26-08   02-08   20-06   23-05   02-2010   20-11   29-08   04-08   16-06   14-05   23-04   02-03   01-2009   07-12   24-08   06-08   05-2008  


Hoe de wind waait, zo varen we niet

Calais ,24-08-08: Tja, het bovenstaande kopje is vanaf ons vertrek uit Nederland tot nu toe bijna constant van toepassing geweest. Toen we uit Duinkerken vertrokken gaven die ongeloofwaardige weergoden noordwesterwind kracht 3 aan, de perfecte windrichting voor ons. Als we de trossen losgooien klopt de windrichting redelijk en er staat een windkracht 6. Zou de wind nog een beetje bijdraaien? We vertrekken in de hoop dat het weer aan de verwachting zal gaan voldoen, want als de daklozen je bij naam groeten is het tijd om te gaan! De windkracht 6 blijft (die 3 slaat eerder op de golfhoogte in meters (2 boten voor ons keren na respectievelijk een half uur en een uur om terug te gaan naar Duinkerken)) en komt eerder uit zuidzuidwest dan noordwest zodat we urenlang hotseknotsend en bonkend moeten laveren (zigzaggen voor de leken onder ons) om uiteindelijk slechts in Calais terecht te komen. Jongens, dat is lang geleden dat onze boot dienst heeft gedaan als een balletje in een flipperkast. Zelfs sommige boeken zijn uit de schappen gesprongen. De voorpunt is een totale puinhoop (zie foto´s), maar alles is gelukkig weer snel opgeruimd en er is niets kapot. De Zilver heeft het weer perfect gedaan!

De dag erna lopen we langs de kade en zien hoe een Engelsman z'n zeilboot aan de kade heeft vastgemaakt om droog te vallen en eraan te werken. Maar het is niet helemaal volgens planning gegaan: de kiel is naast een balk gezakt en de punt van de boot zakt naar beneden. Zou de voorkajuit van hun boot nu ook zo'n puinhoop zijn?

 


 

Dieppe, 1-09-2008: inmiddels zitten we nog steeds in het zelfde weer-schuitje. We hebben in één keer 'n flink stuk kunnen zeilen, maar voor de rest is het allemaal wind tegen. We genieten ondertussen van Dieppe, een prachtige stad. De temperatuur loopt op tot een graad of 24 (wel met harde wind, dus fris) en het zonnetje schijnt lekker op ons bootje en op de terrasjes om ons heen. Het is nog gezellig druk, maar in de haven liggen steeds minder gasten. We zijn ook nog niemand tegen gekomen die naar het zuiden gaat. 

Op een regenachtige dag maken we wat kiekjes vanuit onze boot: er is heel wat beweging in het haventje. We zijn nog altijd onder de indruk van het grote getijdeverschil van wel 8 meter. We worden nu geteisterd door een windforce 9 en je mag weer raden van welke richting?..... Inderdaad zuid west.

Na dat gezegd te hebben wordt het maar eens tijd om ons eens bezig te houden met de leuke dingen die gebeuren en niet constant aan het weer te denken.

TENSLOTTE HEBBEN WE VAKANTIE!!! En we treffen het: in Dieppe wordt een groot internationaal vliegerfeest gehouden.







Je ziet de meest vreemde constructies en fantasievliegers: van zwemmende mensen en de Mona Lisa tot razendsnelle kleine vliegers en zelfs vliegende koeien. Ook de vliegeraars hebben veel last van de sterke wind. Plots een snerpend geluid van een lijn en een 20 meter grote baby (vlieger) komt met een rotgang voorbij en plant binnen een paar seconden zijn luier een kilometer verderop tegen de rotsen.

Marianne mist toch een beetje haar werk: overal ziet ze de Brabantse vlag. Gelukkig roept ze niet bij ieder hoog gebouw "kijk Paul, het Provinciehuis".

Via de mail krijgen we te horen dat vrienden van ons (leren kennen tijdens onze tocht 2003/2004) in Ierland op hun boot wachten op het juiste weer. We mailen ze terug dat we elkaar kunnen ontmoeten in Le Havre. We besluiten richting Le Havre te varen. De wind is nog steeds onvoorspelbaar en we hebben geen zin om de hele tocht tegen de wind en de golven te moteren. We vertrekken vroeg zodat we het stroompje mee hebben en zien 11 uur later de haven van Le Havre waar Bartek en Yvonne staan te zwaaien op de steiger. Leuk om ze weer te zien! Yvonne heeft 1,5kg verse grote garnalen gekocht die al snel met een hele voet knoflook in de pap worden gebakken, lekker smullen en luisteren naar hun avontuur, een rondje Schotland, Ierland en Engeland. Ook het weer begint op te klaren en de windrichting gaat morgen veranderen naar zuid-oost. Dat is een mooie richting voor Zilver en haar bemanning! De volgend ochtend nemen we afscheid maar we weten dat we ze weer gauw zien, want ze komen ons opzoeken. Jammer dat het feestje van korte duur is, maar de zee roept ons.


En dan eindelijk, na al ons wachten en smachten, is de komende dagen de wind ons goed gezind. We zoeven via St. Vaast en Cherbourg (waar we in de verte onze 1e dolfijn zien) naar Sint Malo met het prachtige uitzicht op de rotsige zee. We liggen in een andere haven dan de vorige keer, toen we met een gewonde hond in de centrale haven lagen. Nu liggen we naast de aanlegplaats van de ferries met achter ons hoge rotsen die we dapper omhoog klauteren (gewoon via een stenen trap). En niet voor niets: we worden beloond met een prachtig uitzicht over de ingang van St. Malo en het oude centrum.




Lézardrieux, 16-09-08: Daarna doen we nog een favoriet van onze vorige reis aan: Lézardrieux. Tussen de rotsen door varen we over de prachtige rivier de Trieux naar de haven en gaan lekker aan een ankerbolletje hangen. En da’s leuk in een bij tijd en wijle snelstromende rivier, zeker als je met de bijboot naar de kant wil!

We houden van Noord-Bretagne, we vinden het eigenlijk net zo mooi als Noord-Spanje. Een ruige rotskust met mooie ankerplekken en veel ankerboeitjes waar je aan kan liggen. Helaas wil de vis niet erg bijten, we denken dat dat komt omdat we te hard zeilen (gemiddeld 7NM per uur). Maar de vissen weten het hoogstwaarschijnlijk beter…….


De wind blijft perfect en het is prachtig weer. Maar wie denkt dat we nu zomers getint zijn heeft het mis: het is meer een soort wintersportbruin (alleen onze koppen), want op zee is het – ondanks de heerlijke zonnige dagen – nog stevig koud. Je moet ons zien zitten: dikke truien, jassen, mutsen en dassen en af en toe zelfs de warme wollen winterwanten. Bijkomend euvel is dat we onze stuurautomaat (de automatische piloot) naar Nederland hebben moeten sturen omdat ie alleen nog maar koers 67 wilde varen (al in Calais). (En da’s terug naar huis, dus het ding had waarschijnlijk wat heimwee). Maar zonder stuurautomaat moeten we zelf aan het roer staan en dat kan nooit de bedoeling geweest zijn: werken tijdens het zeilen. Het is wel wat lastig, want zo’n stuurautomaat is eigenlijk een 3e bemanningslid (4e als je Meis meetelt, maar dat is niet zo’n fanatieke zeiler). Zeker als het spinnaker gehesen moet worden is het hard werken als je ’t in je uppie moet doen. Maar gelukkig hebben we bericht uit Nederland dat het euvel verholpen is en dat het apparaat binnenkort onze kant weer op kan komen.

De kou is overigens ook de reden dat we zo weinig ankeren. Meis moet er toch geregeld uit en met de bijboot kom je vaak helemaal verkleumd en nat terug.


Locquirec, 19-09-08: We zeilen door naar Locquirec. Daar kunnen we aan een ankerbolletje liggen en we weten van de vorige reis dat je daar behoorlijk op een neer kan schudden op de golven. We komen aanvaren met een stief windkrachtje 6 en als we aan de bol liggen valt het geschud eigenlijk best wel mee. Totdat het hoog water komt en de windknop wordt uitgezet. We maken af en toe gewoon slagzij, het is echt verschrikkelijk. Zelfs in bed rollen we op en neer (en nu eens niet van de pret) dus de volgende ochtend vertrekken we in alle vroegte naar L'Aberwrac'h. We zeilen fluitend richting zuid en krijgen bezoek van een ietepieterig klein groen adhd-vogeltje. Aan de hand van de foto’s die we maken en met behulp van ons super vogelboek komen we tot de conclusie dat het een bladkoninkje moet zijn, een zeldzaam vogeltje dat eigenlijk in de bossen thuishoort. Waarschijnlijk is het beestje òf ontsnapt uit de volière òf verdwaalt tijdens z’n trektocht naar het zuiden. Paul zegt dat we ‘m maar terug moeten gooien: hij is te klein en te groen om op te eten.



l’Aberwrac’h 20-09-08: We zien dat de haven niet meer is wat het was. In plaats van de pittoreske boeitjes waaraan je in de nacht naar Cassiopeia kon gluren, is er een mega-marina gebouwd. Dit heeft dan wel als voordeel dat we onze bijboot niet hoeven op te tuigen naar de kant moeten varen om Meis uit te laten. Wie zei ook al weer dat ieder nadeel een voordeel heeft?


In L'Aberwrac'h komen we late Engelse vertrekkersfamilie tegen, waar we aan boord worden uitgenodigd. Heerlijk die Engelse humor! We zullen ze nog vaker tegen komen denken we. De volgende dag is de tijd om richting Camaret te racen. De stroming wil je hier absoluut mee hebben, want het kan te keer gaan. Als je namen zoals kanaal Du Hell leest, ga je er al vanuit dat het er kan spoken. Ondanks dat we het al een keer gedaan hebben vertrekken we voorbereid. Het is een prachtige dag om te varen: de temperatuur is aangenaam en als dit niet het geval is hebben we nog altijd ons dieselkacheltje, dus wat kan ons gebeuren. Inderdaad helemaal niets, we knallen tussen de rotsen door richting Camaret en leggen 40 mijl in 5 uur af waarbij het enige onheilspellende een klein wolkje voor de zon was. In de bijna lege haven liggen alleen maar enkele buitenlandse schepen die ook richting zuid gaan en een paar tobbers die richting noord moeten.


Cameret, 22-09-08: We blijven enkele dagen in Camaret om de goeie wind en beter weer af te wachten. De havenmeester (een Fransman met geweldige humor (jawel: ze bestaan!)) vindt het ook wel gezellig dat we blijven en geeft ons een fikse korting. De Golf van Biskaje oversteken hebben we van ons lijstje geschrapt: het weer is in deze tijd van het jaar veel te onbetrouwbaar en bij Finisteree (bij la Coruna), woedt een windkracht 7 tot 8. We hebben gemerkt dat als er een windkracht 4 wordt voorspeld, deze elke middag minimaal tot een windkracht 6 aanwakkert en dat de richting nogal eens verschilt van het aangegevene. Een lagedrukgebied staat te popelen om Noord-Spanje een paar dagen storm te geven 7 en 8 Beaufort. Daar zouden we dan mee te maken krijgen. Paul besteedt tijd aan het maken van onze windvaaninstallatie (ook een automatische piloot maar dan 1 die geen stroom gebruikt). Het roerblad had osmose en het uitgebikte gat moest opnieuw worden gevuld. We zijn heel benieuwd naar de werking van het ding.


We liggen aan de steiger waar ook brandstof kan worden getankt. Tijdens zo’n namiddags stormaanval (door ons inmiddels 'middagzessie' genoemd) heeft een Franse catamaran aangemeerd om te tanken. “Die moeten we helpen als ie nog weg wil” zegt Marianne al, want ze hebben aan lagerwal afgemeerd en het waait inmiddels heftig (een dikke 7). Aan boord zitten – naast de kapitein en z’n vrouw – ook 2 mannen met snorren waarmee je met gemak de plaats aan zou kunnen vegen. Eerst zegt Paul nog dat er maar 1 snor aan boord is. Marianne weet echter zeker dat het weliswaar 1 type snor is, maar met 2 verschillende mannen erachter geplakt (en tuurlijk heeft ze gelijk). Als ze wegvaren helpen we mee om de boot van de steiger te krijgen. Met vereende krachten lukt het best, maar snor 1 is niet op tijd aan boord gesprongen en na een hartverscheurende kreet van snor 2 (alsof zijn Siamese tweelingsnor zonder verdoving chirurgisch van hem wordt verwijderd), komt de catamaran terug om ‘m op te pikken en ramt daarbij hardhandig de betonnen steiger met als resultaat een flink gat (niet door–en-door maar vervelend genoeg om water in het polyester te kunnen krijgen). Ons Frans vloekwoorden-vocabulaire wordt in 1 klap vertienvoudigd (Regina Coeli kan d’r een puntje aan zuigen). We helpen ze mee de boot aan de andere kant van de steiger (hogerwal) aan te leggen zodat ze de boot kunnen repareren en worden voor de moeite uitgenodigd voor een borrel. Het echtpaar is onderweg naar Senegal waar ze in het enorme deltagebied met de catamaran medicijnen e.d. gaan uitdelen. Wat een prachtige missie! Ze hebben jarenlang in Senegal gewoond en gewerkt, maar dat was zo’n 30 jaar geleden, dus het is best spannend wat ze gaan doen. De snorren zijn aangemonsterd (lees: aangesnord) als bemanning en gaan mee tot de Kaapverden. We wensen ze een fantastische reis toe en vertrekken naar Audierne.


Audierne, 26-09-08: De wind is weer ten gunste van ons en we hebben een heerlijke tocht met……………………………onderweg het zicht op een groepje dolfijnen. Het zijn flinke grote dolfijnen, maar ze liggen ‘te grazen’ zoals wij dat noemen en hebben geen interesse in ons, ondanks ons getrommel op het dek. In Audierne moeten we aan een ankerbolletje gaan liggen en tot onze grote verrassing worden we daarbij professioneel begeleid door een joekel van een dolfijn. Hij (zij?) brengt ons naar het bolletje en als Marianne de haak met de lijn door de ring wil steken, duwt Flipper behulpzaam zijn (haar?) neus tegen de bal. Marianne staat dubbel van het lachen en de poging om vast te haken mislukt schromelijk. Op naar de volgende bal en weer ligt Flipper paraat. Dit keer lukt het aanleggen wel en we bedanken Flipper uitbundig voor z’n (‘r) hulp. Marianne spoedt zich naar binnen om de camera te halen, want de dolfijn blijft gezellig naast de boot liggen keuvelen met Paul. Hij ziet belletjes opstijgen en hoort de dolfijn onder water geluiden maken die lijken op het geluid als mensen onder water met elkaar proberen te praten. Maar als Flipper Marianne met de camera ziet verschijnen houdt ie (ze?) het voor gezien, met als gevolg dat we jullie alleen een stuk van zijn (haar?) staart op de foto kunnen aanbieden. Flipper heeft ons vast voor paparazzi aangezien. We roeien naar het strandje om Meis te laten rennen. Als we ons bootje een eind het strand optrekken (het is laag water maar dat zal niet lang meer duren), zakt Paul ineens tot aan z’n kuiten in de modder. Zijn schoenen en broek zien er uit alsof hij bij boer Jansen in de koeienstallen op bezoek is geweest. Helaas is de geur navenant. Maar de blub ligt alleen op die hoek van het strand. Voor de rest is het een waanzinnig mooi strand: 1 deel is zo strak en wit dat het bijna pijn doet aan je ogen en een ander deel is bezaaid met prachtige door het water afgesleten rotsformaties, zodat het net is alsof je door een prehistorisch landschap ronddwaalt.


Benodet, 27-09-08: Het volgende plekje dat we aandoen is Benodet. De ingang van de rivier is bezaaid met haventjes, ankerboeitjes en wat dies meer zij. We liggen ’s nachts aan een ankerboeitje, maar worden tot 2x toe uit onze slaap gehaald door een harde bonk. Het blijkt dat het bootje voor ons anders op het tij reageert dan wij, dus we liggen gebroederlijk zij-aan-zij in plaats van achter elkaar. De havenmeester biedt ons de volgende dag een ander plekkie aan. We treffen ‘t: we liggen aan een steiger die grenst aan de bossen, waardoor heen je - langs de rivier – een prachtige wandeling kunt maken. Meis vindt het niet erg.

De dag erop is de eerste echte ‘kortebroekendag’ (lees dit goed: onze eerste echte zomerdag en mensen, we zijn al bijna 2 maanden onderweg!!). Het is heerlijk weer: terwijl Marianne in de zon ligt te lezen, slaat Paul zowaar een prachtige 30 cm grote zeebaars aan de haak. Terwijl hij nog geen 10 minuten van te voren stond te klagen over het feit dat iedereen die hij ziet vissen de ene na de andere vis uit het water trekt en hij niet. (Wellicht heeft dit te maken met het feit dat hij het na 10 minuten meestal al voor gezien houdt)! Maarrrr, ons avondmaaltje is weer voorzien van een heerlijk vers vissie en dit keer eens geen makreel, die we onderweg regelmatig vangen.



Lorient, 30-09-08: is weer een nieuwe bestemming ten opzichte van onze vorige tocht. Aan het begin van de rivier liggen veel havens en haventjes waar we wel eens willen gaan kijken. We zeilen er als een speer naar toe en gebruiken voor het eerst onze windvaaninstallatie. Het gaat nog niet helemaal vlekkeloos. Misschien omdat de wind in zowel kracht als richting nogal aan ’t zwabberen is. Enkele uren kunnen we weer als vanouds met losse handjes varen, maar daarna blijft de windvaan maar oploeven en afvallen, zodat de warme wollen winterwanten weer uit de kast worden gehaald en de rest van de tocht manueel wordt afgelegd.

We arriveren bij de eerste haven van de rivier, een afzichtelijk grote marina waar we al direct de gastensteiger niet kunnen vinden. De wind is weer eens aan z'n 'middagzessie' begonnen en blaast olijk om ons heen. We meren af aan een betonnen golfbreker die nog onder constructie is. Vanaf die plek ontwaren we ineens de gastensteiger maar die ligt mutjevol op 1 plekje na, waar een Fransman probeert in te draaien. Met de harde wind en de stroming van de rivier geeft ie ’t na 5 pogingen op (petje af, bootje lek?) en druipt af om daarna maar 3 dik bij andere boten aan te liggen. Marianne vraagt zich verbaasd af waarom de Fransman ook niet aan de golfbreker komt liggen: er is plek zat en je ligt er heerlijk rustig. Met een frons vraagt ze zich hardop af: “wat weet hij wat wij niet weten?”. Een half uurtje later, als Meis-met-bal-in-bek in gestrekte draf het ponton afrent, krijgt Marianne antwoord op haar vraag: de steiger is nog niet aangesloten aan de vaste wal. Meis staat stevig doch teleurgesteld op de rem bij het aanschouwen van een slotgracht van zo’n 3 meter breed. Terug naar de boot, onderwijl debaterend wat we moeten doen. Moeten we hier blijven liggen (we weten nog niet eens òf je daar wel mag liggen) en morgen om 6 uur door de bouwvakkers uit bed getrommeld worden of erger nog: in het Frans worden uitgescholden? Marianne wil weg. Die mega-marina vond ze toch al niks. We hebben nog een half uurtje voor het donker wordt dus we starten de motor en gaan naar het volgende haventje in Locmiquélic. Dat ziet er qua sfeer al een stuk beter uit, maar…… ook deze haven ligt bomvol.  We zien een vrije box en varen erin. En nèt als we vastliggen doemt de eigenaar van die box achter ons op. Hup, trossen los maar weer en op zoek naar een andere plek. En maar hopen dat we er kunnen blijven liggen. We vinden nog een gaatje en leggen aan. Pffft, ons persoonlijk record is toch wel verbroken zo: 3x aanleggen om te overnachten.

De volgende ochtend lopen we naar het havenkantoor waar de gendarmerie in grote getale aanwezig is. We treffen buiten de havenmeester aan die ons vertelt dat die nacht in het havenkantoor is ingebroken.  We vertellen hem waar we liggen en vragen of dat goed is, maar we moeten toch weer verkassen. We wensen hem sterkte met de situatie en lopen achter Meis aan naar een strandje. En daar zien we, onderaan het stenen trapje, 2 apparaten liggen die deel uitmaken van de buit van het havenkantoor. Marianne spoedt zich terug naar het havenkantoor om de politie te verwittigen (excuse the Belgium accent). Als dank mogen we onze naam en adres opschrijven en ’s-Hertogenbosch is dan toch altijd weer een leuke naam om aan een Fransman te dicteren, zeker aan oom agent!

We blijven een paar dagen liggen, het is hier goed beschermd voor allerlei weersomstandigheden. Er blaast nu een Noordwester 7. Lekker met de hond wandelen en thuis het kacheltje aan. Door de inbraak in het havenkantoor is er geen mogelijkheid om te internetten in de haven, anders hadden we de site vandaag op het web gezet.


De vaart is er op dit moment helemaal uit. Het weer is echt beroerd, koude harde winden en het begint nu en dan ook nog flink te regenen. We wanen ons in Nederland. We nemen het ervan en we bestuiten alleen te varen als het weer lekker is. Oja, we bepalen samen wat lekker weer betekent. We genieten van de omgeving. We zijn uitgenodigd door een Frans stel (Pierre en Nathalie) om naar Port Louis te rijden met hun auto. Ze wonen de helft van het jaar in Parijs en de andere helft op hun boot samen met hun grote hond ChiChi en kat Minoesch.  Pierre weet veel van de geschiedenis van Port Louis. Hij vertelt dat het tijdens de Spaanse Inquisitie onder het bewind van Zonnekoning Lodewijk de XIV de hoofdstad van Frankrijk was.

 

Het is een vestingstad waar je ook heerlijk Bretons gebak kan eten. Hond ChiChi en Meis zijn inmiddels dik bevriend en maken het strand onveilig. ChiChi loopt altijd los en gaat overal naar binnen waar hij niet mag komen, bijvoorbeeld in de bakkerij. Af en toe brengt hij ook zelfstandige verrassingsbezoeken aan onze boot, waar ie dan ineens z’n grote kop door het luik naar binnensteekt om te checken of alles nog onder controle is. Of hij springt op buurmans’ boot waar ie z’n uit de kluiten gewassen poot licht tegen de mast. Pierre en Nathalie vinden het geen probleem en wonder boven wonder maken de mensen er ook niet echt een probleem van, lekker makkelijk die Fransen.

Pierre vertelt ons dat we problemen zullen tegenkomen op onze weg naar het zuiden. Alle orkanen die op de Atlantische Oceaan woeden slaan hun staart uit in de Golf van Biscaje en blijven dan een tijdje nakwispelen. Het is dan natuurlijk geen orkaankracht meer, maar wel (zoals nu) met harde winden, kracht 8 en meer. We lezen op het internet het verhaal van het ervaren Friese zeilersechtpaar dat vorige maand in de Golf van Biscaje in een storm terecht is gekomen en het niet heeft overleefd. Da's schrikken zo'n verhaal maar het sterkt ons wel in onze beslissing via de kust af te zakken. De weersverwachtingen zijn deze tijd van het jaar niet te vertrouwen, zeker niet op de meerdaagse termijn! En ach, we zien wel wanneer we weer kunnen varen. Vooralsnog liggen we hier perfect en we vermaken ons prima!