20-07   06-2013   8-09   20-07   20-06   05-2012   21-09   13-09   25-08   23-07   19-06   05-2011  

Zilver weer in het Griekse water. Jahoe!

     


We hadden in 2010 een prachtig zeiljaar achter de rug, toen Zilver professioneel uit het water werd getrokken door botencowboy Janni. Na drie jaar in het water te hebben gedobberd, had ons bootje nog een schoon onderwaterschip. Dus dat zelfde antifoulingspulletje gaat er voor komend seizoen weer op. Onze bijboot zag er wat anders uit na 3 weken in de haven van Prevesa te hebben gelegen: de onderkant was net een oerwoud van hele kleine boompjes.

Omringd door miljoenen muggen - deze haven ligt tegen een moerassig natuurgebied - maken we de Zilver winterklaar. Elke avond rond 7 uur vluchten we uit de haven om in Levkas een broodje Giros of een ander Grieks snackje te eten, want onze vijand de mug wordt tegen  zonsondergang helemaal gek van mensenbloed. Met spraybussen gewapend proberen we de massale kamikaze-aanvallen van de beestjes af te slaan, om zo veilig onze auto te bereiken. De Zilver is na een klein weekje werk klaar.

Omdat Zilver 3 jaar continu in het water is geweest en wij niet aan boord op land willen blijven wonen, besluiten we een goed en goedkoop Nederlands autootje te kopen en zo vertrekken we naar Den Bosch.  Onze dank gaat daarbij uit naar Robert, die de auto heeft gekocht en naar Anja en Hans, die 'm even naar Griekenland kwamen brengen (!!) (wat natuurlijk ook nog eens een supergezellige week opleverde).


Eenmaal terug in Griekenland krijgen we direct het gevoel weer thuis te komen. Onze Zilver is in prima conditie. Nu nog haar een flinke boen- en wasbeurt geven. Maar dat moet wel lukken want Paul heeft stevig geoefend in Nederland. (Ook weer bedankt Robert!!!). Ondertussen zijn we weer aan de borrel met onze Engelse vrienden van de Curly Sue, Sue en Andy. Links en rechts helpen we nog wat andere zeilers met klussen en met tochtjes met de auto naar de Lidl. We maken met de auto (hij staat nu toch voor de deur, uuuuh het toegangsluik) nog enkele uitstapjes naar het binnenland, om te genieten van de mooie natuur en de Bizantijnse en Romaanse bouwwerken, waaronder een amfitheater en een prachtige brug in Arta. Nu staat onze auto gestald bij een Griekse houthandel, helemaal veilig, achter op een groot terrein en wij zijn weer onderweg naar morgen.









8 Mei, Nidri

Onze eerste ankerstop is in Nidri, met vooraf een heerlijk zeiltochtje. Het is inmiddels lekker weer en de regen heeft zich al een tijdje niet laten zien. De BBQ aan boord heeft al zijn best gedaan en de grote bimini geeft heerlijke schaduw voor ons en Meis. Aangekomen in de baai gooien we weer blij ons ankertje uit. Lekker luieren in de zon. Maar die vlieger gaat niet op. In de middag willen we onze Zilver verleggen, omdat we erg dicht bij een andere ankeraar liggen (we kunnen bijna zijn neusharen tellen). Marianne haal het anker op maar de lier wil ineens niet meer stoppen. Ooooh, als dat maar goed gaat. Zodadelijk ramt het anker onze boot. Gelukkig stopt de lier (na enkele welgemikte rammen erop) nog op tijd. "Oh nee toch", denkt Paul, want die ziet zijn middag van lekker rusten in rook op gaan. Gelukkig is het euvel snel gevonden: de kabel tussen het relais en de motor van de ankerlier is door de tand des tijds aangetast. Het ding ziet eruit als een hoog bejaarde slang waar de tandjes al uit vallen als je er naar kijkt. Dus: ankerlier van het dek, nieuwe kabel erin, meteen maar de zekering van de ankerlier verplaatsen en de job is na een uurtje of 6 geklaard.

We verkassen van Nydri naar Vlycho omdat voor vannacht een stevige bries wordt verwacht en in de baai van Vlycho liggen we beter beschut. Het ankerliertje werkt weer als een tiereliertje (zucht, wat een prachtige rijm). In de nacht komt de wind de baai onveilig maken, maar we slapen vast achter onze Rocky.

Het weer is nog niet helemaal gesetteld; ondanks de goede temperatuur overdag koelt het 's-nachts af. Wel lekker als je onder je dekbedje ligt. Dat zal van de zomer wel anders zijn!! Vandaag zijn we op de Windswept uitgenodigd voor een kop koffie en een Grieks baklavaatje, dat slaan we niet af. Jeanine en Wil bieden aan op Meis te passen, zodat wij naar de watervallen van Nidri kunnen wandelen. Voor onze hoogbejaarde Meis is 4 km heen en 4 km terug echt te ver. De wandeling is echt de moeite waard: een prachtig pad ernaar toe en een leuke bar op driekwart. De bloemen staan te geuren en te kleuren. We zien diverse vlinders, waarvan een soort met zebratekening en 2 staartjes. Het lijkt net of ie achteruit vliegt. Eenmaal terug bij de Windswept steekt plotsklaps een fikse wind op en we zien een boot losslaan van het anker. Maar gelukkig schieten links en rechts (voor bootjesvolk: bak- en stuurboord) te hulp. Aan boord van de Windswept staat de g&t al koud en we wachten het windvlaagje af.

De volgende morgen schijnt het zonnetje al weer stevig. Onze zonnepanelen en windgenerator werken perfect. Vaak zijn de accus al rond een uur of 12 vol en dat geeft een geruststellend gevoel voor het geval je een koele sundowner wil drinken. Nog even drinkwater bijvullen en dan op naar Meganisi, de baai van Makriá, een luttele 6 zeemijlen meer naar het zuidoosten. De wind is matig van alle kanten als we onze Rocky in het zand laten vallen. Het is hier bezaaid met buitenlandse boten, er is haast geen Griek op een zeilboot te bekennen. Gelukkig wel in de omliggend taverna's.

Aangekomen geeft het therometertje 30 graadjes. Marianne trekt haar stoute schoenen aan (of is het uit) en neemt dapper een duik in het koele blauwe water. 'Heerlijk' roept zij. Paul rent naar binnen en doet zijn winterjas aan (het enige waar Paul in duikt is zijn koude parelende glas bier). Dapper hoor, Marianne!


Onze volgende halteplaats is Arterinos, ook een noordelijke baai op het eiland Meganisi. We liggen er als een koning te rijk en we wandelen de berg over naar het dorpje Kotameri. Wat een prachtig Grieks dorp is dit! Het hele dorp is in alle soorten en kleuren bloemen getooid. De gemiddelde leeftijd is zo'n 120 jaar en de dorpsjeugd is tussen de 40 en de 50 jaar oud. De liefhebber van de Griekse klederdracht voor dames kan hier z'n hartje ophalen. De weduwen zijn in het zwart getooid en de nog immer gehuwden dragen dezelfde outfit maar dan in 't bruin. Ze zijn allemaal even aardig: we roepen aan één stuk door "kalimera" (goeiemorgen) en krijgen constant antwoord met een brede glimlach terug. Als we bij een prachtig kleurrijk restaurantje stoppen voor een bakkie leut, wordt ons door twee minimaal 150 jarige broers in hun beste gebitsloze Grieks duidelijk gemaakt dat ze alleen maar Fanta lemon schenken. Ook goed! En de rekening........2 euro!


We zakken verder af naar het zuiden, we willen tenslotte om de Peloponnisos zeilen. De Peloponnisos is de zuidelijkste punt van Griekenland en staat bekend om zijn harde winden vanuit het noorden of westen. 


We willen natuurlijk eerst naar Nisos Kastos, voor de insiders, het geitenbaaitje.

We passeren ons oude ankerplekje en we horen de geitjes al roepen: 'Zilverrrrr zilverrrrrr hierrrrrr, kom mahahahahaharrrrrrrrr'. Na wat geploeter met ons anker liggen we dan eindelijk met voor het anker en achter een lijn naar de rotsen. Als enige boot in dit prachtige baaitje. Het is nog net zo mooi als vorig jaar. Maar het mooie weer is helaas van korte duur: voor ons bouwt een onaangekondigd onweersfront zich op. Donkere wolken verzamelen zich en de bliksem laat zich van zijn beste kant fotograferen. Even later plenst de regen naar beneden. Misschien moeten we geitenbaaitje omdopen tot gietenbaaitje! We gaan de nacht in. Het blijft gelukkig alleen maar bij regen, onweer en bliksem. Nu denken jullie wat is daar nu gelukkig aan? Nou, dat zullen we dan effe vertellen: GEEN STORM. Als je in een baaitje ligt dat maar drie keer de grootte is van de Zilver, wil je niet dat je losslaat en vervolgens tegen de rotsen knalt. Dan zou dan namelijk een aardige domper op de feestvreugde zijn.


Vanuit het geiten/gieten baaitje gaan we al vroeg richting Astokos. We worden bij Port Pandelimon (een baaitje met hier en daar een visfarm) blij opgewacht door een dolfijnen echtpaar. Ja, dit is een mooi plekje om ons anker uit te gooien voor de nacht. Om ons heen is het zachte zoemen van de bijen te horen en de koeien grazen en loeien er doorheen. En wat eten we vandaag? Paul maakt van een zelf gekochte tonijn een lekkere salade en met een heerlijk glas koude melk is het geluk compleet.


En door naar Petalás, waar een grot moet zijn waar gieren in huizen. Nou, dat willen we wel eens zien, van die hongerig rondcirkelende gieren boven de Zilver. De grot zit heel hoog en is niet groot. Van rondcirkelende gieren geen sprake, zelfs niet van stilzittende gieren. Wel zien we geitjes over de steile rotsen springen en dan zijn we toch ook wel een beetje blij dat er geen gier is. Tijd voor een wandeling met Meis. De baai is erg ondiep en we moeten een flink eind varen met de bijboot om ergens te kunnen landen. Halverwege komen we al met de motor op de grond. We weten nog een wat dieper geultje te vinden en redden het nét niet tot op het strandje. "Wacht maar, ik spring wel" zegt Marianne en voegt daad bij woord om vervolgens tot haar knieën in zwarte modder te verdwijnen. Meis denkt: "ik ook, ik ook" en voor we haar kunnen tegenhouden zakt ze tot halverwege haar rug in de zelfde blub. Hmm, niet zo'n strakke aktie dit. Paul klautert via wat rotsen naar de kant (waarbij hij wordt angevallen door een vis?!) en we kunnen aan de wandeling beginnen. Sinds Marianne bijna op een slang heeft gestaan, gaan we voortaan met een 'slangenstok' op pad, een lange stok waarmee we - net zoals blinden dat doen - voor ons op de grond tikken, zodat de reptielen zich uit de voeten (?!) kunnen maken.  Slangen zien we niet, maar wel tot onze grote verrassing en blijdschap een landschilpdad. En nog een. En nog een en nog een en nog..... Meis weet niet zo goed wat ze van zo'n beest moet denken en snuffelt bedenkelijk. Wat haar betreft mag er soep van gekookt worden.


Na Killini zakken we op Marianne's verjaardag verder af naar Katakólon, vanaf zee het dichtsbijzijnde punt om Olympia te bezoeken en daarom de reden dat enorme cruiseschepen aan de kade aanleggen. Tijdens het zeilen staat de telefoon roodgloeiend met allemaal zingende mensen en Paul verzorgt de catering met als hoogtepunt toch wel een lekkere verse bananenshake op het voordek. Dit is het leven!


 

In Katakólon arriveren Wil en Jeanine van de Windswept. Ze willen graag weer een dagje op Meis passen, zodat wij met de bus naar Olympia kunnen. Waauw, wat een superaanbod, dat willen we wel! Samen met wat Duitse mede-ankeraars gaan we op pad. Olympia is zeker de moeite van het bezoeken waard. Marianne vind het 't meest indrukwekkend om op het veld te staan waar de 1e Olympische Spelen zijn gehouden. Hier is het begonnen! De glooiing er omheen bood ruimte aan maar liefst 45.000 toeschouwers!

Maar de restanten van het hele complex dat ter ere van Zeus is gebouwd, zijn intrigerend en in het museum kijk je je ogen uit. Wat een prachtige beschaving is er toch verloren gegaan in die tijd!