20-07   06-2013   8-09   20-07   20-06   05-2012   21-09   13-09   25-08   23-07   19-06   05-2011  

Prachtig zeilen om de Peloponnesos richting Volos

  


Kiparissia, 19 juni 2011.

We vertrekken uit Katakolon waar nu iedere dag 1 of 2 cruiseschepen aanmeren om Olympia te bezoeken, met - lekker makkelijk - het treintje dat voor de deur van de haven stopt. Het is zwoel weer met een graadje of 28 als we vertrekken. Helaas geen wind. We varen nu in de Zuid Ionische Zee, waar we geen beschutting hebben van de Ionische eilanden. Dus als er een frontje met veel wind aankomt, ontstaan er direct grote kuilen in de golven en dat geeft ons weer het gevoel dat we lekker op zee zeilen. De 3 havens die we hebben aangelopen in de Peloponnesos hebben alle zandstranden, wat erg bijzonder is. Ik geloof niet dat we dat afgelopen jaar gezien hebben? Normaal zijn het allemaal stenen met hier en daar rotsblokken. Zandstranden zijn lekker voor onze Meis: hier kan ze heerlijk rennen en zonder problemen in het water springen.

Na een mijltje of 17 zeilen en motoren tussen onweersbuien door, worden we blij verrast door het alarmbelletje van onze vismolen. "Vis!!", roept Marianne en Paul  - die net een heerlijke pitabroodje stond te bakken - smijt zijn keukenschortje op de vloer en rent naar buiten. Er staat flinke spanning op de lijn die met zo'n 100 meter lengte achter ons aan sleurt. We gaan bijliggen en langzaam komt ons avondmaal dichterbij. Wat zou het zijn? We zien niets en Paul denkt zelfs al dat het loos alarm was. Maar ineens zwiept de lijn naar de zijkant. Tjissus, wat zou daar toch aanhangen? Vol spanning haalt Paul de lijn verder in en plots zien we de witte contouren van een vis. "Het is een knoepert!" roept Paul enthousiast. En dat is het: een 75 cm lange tonijn van maar liefst 7 kilo! Na wat geploeter halen we 'm binnen, jammie jammie. We nemen contact op met de Windswept om gezamenlijk het koningsmaatje op te eten.

Aangekomen in Kiparissia worden we onthaalt als echte jagers en worden er foto's van onze vangst genomen. Paul slacht het varkentje en na 12 steaks, 4 grote filets en 30 minuten, legt hij zijn zwetend zijn mes neer.  Het zijn er wel een hoop en om nu de vriezer vol te stoppen met alleen maar tonijn is ook weer zo wat. Uitdelen dus maar aan de andere bootjesmensen. Zo ontstaat er een klein kadefeestje. Later op de avond snoepen we samen met de Windswept aan boord van de Zilver van een deel van onze geweldige vangst op, mmmmmm!

Moe en voldaan vallen we die nacht in slaap.

De volgende dag zit Marianne lekker te lezen en Paul ligt dito te maffen op de bank. Dan hoort Marianne hoort Jeanine roepen dat ze snel naar buiten moet komen. Er is net een pick-up langsgereden die puppy's wil lozen, hij reed er bovendien bijna één dood. Na flink wat stampij met een Duitse zeiler ("bist du verrückt?") zet hij de hondjes terug in zijn laadbak en rijdt met de staart tussen zijn benen weg. De dames volgen de wagen die nu aan  de andere kant van de haven is gestopt waar ze kunnen zien dat er iets uit de wagen gegooid wordt. "De schoft", roepen ze en rennen samen met Will naar de andere kant. Van de wagen is geen spoor meer te vinden, maar er  liggen wel 2 donzige kleine hondjes. Wat moeten nu gedaan? Terug op de boot is Paul inmiddels ook wakker geworden en ziet de twee knuffeltjes. De ene gezellig druk spelend en de andere heerlijk maffend. Als we geen onderdak voor deze jongens kunnen vinden moeten ze maar mee tot we wel iets vinden. Maar het is eigenlijk niet eerlijk tegenover onze Meis: we denken dat ons oud omaatje het niet leuk zal vinden dat zo'n jonge doerak de hele tijd aan haar lip hangt (letterlijk en figuurlijk). Ze heeft nu al zo'n last van Wil, haha. (Die trekt ook altijd aan haar lip om haar te pesten. Je ziet dan haar staar wiebelen, dus het pesten zal wel meevallen).

Marianne en Jeanine gaan op de fiets richting de stad op zoek naar een dierenarts of asiel.

Maar een asiel zoals wij in Nederland kennen, dat kennen ze hier niet. Je ziet hier overal roedels straathonden en wilde katten rond lopen. Paul en Wil houden met een heerlijk koel biertje dapper de wacht bij de puppy's. Na een uur of 2 komen de dames terug in het gezelschap van 2 meisjes die ieder een hondje bij zich hebben. Helaas geen dierenarts kunnen bereiken op zaterdagavond, maar onderweg zijn zij de meisjes tegengekomen en hebben gevraagd of zij iemand wisten. Wat een geluk: hun (Australische) tante heeft al vaker als dierenopvang dienst gedaan. Onze pluisjes worden nog even flink geknuffeld en voorzichtig meegegeven. Snik, daar gaan ze, waren we bijna een knuffel rijker.

Om niet in een depressieve bui te belanden wordt de bbq aangemaakt en de hondjes zijn natuurlijk het gesprek van de nacht. En alweer moe en voldaan gaan we slapen.

En dan maar denken dat we het niet druk hebben en alleen maar vakantie vieren! Hé?


Pilos in de baai van Navarinou

Op weg naar Pilos wordt er dit keer niet gevist: koelkast is nog vol met vis. Na een uurtje of 6, waarvan 3 onder zeil, draaien we de baai in. Het is iedere keer weer geweldig als je op een nieuwe plek aankomt. Mooie grote grotten aan bakboord en een prachtig oud kasteel aan stuurboord. Daar gaan we morgen even langs.

Bij Koroni, een klein schiereiland in het zuiden van de Peloponnesos, vindt de Zilver plaats achter de havenmuur in kraakhelder water. We mikken Rockie tussen de rotsen en het wier, na 2 maal zitten we vast. En nu maar hopen dat we niet áchter een rots zitten! Het is een klein dorpje met witte huizen en authentieke straatjes. Natuurlijk klauteren we omhoog naar het kasteel en naar het klooster waar Paul en Meis buiten moeten blijven, Paul omdat hij een korte broek aan heeft, ook al is die spierwit en Meis omdat ze een hond is, ook al is ze pikzwart (nou ja, eigenlijk grijs). Marianne mag wel naar binnen, moet weliswaar een schortje ombinden, maar krijgt dan een rondleiding van de hartelijke zuster Pannajota.

In het verre verleden werd Koroni door de Grieken, Fransen, Romeinen, Venetianen, Byzanthijnen en Turken gebruikt als haven en centrum voor hun handel en nu staan er vele tavernes om (alweer) allerlei buitenlandse gasten te ontvangen.

Zo, de eerste kaap van de Peloponnesos is zeilend gerond, met een prachtig bakstag windje. De zuidkant van de Peloponnesos bestaat uit 3 'vingers'. We moeten nu naar de westkust van de volgende kaap (de 2e vinger), want er is overmorgen veel wind vanuit het oosten op komst en dat motten we natuurlijk niet hebben. Limení wordt onze volgende bestemming, richting 100 graden en afstand 21 zeemijlen.


Limení, 3 juni 2011, Inmiddels liggen we al 3 dagen en 2 nachten beschut in de baai, de oostenwind waait door de vallei en raast door ons want. We lezen op onze windmeter stoten van 30 knopen (windkracht 7) en morgen gaat het pas echt waaien zeggen de weerkenners. We zijn er klaar voor. Zoals het eruit ziet blijven we nog een paar dagen hier. Wat helemaal geen straf is, want de baai is prachtig en er heersen tropische temperaturen. De woningen en appartementen hier in het zuiden van de Peleponnesos hebben een Maniotische bouwstijl, een hele aparte soort stoere vierkante woningbouw, met bruine stenen. Hier vlakbij zijn de Diros grotten, de grootste van zuid-Europa, waar je in een roeibootje een rondvaart maakt. Daar moeten we dan maar met de bus naar toe een dezer dagen. Echter het weer, met name de wind, blaast via de vallei op de Zilver, of zijn leven ervan afhangt. Dus Marianne gaat met Barbara naar de grotten en Paul en Helmut passen op de boten. (Althans, dat zeggen ze, maar het heeft ook wat te maken met 'Bruderschaft trinken' bevroeden de dames). De grotten zijn ongeveer 15 km verder richting het zuiden, in de volgende baai.  Een leuk tijdverdrijf, met het 6 persoons bootje banen ze zich een weg tussen de spelonken door, hoofdje laag houden anders prikken de stalactieten er in. Dat willen we niet, toch? Ziet er maar raar uit als je met een puntje stalactiet in je hoofd thuiskomt.

Deze dagen bestaan uit het uitvogelen hoe hier het weer wordt bepaald, ieder weerbericht geeft een ander beeld. Volgens ons weten ze het ook niet meer en dobbelen ze op het weer onder het genot van een glaasje Ouzo. Wat, een glaasje, nee een hele fles!


Mézapos, 8 juni 2011, Het weerbeeld geeft aan dat we een klein stukje naar beneden kunnen zakken, wel met een gereefde zeilen. We zeilen als een speer met 7 Bft. de baai uit en wat denk je? We komen met een vaartje van 8,5 knopen de baai uit gestormd, de open zee op en.......geen wind! Dus, motor aan en gaan met die banaan. (Oh, sorry Zilver daar bedoelen we niets mee).

Komen we in onze nieuwe ankerbaai aan en wat denken jullie? Windkracht 8 op de kop!Windstoten van 42 knopen komen ons tegemoet! Gelukkig zijn er bijna geen golven, dus met een vaartje van  tussen de 2 en 3 knopen ploegen we het baaitje in. De hele ankerplek is bezaait met stenen en rotsen die op een metertje of 5 diep de baai onveilig maken. Oppassen voor die donkere vlek, dat is er een die maar 1 meter diep is. Na de 2de keer ankeren zitten we vast. Onze Rocky heeft zich ingegraven in een soort gat in de rotsen en zit MUURvast. Wat we ook doen, het anker gaat er niet meer uit. Liggen we muurvast, vinden we het ook niet goed. Dat wordt weer duiken. Paul hijst zich in zijn duikpak (en dat is echt hijsen om zo'n strak stroef pak aan te krijgen) en na een goed kwartiertje (zeg maar gerust: na een stief half uurtje) staat de Paulus in volle bepakking te zweten en te puffen. Snel het water in en een lijntje bevestigen aan de andere kant van het anker, zodat we het er achterstevoren uit kunnen trekken als we morgenochtend vroeg vertrekken.

Daarna even het kleine dorpje bezoeken wat vroeger bekend stond als vluchthaventje voor smokkelaars en piraten (Pippy Langkous was here?!?). We landen met de dingy in het piepkleine, tussen hoge rotsen ingesloten, helderwaterige haventje en we raken aan de praat met de complete dorpsbevolking, die toch zeker uit zo'n 5 mensen bestaat en die allemaal vreselijk aardig zijn. Het was een bezoekje zeker de moeite waard! Op weg naar huis ziet Marianne een murene over de bodem van het heldere baaitje zwemmen en we kunnen heel goed zien hoe het dier sierlijk door het water glijdt en zich dan weer in een rots verstopt. Die nacht wordt er weinig geslapen, want de ankerketting schraapt steeds over de stenen en resoneert door tot onze slaapkamer. Het is net of de voorkant van onze boot met beleid wordt doorgezaagd.


Elafónisos, 8 juni 2011, Voor anker in de baai (=ormos) van Levki, op het eiland (=Nisos) Elafónisos We wachten hier tot de wind goed staat om de meest westelijke kaap van de Peloponnesos te ronden, de Ák Maléas (door ons omgedoopt tot Kaap Hoorn vanwege de stormachtige winden uit 2 richtingen die er altijd woeden, in combinatie met 2 verschillende zeestromingen). Het waait alweer stevig, windkracht 7 wordt afgegeven, maar over 2 dagen schijnt er een windje te komen dat ons om de kaap brengt. Geen straf, want het water is hier azuurblauw en zo helder als.....ja.....als water. Hurricane Barbara (onze Duitse medezeilster, die we zo hebben bijgenaamd omdat ze een hekel aan wind heeft en eigenlijk geen zin heeft om Kaap Hoorn te ronden) en Marianne ondernemen nog een 3,5 km lange voettocht naar het dorp voor inkopen en ja hoor, de volgende dag om 6 uur in de ochtend halen we onze ankertje op en tuffen richting de zuidwestelijke Egeïsche zee naar Monemvasía. En alle spannende verhalen ten spijt: als we zwaaien naar het super afgelegen monikkenklooster op de zuidkant van de kaap, snort het motortje van de Zilver en glijden we over een vlakke zee. Wat kunnen wij toch navigeren!


Monemvasía, 11 juni 2011, de massieve rost met de oude vesting erop steekt prachtig uit het azuurblauwe water. Het haventje in Nea Monemvasia ligt bij de entree van de rots. We leggen de Zilver met het anker voor uit aan de betonnen steiger. Ook al weer een leuke plek! We worden opgewacht door een paar giga zeeschildpadden die elegant door het kraakheldere water glijden, wachtend op een lekker hapje.

Monemvasía betekent 'de enige toegang'. En inderdaad, deze rots wordt met een weggetje over een brug verbonden met het vasteland. We moeten dit zeer speciale plekje natuurlijk bezoeken alsmede de ruïnes van het nóg oudere dorp bovenop de rots. We bezoeken eerst de laagste bovenstad, waar zeer veel wilde bloemen en oude kerken te vinden zijn, prachtig! De bouwmaterialen van woningen die nog gerestaureerd worden, worden door paardjes naar boven vervoerd. Dan ondernemen we, samen met een medewerker van een enorm cruiseschip dat er het anker heeft uitgegooid, de klim naar te top. Zwetend en puffend komen we boven aan en het uitzicht maakt de inspanningen de moeite waard!

In het havendorpje zelf hebben we inmiddels een Griekse restauranteigenaar ontmoet, Vangelis. In zijn vrije tijd is hij fanatiek visser en hij deelt zijn visgeheimen met Paul. Gaat dit de komende tijd meer vis op tafel brengen?! Hij heeft er in elk geval veel verstand van. En die geheimen...... die blijven natuurlijk geheim!

Ieraka, 14 juni 2011

Een pietepeuterige baai tussen de bergen geflankeerd door een pittoresk dorpje dat we direct omdopen tot  Hollandhaven. Zo kom je 3 jaar lang amper een Nederlandse boot tegen, hier liggen als enige schepen tegen de kaai de Wiedewaai, de Pantaleimon en de met een heuse waterfiets uitgedoste catamaran Inquest, die al 3x de wereld is rondgezeild! Allemaal rasechte Hollanders.

Als we de Zilver stevig op het anker hebben liggen gaan we met ons bijbootje naar een grot waar je in kan varen. Deze tip hebben we van een andere zeiler gekregen. Echt spannend, de ingang is erg klein en laag met losliggende rotsten erboven. We manoeuvreren ons erdoor en maken de zaklamp aan. Waauw, best wel eng om te doen maar het is prachtig en indrukwekkend! De grot is een meter of 30 groot en giga hoog. Ons schijnwerper licht deze eeuwenoude grot op. Motortje uit en luisteren naar de echo's van druppelende en kabbelende geluiden in het glasheldere water. Mooi, voldaan keren we weer terug naar Zilver. 's-Avonds zijn we met zijn allen uitgenodigd op de Pantaleimon om een heerlijk bordje macaroni naar binnen te werken vergezeld van een glaasje lekkere Griekse wijn. Wat een hoop Hollands gekakel op de kaai: beregezellig! Als het wekkertje de volgende morgen gaat, willen onze oogleden niet erg meewerken. Het is gisteren laat geworden. Even met Meis een rondje maken in het kleine dorpje. De oude mannen zitten al tevreden op het terras van het visserscafé en drinken een Nes (warme nescafé) en groeten ons vriendelijk als we langs lopen. We lopen ook nog even naar Hollandhaven om afscheid te nemen, we denken dat we elkaar wel weer gauw ontmoeten.


Porto Kheli, 15 juli 2011

Onze koelkast doet de laatste tijd vreemd: dan werkt ie wel en dan weer niet. Maar nu heeft ie helemaal de geest gegeven. We gebruiken grote ijszakken, die je hier tussen de 1,50 en 2,50 € kan kopen, om tenminste de melk en de kaas nog goed te kunnen houden. Ja Paul, en een biertje. Porto Kheli is een wat grotere stad en dat houdt in dat we hier meer kans hebben iemand te vinden die de koelkast kan maken. Het is een zeer grote baai met uitstekende ankergrond; we denken er zelfs over om hier de Zilver te laten overwinteren. Maar dat is nog ver weg.

De koelkastmonteur is snel gevonden ennnn...... tatatataaaah (trompetgeschal) hij dicht 2 lekken in de leiding en daarmee is onze koelkast weer gemaakt. Hoeraaa, we hoeven geen nieuwe (duur duur duur) te kopen!

Het wordt weer eens tijd om de BBQ aan te steken, de avonden zijn hier rustig en zwoel, niet zoals in het zuidelijke deel van de Peloponnesos waar het in de avond telkens krachtig waait. De wind stopt daar meestal later in de nacht. Marianne maakt er meteen nog een groter feest van: het wordt een Indische rijsttafel met saté. En omdat de Hollandhavenclub hier inmiddels ook is geland, eten die gezellig allemaal mee.