naar Sardinië konden varen. Maar gelukkig: de wind draait en onze laatste stop in de Balearen is Mahon. En weer zijn we verrast: deze eilanden zijn echt de moeite waard om rond te zeilen. We hebben hier in de Balearen nu 24 dagen gezeild en geankerd zonder een haven aan te lopen. Dus: zolang je geen haven aanloopt kost het hier niets. Bovendien is het weer heerlijk rond deze tijd van het jaar: overdag een graad of 22 en in de nacht tussen de 15 en 17 graden.


Tijdens de tocht naar Menorca verspeelt Paul zijn vislijn. Een joekel van een dorade, 1,5 meter (over de lengte hebben we een kleine discussie), trekt door de slip van de lijn. Het gaat allemaal zo snel dat de lijn van de molen loopt en dus in z’n geheel in het water verdwijnt. Geen vis en ook geen lijn meer. In Sardinië nog maar een dikkere lijn kopen (er zat nu een 0,9 mm lijn op met een stalen onderlijn. We gaan nu voor 150 meter van 1,2 mm). Marianne wil niet weten wat voor vissen daar aan kunnen komen te hangen.




















SARDINIË


Alghero, 27 oktober 2009,

De oversteek is 190mijl vanaf Mahon, 1 nacht en 2 dagen varen. We vinden het lastig om het juiste tijdstip uit te kiezen voor de oversteek. Dan is er te veel wind uit de verkeerde richting en dan is het helemaal geen wind. Motoren vinden we eigenlijk geen optie, maar we komen er waarschijnlijk niet onderuit.

We vertrekken uit de mooie beschermde ankerbaai van Mahon en als we op zee zijn varen we met een windkracht 4-5 heel hoog aan de wind. Dit hadden ze niet voorspeld, maar zolang we meer dan 5 knopen varen en de zee niet te hoge en steile golven opbouwt, is het wat ons betreft prima. Het zonnetje schijnt lekker en de temperatuur is aangenaam. Na een mijltje of 60 komen we geen boot meer tegen. Na een daglang niets te zien, passeert ons 1 giga zeilboot op 100 meter afstand en ja hoor, met de Nederlandse vlag. Grappig! Daarna wordt het weer rustig. De wind krimpt en we kunnen comfortabeler gaan varen. De snelheid van de boot wordt meteen een stuk hoger. We halen gedurende 10 uur een gemiddelde van 7 knopen.

De nachtwacht kan soms saai zijn, maar daar hebben we iets op gevonden. Het is Marianne’s idee. Ze heeft een MP3 speler gekocht waarop we nu kunnen luisteren naar boeken, korte verhalen en cabaretiers. De tijd vliegt zo voorbij. Voordat we het weten wordt het weer licht en zien we de contouren van Sardinië opdoemen. “Dat is sterk, ik ruik de Pizza hier al”, roept Paul. Ja Paul!

De laatste 5 uren gaat het torretje aan, de wind is helemaal weg. Het is uiteindelijk een prachtige oversteek geworden met heel weinig motoruren.

Rond de klok van 15.00 uur arriveren we onder een stralende zon op onze winterbestemming, Alghero.


We zoeken een plekje in de haven van Aquatica, of liever gezegd aan de oude middeleeuwse stadskade, waar het gezellig druk is met kletsende Italiaanse mensen. Omdat de Italianen een zingende melodie hebben in hun taal, lijkt het net of we een operavoorstelling binnenvaren. De havenhulp staat al klaar om ons te helpen bij het aanleggen en eerlijk gezegd kunnen we een glimlach niet onderdrukken als we z’n naam horen: Guiseppe. We vinden Italië nu al leuk!  


Ondanks onze uitgebreide mailcorrespondentie van 2 maanden geleden om een winterplaatsje in Port Aquatica te regelen, ligt de haven op dit moment vol. We moeten maar even aan de stadskade blijven liggen zodat havenmeester Fabrizzio het allemaal kan regelen (ritselen?).


Even later horen we onze bootnaam roepen en zien daar Nancy en Steven van de Canadese boot Fairwyn staan. We hebben hen eerder ontmoet in Sines, Portugal. We worden uitgenodigd een welkomstborrel te komen drinken. Dat slaan we natuurlijk niet af!


De volgende dag gaan we samen met Steven en Nancy naar een prachtig klein theatertje in het oude centrum om naar een balletvoorstelling van Carmen te kijken. Het theatertje heeft 4 etages hoog balkonnetjes. Het is net of je aan de overkant naar een poppenhuis zit te kijken, geweldig! We hebben eigenlijk te laat geboekt en de beste plaatsen zijn al vergeven. We zitten helemaal boven op de 4de etage aan de zijkant en kijken neer op de kruinen van de Balletto del Sud dansers. Dat is toch niet helemaal wat Paul gedacht had van deze voorstelling: 2 uur lang naar 20 ritmische ragebollen kijken (Note van Marianne: dit is erg overdreven Paul!). Volgende keer maar een paar etages lager zitten. We genieten wel van de sfeer om ons heen.


Nu we hier toch enkele maanden zullen blijven wil Marianne graag wat van de taal leren en gaat op zoek naar een school of iemand die haar Italiaans kan leren. Op dag 3 na aankomst in Italië zit ze ineens volkomen onverwacht in de schoolbanken. Toen ze bij een minischooltje ging informeren naar de mogelijkheden en de prijzen, was er net een nieuwe klas begonnen. ”Schuif maar aan en kijk maar wat je ervan vindt” zegt de vriendelijke dame. Deze ‘kijk- en luisterles’ wordt gevolgd door nog 4 uur per dag les gedurende 4 dagen plus een bende huiswerk. Tjongejonge, dat was allemaal wel erg snel. De Italiaanse grammatica zit er al snel in, maar de woorden blijven maar in het Spaans uit haar mond rollen. Toch nog maar goed oefenen!

De contacten met de medeklasgenoten zijn erg leuk. Tussen school en huiswerk zitten vaak wat wijntjes (oei) en de cursus wordt afgesloten met een authentiek Sardijns diner in een Agritoerisme restaurant.


Dan arriveren onze vrienden Bartek en Yvonne. Ze blijven een weekje en we crossen met hun huurautootje door een stukje Sardinië. Sardinië is ongeveer even groot als Nederland maar er wonen maar 1.5 miljoen mensen. We maken mooie tochten langs de kust en door de bergen. Het is overal prachtig groen, zoals bij ons in het voorjaar (we zien zelfs lammetjes!). Tussen het berglandschap liggen kleine dorpjes en de wegen ernaar toe zijn smal, maar goed onderhouden.

We bezoeken onder andere Sassari, een stadje in de buurt, en Bosa, een leuk oud vissersdorpje aan een rivier. Verder komen we uit bij een oude zilvermijn uit de Romeinse tijd die in 1960 is gesloten en waarvan nu een historisch museum wordt gemaakt. We eten Italiaans ijs (mmmmmm!), echte Italiaanse pizza’s  en fainè, een soort kruising tussen pannenkoek en pizza, gemaakt van kikkererwten.


Na een dagtochtje crossen door het land komen we terug aan boord waar Marianne ziet dat er een voicemailtje is binnengekomen. Ze luistert het af. Er staat een Nederlandse dame op, die zegt dat ze haar portemonnee op de Zilver heeft laten liggen. Maar we hebben al een hele tijd geen Nederlanders aan boord gehad, wie is dat dan? Marianne luistert nog een keer en nog een keer naar het bericht, maar ze herkent de stem niet. Ze geeft de telefoon aan Paul, die moet dan maar even luisteren of ie de stem herkend. Hij draait het nummer, luistert en begint hard te lachen. Het is de stem van Marianne zelf, van een paar dagen geleden, toen ze haar portemonnee kwijt was. Tja hoe vaak hoor je je eigen stem?


De mensen hier die we tot nu toe meegemaakt hebben zijn erg relaxed en behulpzaam. De Sardijn is een regelneef, alles moet allemaal geregeld (geritseld) worden en ze kennen altijd wel iemand die iemand kent die ons kan helpen. Die cultuur is effe wennen maar we hebben het hier tot nu toe enorm naar onze zin!


Het is nu 15 november 15.33 uur Italiaanse tijd, buitentemperatuur 22,6 graden.


Che paicevole, arrivederci!