26-08   02-08   20-06   23-05   02-2010   20-11   29-08   04-08   16-06   14-05   23-04   02-03   01-2009   07-12   24-08   06-08   05-2008  

Een nieuwe propeller en richting SiciliŽ.

20-6-2010 Porto Conte,

De propeller is aangekomen. Het is een 4 blads vaanstand schroef. De volgende morgen is ons Paultje al vroeg in de weer met de voorbereidingen. De Fairwyn biedt aan dat we hun duikcompressor kunnen lenen, dan hoeven we onze duikflessen niet te gebruiken (‘t is altijd een rompslomp om die weer ergens te vullen). De duikcompressor wordt aangezet en maakt een rillend geluid dat je ook onder water kan horen. Paul vindt dat geruststellend, want dan kan ie tenminste horen dat iemand of iets daarboven voor hem staat te werken. Gewapend met het juiste gereedschap springt hij in het water en weg is ie. 2 uur later zit de nieuwe schroef eronder en kunnen we een proefvaart maken. Jazeker, een groot verschil met de oude 2-blads vaste schroef. Veel meer kracht!


Nog even wat details over het vervangen van de schroef:

- het water in Porto Conte is kraakhelder en heeft een aangename temperatuur om te werken (wel met een duikpak aan);

- de enige zorg is dat je de kleine schroefjes niet laat vallen, want die vindt je natuurlijk nooit meer terug. Daarom wordt gebruik gemaakt van een tasje-met-gewicht om alles wat eventueel toch uit de vingers glipt op te vangen;

- met een duikcompressor hoef je je geen zorgen te maken over de hoeveelheid lucht: er is altijd voldoende om de klus te klaren;

- de oude schroef was er in ťťn seconde vanaf met de juiste poelietrekker;

- de schroefas zat compleet onder de pokken en ander ongedierte en die is nu weer helemaal schoon;

- de nieuwe schroef (10kg) werd door Marianne en Stephen met twee stellijnen precies voor de schroefas geplaatst, zodat Paul ‘m er alleen maar op hoefde te drukken;

- de nieuwe schroef heeft meer stelboutjes (en zo klein);

- wisten jullie dat loctite ook perfect werkt onder water? (We hebben eerst een testje uitgevoerd om te kijken of het goed functioneert met een moertje en een boutje in een emmer zout water);

- nieuwe anode erop, ook weer drie boutjes, en klaar is Kees.

De volgende ochtend nůg een proefvaart en de bladen in de vooruitstand 1 inch extra spoed gegeven. Volgens ons moet dit schroefje de klus kunnen klaren. In de Middellandse Zee is de wind zelden constant en als we met de oude schroef tegen een harde wind (en dus ook direct de sterke hoge korte golven) wilden motervaren, kwamen we bijna niet voorruit. Met de nieuwe schroef wordt dit beter. Het resultaat zal nog moeten blijken maar het ziet er veelbelovend uit.


 


De volgende dag gaan we naar de Golf di Oristano (48 mijl) naar Capo San Marco. Ons schroefje werkt goed. In de baai aangekomen pakken we een van de ankerboeitjes op. We liggen hier prachtig en beschut voor de NW storm die de komende 2 dagen passeert. Ook hier is er een goede dingylanding om met Meis te gaan wandelen, midden in een groot natuurgebied. Omdat de Zilver erg dicht tegen de heuvel aan ligt, raast de storm over ons heen en liggen we heerlijk relaxed te dobberen. Aan de andere kant van de heuvel kunnen we de golven horen slaan tegen de rotsen. Tijdens een van onze wandelingen passeren we een ruÔne van een Romeinse stad en 2 eeuwen oude torens die over de Sardijnse zee uitkijken. Overal is wel wat te zien.


We pakken het staartje mee van de mistral en racen met 6 ŗ 7 knopen richting Isola di S. Pietro. Eenmaal in de Canale di San Pietro aangekomen verandert de diepte snel van 80 meter naar 4 meter, het kraakheldere water laat de bodem zien. Het is nog steeds een gewaarwording als je met zo’n snelheid de bodem onder de boot langs ziet schieten!.


Ons ankertje Rambo slaat zijn vuistjes weer diep in de grond in de kleine baai ten zuiden van Carloforte, de wind is weer aangewakkerd en blaast met een strakke 6bft. over de baai. We proberen altijd te ankeren op een plek waar geen wier is, omdat het wier hier ook beschermd is. We liggen hier goed beschut voor alle winden vanuit het westen. Er zijn nog weinig boten onderweg en liggen heerlijk alleen.


De windgenerator en de zonnepanelen werken uitstekend rond deze tijd van het jaar, tussen de 10 en 20 ampŤre per uur overdag en met deze stevige wind tussen de 4 en 10 ampŤre per uur in de nacht. Ons diepvriezer/koelkast, pc, navigatieapparatuur en boordverlichting snorren naar volle tevredenheid. Het enige waarvoor we nu de motor aanzetten is voor warm water. We besluiten ook de watermaker de volgende keer te gebruiken. Na 3 weken ankeren is onze watervoorraad 3/4de leeg. Er zijn hier weinig waterpunten waar je het watertonnetje kan vullen. Natuurlijk kunnen we in een haven gaan, maar het is zo lekker hier voor anker.

SardiniŽ biedt overal ankermogelijkheden en het is heerlijk rustig. We zeilen nu langs de zuidkust naar het oosten, de wind blaast rustig in onze zeilen. Al vissend gaan we richting Golfo di Palmas, S. Antioco. Aan de andere kant van de kaap verandert de rustige wind in een valwind van dikke 6 Bft. Hť, moeten we toch nog een beetje werken. Ach, dan zijn we eerder op de bestemming. Ook hier is het heerlijk rustig (we zijn alleen) en genieten we van de nieuwe omgeving.


We zijn eigenlijk op de automatische piloot richting S. Antioco gezeild. De Zeezwaluw heeft deze coŲrdinaten doorgegeven met een extra tip dat we de Lidl van hieruit kunnen zien. Dat komt perfect uit. Onze voorraad is aardig op, dus morgen de wandelschoenen aan en stevig bunkeren. Gewapend met oma-kar en tassen lopen we richting de Lidl. Aangekomen op het strand wordt de weg geblokkeerd door een groot binnenwater, weer een prachtig natuurgebied. Links en rechts vliegen steltkluten (in de lucht te herkennen aan hun lange naar achteren zwabberende oranje poten), die kenbaar maken dat we in hun achtertuintje lopen. We zetten de vaart erin om deze jonge verliefde paartjes zo min mogelijk te storen.


In plaats van een flink wandeltochtje van 30 minuten wordt het al gauw 1Ĺ uur voordat we bij de Lidl aankomen. Volgepakt en voldaan stappen we een aantal uren later in de bijboot richting de Zilver.

Op weg naar de Zilver varen we over kleine vissersnetten en zien we giga schelpen op de bodem. Het zijn steekmosselen die wel 80 cm groot kunnen worden, is dit een lekker maaltje? Effe opzoeken of we die kunnen eten. Nou nee, ons visprogramma geeft aan dat ze te eten zijn, maar niet echt smaken. Lekker laten liggen, we hebben weer voldoende lekkers aan boord van de winkel.

 

We worden gewaarschuwd dat er een nieuwe storm op komst is, dit keer uit de richting waar we naar toe willen, namelijk zuidoost. Jammer, dan maar naar Cagliari (de hoofdstad van SardiniŽ) en de haven in. Dat is ook geen straf. We meren af in Marina del Sol, een slonzig familiehaventje met elektra en water en een prima prijs.


.


De wind blijft maar uit de verkeerde richting blazen, het kan toch nier waar zijn. Inmiddels hebben we kennis gemaakt met een Spaanse boot, die al 20 jaar zeilen erop hebben zitten. Jordy en Laura vertellen prachtige en spannende verhalen over hun reis in de Pacific. Het is een gezellig steigertje met alleen maar buitenlanders, van vakantiegangers tot cruisers. We helpen elkaar met van alles en er worden weer films geruild. (Paul heeft ondertussen een leuke film-database opgebouwd op een 1,5 terra bite harddisk die Bert en Cora ons afgelopen winter hebben toegestuurd). 

Als de wind gesetteld is gaan we richting richting SiciliŽ. Ondertussen is Marina del Sol gezellig en gemoedelijk. We ontmoeten er Rina en Hugo Claus (jawel: familie van!) op de Belgische zeilboot de Fantastico! Al snel raken we aan de praat over van alles en nog wat (prachtige taal dat Vlaams!). De Fantastico! heeft er een aantal jaren voor uitgetrokken om de Middellandse Zee te bezeilen. We nodigen ze uit om wat leftover couscous en Marianne’s overheerlijke pruimenvlaai op te komen maken. Ze gaan in het holst van de nacht naar huis (lees: boot). Gelukkig is dat maar 20 meter verderop. Hugo biedt aan dat we zijn generator (1700W) mogen gebruiken om uit te proberen of onze wasmachine daar goed op loopt. De stroomvoorziening hier is slecht en de stop schiet er dan ook steeds uit. De stille generator blijkt een succes: met het grootste gemak wast ie ons wasje. Wij hebben zelf een oude generator die te weinig stroom levert. We gaan deze verkopen en dan op zoek naar een nieuwe, want in Griekenland zal de stroomvoorziening niet beter zijn dan hier en bovendien willen we daar eigenlijk zo min mogelijk havens aandoen.

Ondertussen krijgen we Nederlandse overburen, Joke en Richard, waarmee ook weer de nodige gezellige uurtjes als vanzelf van de klok verdwijnen.

     


Vertrek SiciliŽ (180 zeemijl)


   


De avond voordat we willen vertrekken wordt Meis door ťťn van de havenhonden aangevallen. Ze loopt daarbij een flinke wond aan de binnenkant van haar voorpoot op. De dierenarts is gelukkig dichtbij en na een behandeling stapt Meis met een wit voetje, uh, ik bedoel een wit verbandje om haar poot naar buiten. De wond kan nu niet gehecht worden en moet met jodium 2 maal per dag worden schoongemaakt. Dat is balen, nu net voor de oversteek naar het volgende Italiaanse eiland. Het enige wat we kunnen doen is de wond goed schoonhouden en eventueel in SiciliŽ naar de dierenarts als er complicaties optreden.


En dan is eindelijk, eindelijk, eindelijk de windsterkte afgezakt naar normale proporties en staat ook nog eens de goeie kant op. We zijn er klaar voor: het weer is prima, de golven zijn niet meer hoog en we willen op avontuur naar nieuwe plekken. Bij het krieken van de dag (of moeten we ‘bij het klotsen van het water’ zeggen) vertrekken we. Ondanks het vroege uur zwaaien Joke en Richard ons enthousiast uit.

De Fantastico! steekt gelijk met ons over en we spreken af dat we op gezette tijden via de VHF contact hebben met elkaar.

De wind is perfect: we lopen met de halfwinder (voor de landrotten: dat is een groot, dun en licht voorzeil) tussen de 6 en 7 knopen. We passeren een prachtige grote zwaardvis die een paar maal krachtig uit het water springt, dolfijnen komen voor de boeg spelen en we zien zelfs een waterschildpad voorbij peddelen.


Onze vriend de maan vergezelt ons de nacht in en verlicht de hele Tyrrhenian zee. Helaas houdt onze andere vriend ‘wind mee’ ermee op. Hij is moe van het blazen en is even gaan rusten.

Rond middernacht ruikt Paul onraad, letterlijk: hij ruikt verbrande lucht in de motorruimte. Hij trekt het deksel van de motorruimte weg en direct slaan dikke rookwolken naar buiten. Paul baant zich al armenzwaaiend een weg door de rook om te zien wat er mis is. Gelukkig ziet hij de oorzaak al snel: de bekabeling van het dashboard is aan het doorsmelten. Oeioeioei, als er maar geen brand ontstaat. Hij wil de motor uitzetten, maar dat lukt niet. Als een razende Roel wordt het paneel achter het dashboard verwijderd. Een kortsluiting in de ontluchtingsventilator heeft een gedeelte van ons paneel verwoest. De motor kan niet meer uitgezet worden via de normale manier, maar gelukkig doet het startslot het nog wel. Ondertussen, terwijl dus die grijze rookwolken naar buiten slaan, breekt buiten een sluiting van de giek af, die vrolijk zwiepend zijn eigen leven gaat leiden. Dus terwijl Paul binnen probeert te redden wat er te redden valt, hangt Marianne buiten in innige omhelzing met de giek en probeert een nieuwe sluiting aan te brengen. Over leuke timing gesproken!  Als alles weer onder controle is, besluiten we ons einddoel te wijzigen: we gaan niet ankeren bij het mooie eilandje voor SiciliŽ, maar varen door naar het stadje Trapani op SiciliŽ zelf. Als we spulletjes nodig hebben om alles wat kapot is weer te maken, kunnen we dat daar vast vinden.

Rond een uur of 3 ’s nachts meldt de Fantastico! zich op de marifoon en we vertellen ons avontuur. Hugo biedt direct aan ons te helpen. Da’s supertof, want - je kunt het zelf niet verzinnen Ė Hugo is elektrotechnicus! En het is extra tof van ze, omdat zij nu ook het mooie eilandje overslaan.



Rond 16.00 uur lopen we de grote buitenhaven van Trapani in. We worden direct opgeroepen door de Trapani harbourcontrol, die precies willen weten wat onze plannen zijn. Nou, eigenlijk gewoon ons ankertje uitgooien en dan genieten. Dat mag maar ze vragen ons wel ons te melden als we weggaan. Ze zeggen er ook nog bij dat we een donatie moeten geven omdat we ‘veilig liggen’. Ohooh, we zitten in het land van de maffia, is dit het begin van het einde en moeten we ‘beschermgeld’ gaan betalen? Moeten we de reserveknip onder ons matras vandaan halen? Nou ja, we zien wel. Marianne krijgt in elk geval geen antwoord als ze vraagt waar we moeten betalen en hoeveel het is.

Trapani is een prachtige oude stad, waar we niet het gevoel hebben dat het toerisme de boventoon voert. Leuke kleine straatjes met terrasjes en een goede vriendelijke atmosfeer. De Sicilianen zijn behulpzaam en stuk voor stuk vriendelijk. Ze hebben allemaal een grote glimlach te geef en houden daarenboven nog eens van een grapje. De Sicilianen zijn een noest vissersvolk en een bezoek aan de vismarkt is natuurlijk een must. En wat een vismarkt: buiten begint het feest al met karretjes met verse vis en binnen is het werkelijk mudjevol met kratten vis. Behalve mooie kleine vis worden ook grote tonijnen en zwaardvissen vers van de pers in mootjes gesneden. Dit is nog eens een vismarkt!! Overbodig te melden dat vanavond de BBQ gebruikt gaat worden!

 


De volgende dag worden we wakker gemaakt door een soort politiesirene naast onze slaapkamer. De Guardia Costiera ligt naast onze boot met een dienblaadje met koffie, een vers fruitsapje en een heerlijk croissantje Brie. DREAM ON! Of we onze boot willen verleggen, omdat hier een groot passagiersschip moet manoeuvreren. Torretje aan en op naar de zuidelijke ankerplek in de haven. Hugo (patati patata) en Paul zijn daarna de rest van de dag aan het sleutelen, maar daarna ziet ons dashboard er weer als nieuw uit! Gelukkig is er verder niets doorgebrand. Tjongejonge wat hebben wij weer een geluk gehad en wat een drukke dag voor de mannen ("hahaha" zeggen de vrouwen).


We slenteren samen met Hugo en Rina de stad in omdat zij een Malle Pietje zaak weten waar we een Grieks gastenvlaggetje kunnen kopen. En ja hoor, we vinden er een voor 6 euro. Paul koopt hier meteen een paar zeillaarzen (zijn oude laarzen gebruiken we al een tijdje als vergiet) van het merk XM Yachting voor 26 euro. Zo goedkoop hebben we dat nog nooit gezien. Tijd voor een pintje. Aan het tafeltje naast ons speelt een soort Siciliaanse Buona Vista Social club klassiekers uit hun jeugd als de dag plaatsmaakt voor de zwoele nacht. Wat willen we nog meer!


Na 4 dagen vertrekken we richting de Noordzijde van SiciliŽ. We moeten op 17 juli in Korfu geland zijn, want dan komt Paul’s  broer Robert met zoon Bryan en vriendin Sandra. Als we nog wat willen zien van SiciliŽ moeten we maar eens vertrekken. Zoals beloofd melden we ons af bij de autoriteiten, maar de kustwacht begrijpt niet waarom we ons moeten afmelden. Ook goed. De reserveknip gaat weer onder de matras. Scheelt weer een paar biertjes.

 

We komen aan in Mondello na een zeiltocht van 55 mijl. Modello ligt ten noorden van Valero, we gooien ons anker uit in de baai. We zijn in een soort vakantieoord terecht gekomen: overal jetski’s, speedboten, zwemmende mensen en natuurlijk de onvermijdelijke disco (we weten eigenlijk niet of dat nu nog zo heet). Nee niet ons plekje, maar prima voor 1 nachtje.


De volgende morgen vertrekken we vroeg naar Cefalķ.

We kunnen heerlijk de hele tocht met de halfwinder varen, alleen het laatste uurtje is de wind op. Nou ja, dan hebben we straks weer warm water (de boiler warmt op via de motor).

Cefalý is een oud stadje en als we er langsvaren ziet het er prachtig uit. Wij moeten aan de andere kan van de enorme rotsberg waaraan het stadje gekleefd ligt een ankerplekje gaan zoeken. Als we de bocht om komen wacht ons een aangename verrassing: wat een moordplek! Een baai, omgeven door rotsen met grotten en een klein haventje. We zijn niet de enigen die hier het ankertje gooien! De wandeling naar het stadje valt reuze mee: binnen 10 minuten sta je in de leuke steegjes met dito winkeltjes. We hebben alweer een leuke plek gevonden! We blijven hier 3 dagen, omdat Tricia, een ex-klasgenote uit de Italiaanse les (die Marianne in november in Alghero heeft gevolgd) langs wil komen. We nemen haar mee uit zeilen, zij trakteert ons op een etentje en voor we ’t weten moet ze weer op de trein terug naar Palermo en dan naar Engeland. En wij moeten weer verder, want Korfu ligt nog een eindje weg. We nemen afscheid van de Fantastico! die nog enkele dagen in Cefalý willen blijven (en gelijk hebben ze) en vertrekken in alle vroegte naar een onbekende bestemming.

   


Het is namelijk lastig te bepalen waar we kunnen overnachten: de Italiaanse hydraugrafische dienst is niet zo scheutig met informatie geweest in onze ‘TomTom’. Helaas moeten we de hele dag moteren (de beloofde wind blijft uit) en ’s avonds ontdekken we een geweldig baaitje waar we de Zilver en onszelf te rusten leggen. Met deze weersomstandigheden (weinig wind, geen golven) kan je eigenlijk bijna overal ankeren.




 

De Straat van Messina (de nauwe doorgang tussen SiciliŽ en de laars van ItaliŽ).

Het is weer rekenen geblazen: 4,5 uur na hoogwater Gibraltar loopt het stroompje mee. Hoe zat het ook al weer? Dit jaar hebben we de getijdetabel nog niet nodig gehad. We banen ons een weg door de straat. Op de marifoon horen we de kustwacht omroepen dat we met een grote bocht om kaap Peloro moeten varen, omdat er een zwemwedstrijd gaande is. Leuk detail: terwijl we het smalste deel van de straat invaren (ongeveer 1,5 mijl breed), worden we ingelopen door een groot zeeschip: de Eemsdijk uit Groningen. Een Nederlander dus, die overigens ook wordt verzocht rekening te houden met de zwemwedstrijd.


De Straat van Messina wordt aan beide kanten versierd met hoge bergen. We proberen ook nog een glimp van de Etna te vangen, maar die heeft zich goed verstopt in de nevel.


In juni en juli trekt de zwaardvis richting het zuiden en wordt daar opgewacht door visserbootjes met enorme loopbrug-boegspriet (de lengte van deze boegspriet overschrijdt de lengte van hun boot) en een torenhoge mast (rond de 30 meter hoog) waar zich bovenin een kraaiennest met kapitein bevindt. Hij kan de boot vanuit deze hoge positie besturen. Het schijnt dat de zwaardvis een beetje slaapt, doezelt aan de wateroppervlakte. De man op de uitkijkpost spot de vis, de vissersboot sluipt naderbij en de man op de boegspriet staat de klaar om de zwaardvis aan zijn drietand te prikken. Onderweg zien we zelf ook een paar zwaardvissen rommelen aan het wateroppervlakte. Gelukkig voor hen is er geen dan zwaardvis-vissersbootje in de buurt.

Aangekomen aan de zuidkust van ItaliŽ, zoeken we weer een ankerplekje uit. We zijn bij het vasteland van ItaliŽ gearriveerd!


     


Het is vandaag 6 juli, en we zijn op weg naar Rocella Ionica. Tot de volgende keer!